Dementie, partners en gezinsdynamieken in het beschermingsrecht cover

10 mrt 2026 | Civil Law & Litigation

Dementie, partners en gezinsdynamieken in het beschermingsrecht

Door Amber Jans

  • Amber Jans is doctoraatsonderzoeker personen- en familierecht aan de Universiteit Hasselt. In haar onderzoek bestudeert zij de rechtspositie van personen met dementie in een partnerrelatie. Ze focust daarbij op het spanningsveld tussen autonomie, bescherming en relationele solidariteit, rekening houdend met de feitelijke realiteit.

Recente Jobs

Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent
Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Brussel
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht Notariaat
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent

​Dementie treft nooit één persoon alleen. Toch is ons recht bijna uitsluitend gericht op het individu. Wanneer iemand geconfronteerd wordt met cognitieve achteruitgang die kan leiden tot een handelingsonbekwaamheid, treedt het beschermingsrecht in werking. Dementie hertekent niet alleen individuele bekwaamheid, maar ook gezinsdynamieken en machtsverhoudingen binnen het gezin. Instrumenten zoals de zorgvolmacht of het bewind zijn ontworpen om de persoon met deze verminderde wilsbekwaamheid te beschermen. Terecht, want autonomie en menselijke waardigheid staan centraal in het hedendaagse personen- en familierecht.

Maar in die juridische focus op het individu dreigt een andere figuur naar de achtergrond te verdwijnen: de partner. En net dat is problematisch.

Bescherming als individueel project

Het Belgische beschermingsrecht, grondig hervormd bij de wet van 17 maart 2013, vertrekt vanuit een duidelijke filosofie: maximale autonomie, minimale onbekwaamverklaring. Het systeem van bewind ‘op maat’ moet proportioneel en subsidiair zijn. De maatregel wordt immers afgestemd op de concrete noden van de te beschermen persoon, maar mag niet verder gaan dan noodzakelijk.

Daarnaast biedt de zorgvolmacht een preventief alternatief. Wie nog wilsbekwaam is, kan zelf bepalen wie later beslissingen mag nemen. Het is een instrument dat de zelfbeschikking maximaal wil respecteren en de tussenkomst van de rechter zoveel mogelijk wil vermijden.

Beide instrumenten vertrekken echter vanuit een sterk individueel paradigma. De te beschermen persoon staat steeds centraal. Zijn of haar rechten, belangen en voorkeuren zijn doorslaggevend in het wel of niet handelen van de bewindvoerder of de zorgvolmachtdrager.[1]

Maar wat als die persoon al veertig jaar in een relatie leeft waarin beslissingen altijd samen werden genomen? Wat betekent ‘individuele’ autonomie in een langdurige partnerrelatie waarin financiën, zorg en toekomstplanning fundamenteel verweven zijn?

De partner als potentiële bedreiging?

In de praktijk is de partner vaak de eerste en belangrijkste zorgfiguur. Hij of zij beheert rekeningen, onderhoudt sociale contacten, organiseert professionele of familiale zorg, communiceert met artsen en neemt dagelijkse beslissingen. Zeker bij progressieve ondersteuningsnoden zoals dementie verloopt de overgang naar vertegenwoordiging door de andere partner vaak geleidelijk. Wie gaat nog naar de winkel? Wie gaat naar de apotheek? Wanneer komt er bezoek? Wanneer gaan we op restaurant? Waar de ene partner noodzakelijkerwijs aan autonomie wint, zal deze autonomie bij de partner met dementie verkleinen.

Toch wordt de partner in het recht impliciet benaderd vanuit een wantrouwig perspectief.

Bij een bewind moet de vrederechter toezien op belangenconflicten. Bij schenkingen tussen echtgenoten of bij vermogensverschuivingen duikt snel de vraag op naar misbruik van autonomie. Ook in de context van testamenten of huwelijksovereenkomsten kan cognitieve achteruitgang aanleiding geven tot betwistingen.

Dat wantrouwen is niet ongegrond. Financiële uitbuiting van kwetsbare ouderen is een reëel en ernstig probleem. Het recht is verplicht daartegen op te treden.

Maar wanneer het juridische discours de partner hoofdzakelijk benadert als potentiële bedreiging, dreigt het een fundamentele realiteit te negeren: de meeste partners handelen uit zorg, loyaliteit en wederkerigheid. Het recht balanceert hier op een dunne lijn tussen noodzakelijke bescherming en structureel wantrouwen.

Relationele autonomie

Autonomie wordt in het recht doorgaans begrepen als individuele zelfbeschikking: het vermogen om vrij en zelfstandig keuzes te maken. Maar in langdurige relaties is autonomie zelden puur individueel. Beslissingen worden ingebed in een gedeelde levensgeschiedenis, in wederzijdse afhankelijkheid, onderlinge zorg en bijstand, en soms in impliciete afspraken die soms jarenlang standhouden.

Wanneer één partner dement wordt, verandert die dynamiek ingrijpend. De gezonde partner wordt plots mantelzorger, vertegenwoordiger, beheerder en soms ook procespartij. De emotionele impact op deze partner is groot, net als de praktische en financiële verantwoordelijkheid.

