Er wordt in juridische kringen met groeiende belangstelling uitgekeken naar de veertiendaagse column van Peter Callens, de voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies. In een benijdenswaardig vlotte stijl geeft hij zijn al dan niet persoonlijke mening over de juridische actualiteit. De tekst is in principe enkel bestemd voor de Vlaamse advocaten, maar de boodschap bereikt ook via allerlei kanalen anderen die er in het juridisch landschap toe doen. Dat is ook goed, want er wordt nog veel te vaak gezwegen. Peter Callens was vorige keer helder en scherp: de situatie in het hof van beroep in Brussel is onaanvaardbaar. Dat is hier op deze plaats ook al bij herhaling geschreven, maar als de voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies het zegt is de impact groter. Het werd alvast in De Morgen opgepikt onder de niets verhullende titel “De toestand in het Brusselse hof van beroep is een schandaal” (De Morgen 2 november). “Ik ben een dossier aan het samenstellen en ik ga het er niet bij laten (…) Dat is niet alleen slecht management maar ook en vooral een aanfluiting van de beginselen van de rechtsstaat”, zo liet de voorzitter van de OVB optekenen.

Peter Callens heeft natuurlijk overschot van gelijk dat die toestand niet langer duldbaar is. Is de hallucinante toestand eigenlijk wel straf genoeg voor het bericht in de krant l’Echo over een fiscale zaak die in 2033 voor de zesde kamer van dat hof van beroep (L’Echo 21 oktober) kan worden gepleit? Intussen plaatsen advocaten op sociale media soortgelijke berichten met betrekking tot andere dossiers.

In De Standaard viel dan weer te lezen dat het arbeidshof in Brussel een achterstand van 38 maanden kent (“Arbeidshof van Brussel kampt met ‘onoplosbare’ achterstand” – De Standaard 5 november).

Justitie lijkt wel een moeras waar men enkel kan wegzinken. De aandacht gaat natuurlijk naar die Brusselse no-gozone, maar dat geeft toch wel een vertekend beeld van de dagdagelijkse realiteit. Op andere plaatsen gaat het verbazingwekkend snel, mede omdat er ook zichtbaar minder zaken worden ingeleid voor de rechtbanken.

Wat nu volgt, is allicht geen spectaculaire mededeling, maar recente persoonlijke ervaringen bij behandeling van zaken in diverse ondernemingsrechtbanken stemmen hoopvol. Nadat de schriftelijke procedure is afgerond, volgt heel snel een pleitdatum. Op de zitting zitten goed voorbereide magistraten die het dossier tot in de kleinste hoekjes hebben bestudeerd en via een interactief debat geen enkel aspect van de zaak ongemoeid laten. Ik ben niet te beroerd om toe te geven dat ik onlangs de indruk kreeg dat de rechter de zaak beter kende dan de pleitende advocaten en met verbazingwekkende precisie de zwakke kantjes van een zaak blootlegde. Een week later volgde via e-mail al het vonnis. Zelfs de partij die in het ongelijk werd gesteld, kon zich snel neerleggen bij de goed gemotiveerde beslissing omdat de rechter de argumenten van die partij in overweging had genomen maar had afgewezen op een manier waar ook de verliezer mee kon leven. Het is mijn ervaring dat dit vaak zo gebeurt, maar dit krijgt zelden of nooit aandacht. Het zou misschien goed zijn als, naast de klaagzangen over de manke Brusselse justitie, er ook eens op sociale media wat berichten worden verspreid over snelle en efficiënte magistraten die op juridisch oordeelkundige wijze hebben geoordeeld. Zonder de catastrofe in Brussel te willen minimaliseren, kan positieve berichtgeving over justitie ook bijdragen tot het herstel van het noodzakelijk vertrouwen in justitie.

Rechters worden soms ook geconfronteerd met ingewikkelde dossiers. Wie dergelijke zaken pleit, stelt zich misschien te weinig de vraag of dit dan nog wel behapbaar is voor de magistraat die daarin op korte termijn een oordeel moet vellen. Uiteindelijk is justitie ook het werk van mensen.

Vorige week verklaarde de achtste Nederlandstalige ondernemingsrechtbank van Brussel in een 177 pagina tellend – en dus zeer uitvoerig gemotiveerd vonnis – de vordering van de Arco-coöperanten onontvankelijk. Wat zou de timesheet van de pleitende advocaten vermelden en hoeveel tijd zou de rechter gekregen hebben voor het vonnis? Allicht kreeg de rechter minder tijd om te beslissen. Het is misschien voor de eisende partijen niet het verwachte resultaat en intussen verschenen zowaar op Twitter al de eerste juridische analyses van een eminent rechtsgeleerde via een reeks van tweets. De juridische discussie op niveau woedt dus al volop en dat is maar goed ook. Het is dus niet allemaal kommer en kwel bij justitie, ook niet in Brussel.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

1 reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • De slakkengang van de Brusselse justitie is wél degelijk de norm !

    Een eerste voorbeeld uit de praktijk: een bouwdeskundige dient te worden aangesteld voor de expertisering van werken uitgevoerd door een aannemer. Er wordt een deskundige aangesteld door de Nederlandse Ondernemingsrechtbank, helaas betreft het een 85 -jarige. Wie bedenkt zoiets ? Resultaat op het eind van de rit: cliënt kwijt door deze koldereske aanpak.

    Ander voorbeeld: er wordt gedagvaard in revindicatie na beslag tot terugvordering. Tijdens de pleidooien stelt de voorzitter dat de client tot in het bezit is van de kraan. Ik leg met handen en voeten uit dat beslag tot terugvordering een bewarende maatregel is die noodzakelijkerwijs gevolgd dient te worden door een revindicatie. Uitspraak van de Nederlandese Ondernemingsrechtbank: de vordering is onontvankelijk want U heeft het goed in Uw bezit ingevolge het beslag tot terugvordering.
    Doordat de Ondernemingsrechtbank het ABC van het gerechtelijk recht niet onder knie heeft, de meest elementaire beginselen niet ken, diende hoger beroep te worden aangetekend. Nodeloos veel tijd is er over gegaan eer de client in graad van beroep zij gram én zijn goed kreeg.

    Rechters zijn onafzetbaar, voor het leven benoemd met een vast maandelijks riant loon. Dit maakt van hun een soort halfgoden die bij tijd en wijle -omdat het moet- afdalen van de Olympus om zich verveeld met de problemen van de aardse rechtszoekende stervelingen bezig te houden.