LAMON op woensdag

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL.
Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie.

Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Op 31 maart sprak de voorzitter van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel zich in kort geding uit over de coronamaatregelen van de regering. De uitlatingen van de minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke – die orakelde dat hij geen boodschap heeft aan die uitspraak – is uiteraard misplaatst, al is het natuurlijk ook het recht van de regering om hoger beroep aan te tekenen.

Onmiddellijk na de uitspraak lieten diverse media uitschijnen dat alle coronamaatregelen na dertig dagen zouden worden opgeheven, maar de voorzitster van de Liga voor Mensenrechten haastte zich om in diezelfde media daarna te verklaren dat de Liga niet tegen de coronamaatregelen is (het bestrijden van de pandemie is dan toch niet tegen de mensenrechten), maar dat ze verheugd is dat de rechter de stelling van de Liga heeft gevolgd wanneer die vaststelde dat er geen wettelijk kader is voor de maatregelen.

Die uitspraak beslaat 31 pagina’s en wie die leest ontdekt dat de Liga voor Mensenrechten in hoofdorde vorderde dat de regering alle genomen maatregelen zou moeten intrekken, er geen corona-PV’s meer mochten worden gemaakt en de regering opdracht moest geven om geen gerechtelijke vervolgingen meer op te starten. Die vorderingen werden – voor alle duidelijkheid – door de rechtbank ongegrond verklaard, omdat een dergelijke eis indruist tegen de scheiding der machten (overweging 76 van de beschikking). Wat overblijft van de mediagenieke procedure is de veroordeling van de minister van Binnenlandse zaken “om alle maatregelen te nemen die zij geschikt acht” (“toutes les mesure qu’elle estimera appropriées”) om een einde te maken aan “de onwettelijke toestand” en dit binnen een termijn van dertig dagen. Dan zullen er allicht nog pittige juridische discussies ontstaan over de vraag of het bevel van de rechter wel werd uitgevoerd, want de rechter heeft niet gezegd wat er dan wel precies moet gebeuren. Is het dan de bedoeling dat de beslagrechter moet oordelen of de minister haar huiswerk heeft gedaan en of er al dan niet dwangsommen verschuldigd zijn?

De Liga heeft, zo blijkt uit haar statuten, tot doel “elke onrechtvaardigheid en elke aanslag op de rechten van personen of gemeenschappen te bestrijden” en op te komen voor de fundamentele rechten en vrijheden (zoals de vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, bescherming van het privéleven, recht op vereniging, enz.…). De rechter oordeelde dat de Liga op grond daarvan belang had om naar de rechter te stappen. Maar zal de voorzitster van de Liga straks ook aankondigen dat ze in de naam van andere mensenrechten opkomt voor de vrijheid van meningsuiting van anti-vaxxers en complotbedenkers of een procedure start voor de bescherming van de privacy van tegenstanders van contact-tracing?

Rechters hebben macht, maar blijven daar behoedzaam mee omgaan. Dat bewees ook de rechter in kort geding.

Net voor zijn overlijden liet de gewezen raadsheer bij het Hof van Cassatie Alain Bloch zijn boek “Mijnheer de onderzoeksrechter” verschijnen (uitg. die Keure). “Recht is er om problemen op te lossen, maar heeft ook sterk met waarden te maken” schrijft Bloch. Zijn memoires ademen zijn onafhankelijkheid uit, wat voor hem overigens niet mag leiden tot onverschilligheid. Hij focust op de rol van de onderzoeksrechter. Die “hanteert macht, veel macht”, maar wel met één doel: de waarheid te ontdekken. Hij noemt zichzelf trouwens een “activistische” rechter: “Wat is er mooier dan zich actief in te zetten om het vertrouwen te bevestigen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en de waarde van de menselijke persoon en in gelijke rechten voor mannen en vrouwen”? Het vat mooi samen waar een rechter voor staat.

Die getuigenis, zo net voor het definitieve heengaan, is beklijvend en geheel anders dan (of, zo u wil, aanvullend aan) de standpunten van de flamboyante Brusselse onderzoeksrechter Anne Gruwez in haar boek “Tais-toi!. Si la justice m’était comptée… “ (uitg. Racine). Ze laat in een geheel eigenzinnige stijl de samenleving de revue passeren. Haar verhaal is rauw en onverbloemd, maar wie in de politieke en academische wereld zondermeer blijft voorhouden dat bijvoorbeeld intrafamiliaal geweld best wordt aangepakt met strengere straffen, moet het boek toch maar eens ter hand nemen.

Zowel Anne Gruwez, Alain Bloch als de Brusselse kortgedingrechter laten zien wat een onafhankelijke derde macht kan. Of om het met de woorden van Gruwez te zeggen: “Si un contre-pouvoir n’excerce pas sa fonction, c’est tout le régime qui tombe”. Dat brengt ook een grote verantwoordelijkheid mee voor de rechters, maar die zijn zich daarvan bewust.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.