Toch blijft deze partner steeds een ‘derde’. Hij of zij is immers geen drager van de te beschermen rechten, maar staat ernaast. Het beschermingsrecht focust namelijk enkel op de kwetsbare persoon, maar erkent nauwelijks de relationele verwevenheid waarin beslissingen plaatsvinden. Ook niet wanneer deze partner familiale bewindvoerder van de partner met dementie is.

Dat roept vragen op. Moet het beschermingsrecht niet explicieter rekening houden met de relationele context waarin beslissingen plaatsvinden? Kunnen we spreken van een evenwichtige en op maat gemaakte bescherming zonder de impact op de partner mee te wegen? En is autonomie werkelijk gediend met een strikt individualistische benadering wanneer de feitelijke besluitvorming al jaren relationeel georganiseerd is?

Een kwetsbaar evenwicht

Het is verleidelijk om te kiezen voor één van twee uitersten.

Ofwel maximaliseren we de bescherming van de persoon met dementie en onderwerpen we de partner aan strikte controlemechanismen, uitgebreide rapporteringsverplichtingen en systematische rechterlijke tussenkomst.

Ofwel benadrukken we vertrouwen en relationele solidariteit en laten we meer ruimte voor informele zorg en vermogensbeheer binnen de partnerrelaties.

Beide uitersten schieten volgens mij tekort. Te veel controle kan leiden tot juridisering van intieme relaties. Procedures voor de vrederechter zijn belastend, emotioneel en soms stigmatiserend. Bovendien kunnen ze de gezonde partner ontmoedigen om verantwoordelijkheid op te nemen. Te weinig controle kan daarentegen misbruik faciliteren en de kwetsbare persoon onvoldoende beschermen. Het recht kan niet blind vertrouwen op relationele loyaliteit.

Het echte vraagstuk ligt dus niet in een keuze tussen vertrouwen of controle, maar in het zoeken naar een verfijnd evenwicht. Proportionaliteit, transparantie en contextgevoeligheid zijn daarbij belangrijke sleutelbegrippen.

Wat betekent dit voor professionals?

Voor advocaten, notarissen en magistraten is dit geen louter theoretische reflectie. Bij de opmaak van een zorgvolmacht tussen partners stelt zich de vraag hoe de wilsbekwaamheid zorgvuldig kan worden beoordeeld en gedocumenteerd, op een wijze die zowel rechtszekerheid biedt als de zelfbeschikking van de betrokken personen respecteert.

Wanneer vermogensverschuivingen plaatsvinden binnen een huwelijk waarin één partner cognitief achteruitgaat, moet men alert zijn voor mogelijke druk of misbruik, maar ook voor legitieme keuzes die passen binnen een gezamenlijke vermogensplanning.

Bij de aanstelling van een bewindvoerder geniet de partner wettelijk een voorkeurspositie.[2] Dat is begrijpelijk en vaak wenselijk. Maar het vereist ook een genuanceerde beoordeling: geen automatische bevestiging louter op basis van de relatie, maar evenmin een reflexmatig wantrouwen.

Professionals bevinden zich op het snijvlak van autonomie, bescherming en relationele solidariteit. Hun rol is cruciaal in het bewaken van dat delicate evenwicht.

Naar een relationeel gevoelig beschermingsrecht?

Misschien is het tijd om in het beschermingsrecht explicieter relationeel te denken.

Dat betekent niet dat de partner voorrang krijgt op de bescherming van de kwetsbare persoon. Het betekent wel dat we erkennen dat beslissingen zelden in een sociaal vacuüm worden genomen. Een relationeel gevoelig beschermingsrecht zou hierbij aandacht moeten hebben voor de zorglast van de partner, transparantie bevorderen zonder overmatige juridisering, ruimte laten voor vertrouwen, maar met proportionele waarborgen, en het partnerschap niet reduceren tot een risicofactor.

Dementie confronteert het recht met existentiële vragen over autonomie, afhankelijkheid en relationele realiteiten. Misschien is dat net de uitdaging voor onze generatie juristen: bescherming herdenken zonder relaties te ontkennen.

Tot slot

Het beschermingsrecht heeft de voorbije jaren belangrijke stappen gezet in de richting van meer respect voor autonomie. Dat is een verworvenheid die we moeten koesteren. Maar wie echt recht wil doen aan menselijke waardigheid, kan niet blind blijven voor de relationele dimensie van kwetsbaarheid.

De vraag is dus niet alleen: hoe beschermen we de persoon met dementie? Maar ook: hoe doen we dat zonder de partner uit beeld te laten verdwijnen?

Amber Jans, doctoraatsonderzoeker Universiteit Hasselt


Voetnoten

[1] Zie nog recent: GwH 12 februari 2026, nr. 21/2026.

[2] Zie art. 494 c)/1 oud BW met de definitie van een familiale bewindvoerder, in werking uiterlijk op 1 september 2027; Wet van 8 november 2023 betreffende het statuut van bewindvoerder over een beschermde persoon, BS 30 november 2023.

  • Amber Jans is doctoraatsonderzoeker personen- en familierecht aan de Universiteit Hasselt. In haar onderzoek bestudeert zij de rechtspositie van personen met dementie in een partnerrelatie. Ze focust daarbij op het spanningsveld tussen autonomie, bescherming en relationele solidariteit, rekening houdend met de feitelijke realiteit.

Recente Jobs

Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent
Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Brussel
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht Notariaat
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *