Onlangs waren we met Jubel te gast in het kantoor van de stafhouder van de Nederlandstalige Balie Brussel, Frank Judo. We hadden het genoegen om met hem een videoreeks in te blikken, waarin hij vooruitblikt op de ambities voor deze termijn, over zijn werking binnen het tweetalige en multiculturele karakter van de hoofdstad, maar vooral ook over de inhoudelijke rol van de stafhouder en hoe die de voorbije jaren volgens hem geëvolueerd is. Een boeiend gesprek, dat ook mij tot nadenken zette.
Wie het woord ‘stahouder’ hoort, denkt al snel aan iets ceremonieel, aan traditie. Misschien zelfs aan een toga die soms zwaarder weegt dan de drager. Maar wie even blijft luisteren, merkt dat de stafhouder vooral midden in de storm staat. Niet aan de zijlijn, niet boven de mêlee, maar er pal in. De stafhouder is tegelijk hoeder van waarden en manager van een complexe organisatie, bruggenbouwer én scheidsrechter, woordvoerder én vertrouwenspersoon. En dat alles in een juridische wereld die de laatste jaren – misschien eindelijk? – in een heuse stroomversnelling is verzeild geraakt.
Historisch is de stafhouder de belichaming van de onafhankelijkheid van de balie. Hij of zij waakt over de kernwaarden van het beroep: onafhankelijkheid, partijdigheid, vertrouwelijkheid en integriteit. Dat klinkt plechtig, bijna abstract, maar vandaag krijgen die woorden een zeer concrete lading. Want onafhankelijkheid staat onder druk, niet alleen door politieke of maatschappelijke verwachtingen, maar ook door economische realiteit. De advocaat als ondernemer, het kantoor als bedrijf, de cliënt als kritische consument: het zijn spanningsvelden waarin de stafhouder richting moet geven zonder al te veel te willen moraliseren.
In de gesprekken met Frank Judo, waarvan u de verschillende interviewfragmenten de komende weken op onze website ziet verschijnen, viel vooral dat laatste op. De stafhouder als moreel kompas, ja, maar niet als predikant. De rol is geëvolueerd van een hiërarchische naar een meer dialogische functie. Luisteren is mogelijks nog belangrijk geworden dan spreken. De stafhouder hoort klachten, twijfels, frustraties. Van cliënten, van confraters, van jonge advocaten die zoeken naar houvast in een veeleisend beroep. Het vergt empathie, nuance en soms ook de moed om te zeggen: hier trekken we een lijn.
Tegelijk is de stafhouder vandaag onvermijdelijk ook een crisismanager geworden. De afgelopen jaren leerden dat de balie niet immuun is voor maatschappelijke schokken. Denk aan digitalisering, aan de impact van artificiële intelligentie, aan discussies over toegang tot justitie of aan de toenemende bewustwording omtrent mentale gezondheid (en druk) binnen het beroep. De stafhouder wordt aangesproken om standpunten in te nemen, om de balie te vertegenwoordigen in het publieke debat, om te reageren op incidenten die het vertrouwen in justitie raken. Stilte is zelden een optie, maar spreken vergt voorzichtigheid.
Daarbij komt dat de stafhouder laveert tussen verschillende snelheden. De snelheid van de media botst vaak met die van het recht. Waar een tweet onmiddellijke duidelijkheid suggereert, vraagt deontologie tijd en zorgvuldigheid. De stafhouder moet dat spanningsveld uitleggen, verdedigen en soms ook verdragen. Dat vraagt een zekere ruggengraat, maar ook diplomatie. Want elke uitspraak wordt gewogen, elke nuance kan verkeerd begrepen worden.
Een andere, vaak onderschatte dimensie is die van interne samenhang. De balie is geen monoliet. Ze bestaat uit grote en kleine kantoren, uit specialisten en generalisten, uit ervaren rotten en starters. De stafhouder moet al die stemmen erkennen zonder te vervallen in verlamming. Beslissingen nemen betekent onvermijdelijk dat niet iedereen tevreden is. Neem daar, in het geval van Frank Judo, het tweetalige karakter van Brussel bij – alsook de samenwerking met het Franstalige Barreau de Bruxelles – en de evenwichtsoefening wordt natuurlijk nog meer complex. De kunst bestaat erin transparant te zijn over het waarom, en consequent in het handelen. Vertrouwen groeit niet uit consensus, maar uit voorspelbaarheid en rechtvaardigheid.
Wat het gesprek met Frank Judo ook duidelijk maakte, is dat de stafhouder vandaag meer dan ooit een rol speelt in de toekomst van het beroep. Opleiding, stage, permanente vorming: het zijn geen administratieve randzaken, maar strategische hefbomen. Welke vaardigheden heeft de advocaat van morgen nodig? Hoe bewaak je kwaliteit zonder innovatie de kop in te drukken? Hoe blijf je aantrekkelijk voor jonge juristen die andere verwachtingen hebben van werk en leven, zeker in een tijd waarin er zoveel uitstroom binnen de advocatuur is? De stafhouder kan die vragen niet alleen beantwoorden, maar wel het kader scheppen waarin ze ernstig genomen worden.
Daarbij hoort ook het durven benoemen van kwetsbaarheden. Burn-out, eenzaamheid, prestatiedruk: het zijn geen taboes meer, maar realiteiten die aandacht vragen. Dat de stafhouder hier een rol opneemt, zegt veel over de evolutie van het ambt. Van louter toezichthouder naar zorgdrager, zonder het professionele uit het oog te verliezen. Menselijkheid is geen zwaktebod, maar een voorwaarde om het beroep duurzaam te houden.
Ten slotte is er de symbolische kracht van de stafhouder. In een tijd waarin instituties wantrouwen oproepen, blijft het beeld van een onafhankelijke balie cruciaal. De stafhouder belichaamt dat beeld. Niet door zich op te sluiten in traditie, maar door ze levendig te maken. Door uit te leggen waarom regels bestaan. Door te tonen dat deontologie geen rem hoeft te zijn, maar eerder een ruggengraat vormt. En door zichtbaar te zijn, ook buiten de muren van het gerechtsgebouw.
De stafhouder vandaag is geen abstract figuur uit een vergeeld handboek. Het is een rol die constant hertekend wordt, onder druk van de tijdsgeest en diens noden. Dat maakt het complex, soms ondankbaar, maar ook essentieel. Wie denkt dat het ambt alleen draait om vergaderingen en protocollen, mist de kern. Het gaat om vertrouwen. Intern en extern. In het beroep én in de rechtsstaat.
Misschien is dat wel de belangrijkste bedenking na de gesprekken met Frank Judo: de stafhouder staat niet boven de balie, maar er middenin. Met één hand op de traditie, et de andere op de toekomst. En precies daar schuilt de relevantie van het ambt vandaag.
Arne Van Duppen
Communicatiedeskundige Jubel



0 reacties