Rechtuit

Een mondmasker in de rechtbank: “da gade gij nie bepalen”

Avatar
Geschreven door Hugo Lamon

 

LAMON op woensdag

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL.
Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie.

Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

De coronapandemie slaat weer wild om zich heen en vrijdagavond beslisten alle regeringen van dit land om nieuwe maatregelen uit te vaardigen. Cafés en restaurants moeten vier weken dicht. Volgens mediaberichten gaf een artikel in The Lancet de doorslag voor de maatregel, maar heeft buiten minister Frank Vandenbroucke iemand dat gelezen?

De nieuwe maatregelen zouden op maandag om 00.01 u. ingaan, maar het was tot zondagavond 22.30 u. wachten vooraleer het Staatsblad de juridische tekst bekendmaakte die iedereen geacht werd anderhalf uur later toe te passen. Hoe zou een dergelijke tekst eigenlijk tot stand komen? De administratie kent schitterende legisten, maar zouden er nu ghostwriters aan te pas zijn gekomen? Hoeveel burgers hebben zich op dat anderhalf uur doorheen de nieuwe verplichtingen geworsteld en zijn niet onmiddellijk het spoor bijster geraakt?

Een eenvoudige jongen van het slag van deze wekelijkse blogger had bij het lezen van de nieuwe mondmaskerverplichting een gevoel van herkenning:Eenieder is vanaf de leeftijd van 12 jaar verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof op de volgende plaatsen: 1° de winkels en de winkelcentra; 2° de bioscopen; 3° de theater-, concert- en conferentiezalen; 4° de auditoria; 5° de gebedshuizen en bezinningsplaatsen; 6° de musea; 7° de bibliotheken; 8° de casino’s en de speelautomatenhallen; 9° de handelsbeurzen, met inbegrip van de salons; 10° de winkelstraten, de markten, de kermissen, en elke private of publieke druk bezochte plaats, bepaald door de bevoegde lokale overheid en afgebakend met een aanplakking die de tijdstippen preciseert waarop de verplichting van toepassing is.”

Meteen rees de misschien wat stoutmoedige vraag: hoe zit het nu eigenlijk met de mondmaskerplicht in gerechtsgebouwen? In het Ministerieel Besluit van 10 juli “houdende wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken” werd een artikel 21bis ingevoegd aan het MB van 30 juni dat stelt : “Eenieder is vanaf de leeftijd van 12 jaar verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief in stof in de volgende inrichtingen: 1° de winkels en de winkelcentra; 2° de bioscopen; 3° de theater-, concert- en conferentiezalen; 4° de auditoria; 5° de gebedshuizen en bezinningsplaatsen; 6° de musea; 7° de bibliotheken; 8° de casino’s en de speelautomatenhallen; 9° de gerechtsgebouwen (voor de publiek toegankelijke delen).” De toepassing van het MB van 30 juni was ingevolge het MB van 8 oktober verlengd tot en met 8 november (art. 24), maar door artikel 32 van het MB van 18 oktober weer opgeheven vanaf 19 oktober.

Het negende gebod – het dragen van een mondmasker in de voor het publiek toegankelijke delen van gerechtsgebouwen – verdween met het MB van 18 oktober weer even plots als het via het MB van 10 juli het levenslicht zag.

De kwade genius in deze op zondagavond danig ‘geperturbeerde’ jurist ventileerde meteen zijn twijfel op Twitter, de uitgelezen plek voor genuanceerde communicatie. De reacties kwamen – dat kan nauwelijks verbazen – van jurist-soortgenoten. De ene wist meteen dat die verplichting al lang was opgeheven – er moet deze blogger een editie van het Staatsblad ontgaan zijn – terwijl anderen opmerkten dat de verplichting intussen voor wat Antwerpen betreft vervangen zou zijn door een besluit van de gouverneur van Antwerpen. (Is dit zo? Alvast niet te controleren in datzelfde Staatsblad) Een plaatselijke correspondent uit West-Vlaanderen meende dat zijn lokale gouverneur ook al zoiets had uitgevaardigd, waarop vanuit Brussel in dubio werd gereageerd.

U vraagt zich nu af waartoe deze juridische haarklieverij moet leiden. Natuurlijk staat de gezondheid boven de juridische regelneverij. Uiteraard moeten juristen geen wettelijke verplichting hebben om burgerzin te tonen en moet wat op de rechtbanken gebeurt verantwoordelijkheidszin uitstralen. Maar toch, mag het even? Zo voor één keer de vraag stellen naar de juridische grondslag van de mondmaskerplicht. Of om het in de taal van de man in de straat te zeggen: waar staat dat ergens in de wet? Misschien is deze argeloze blogger verdwaald geraakt, maar zou het toch niet van juridische hygiëne getuigen als de minister nu eens uitlegt waarom dat negende gebod plots verdween en wil zij dan ook eens zeggen waarom? Het hoeft niet op VTM of in de krant. Zomaar even in het Staatsblad volstaat.

Hugo LAMON

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

1 Comment

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.