De magistraat en de bedrijfsjurist hebben elk hun eigen rol te spelen in ons rechtssysteem. Rollen die maken dat ze elkaar niet zo vaak tegengekomen. Dat ze elkaar misschien niet goed genoeg kennen. En toch, wanneer ze elkaar tegenkomen, is dat vaak verrijkend en leerzaam. Ieder kijkt met de eigen blik naar hetzelfde probleem en die kruisbestuiving blijkt vaak erg vruchtbaar. Het IBJ bracht Anouk Devenyns (voorzitter van de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel), Pierre-Yves de Harven (voorzitter van de Franstalige ondernemingsrechtbank Brussel), Lien Thijs (IBJ-raadslid, bedrijfsjurist ING) en Nicolas Istas (voorzitter IBJ, bedrijfsjurist Novartis) samen rond de tafel voor een verhelderend en openhartig gesprek.
Bedrijfsjuristen en rechters ‘ontmoeten’ elkaar inderdaad wel eens in de ondernemingsrechtbank, al gebeurt het ook weer niet zo vaak, vertelt Anouk Devenyns. Als ze dan toch eens tegenover elkaar staan, is het meestal bij de behandeling van een geschil. “Ieder heeft er dan natuurlijk een eigen rol te spelen. De bedrijfsjurist is er voor een partij die natuurlijk gelijk wil krijgen en het geschil winnen. De rechter is er om een oplossing te vinden. Dat is fundamenteel anders.”
De bedrijfsjurist is er voor een partij die natuurlijk gelijk wil krijgen en het geschil winnen. De rechter is er om een oplossing te vinden. Dat is fundamenteel anders – Anouk Devenyns
Van vermijden van conflicten …
Toch ontmoeten ze elkaar niet alleen bij de afhandeling van een geschil, vult Nicolas Istas aan. En dat hangt samen met de veranderende rol van de bedrijfsjurist binnen de onderneming van adviseur naar business partner. Die evolutie heeft een enorme impact. De bedrijfsjurist kan zo meer sturen naar alternatieve geschillenbeslechting. En – minstens even belangrijk – naar het vermijden van conflicten. Dat bevestigt ook Lien Thijs “wie als bedrijfsjurist zijn job goed doet, staat op zijn intellectuele onafhankelijkheid en neemt ook de verantwoordelijkheid om te zoeken naar andere oplossingen.” Een geschil tot voor de rechtbank brengen ziet ze als een last resort. Het Instituut staat hier ook uitdrukkelijk achter, dat bewijst het ADR Charter (alternative dispute resolution) voor bedrijven van de Federale Bemiddelingscommissie dat door het IBJ werd ondertekend.

Essentieel om deze rol waar te maken is wel dat de bedrijfsjurist in de onderneming van end-to-end betrokken wordt bij het bedrijfsproces. Door er vanaf het begin bij te zijn, kan je vooral ook conflicten vermijden. Dat sluit ook aan bij je rol als bedrijfsjurist. Het vereist dat je je verantwoordelijkheid opneemt. Soms moet je als bedrijfsjurist ook de emoties wat temperen. Een bedrijfsleider kan bijvoorbeeld verontwaardigd zijn over de gang van zaken. Het is dan je taak om een reality check te doen.
… tot minnelijke schikking
Ontstaat er dan toch een geschil, hoeft die niet tot een lang aanslepende gerechtelijke procedure te leiden. Er zijn heel wat tools om eruit te komen. Zo is de minnelijke oplossing een volwaardige route, denk bijvoorbeeld aan de dading. Een alternatieve geschillenbeslechting behoort eveneens tot de mogelijkheden. Daar speelt de rechter trouwens een cruciale rol. Die kan soms een push geven in de juiste richting bij een lang aanslepend conflict.
Pierre-Yves de Harven haakt erop in door te verwijzen naar de verschillende kamers die er bestaan binnen de ondernemingsrechtbank die net daar op gericht zijn. Er is de kamer voor minnelijke schikking (KMS) waar partijen buiten een gerechtelijke procedure om proberen uit een conflict te komen met een oplossing waar iedereen kan achter staan. En de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden die de financiële toestand van bedrijven opvolgt om faillissementen te voorkomen en de continuïteit te waarborgen. “Beide kamers zijn expliciet gericht op samenwerking. Tussen partijen, maar ook tussen partijen en de rechtbank.” Helaas zijn die vaak nog niet bekend genoeg. Dat is een uitdaging voor de toekomst. Nicolas Istas wijst erop dat het net daarom zo belangrijk is dat de beroepen elkaar goed kennen. Nu is bv. de KMS inderdaad vaak nog onbekend bij de onderneming en de bedrijfsjurist. En onbekend maakt onbemind.
Een geschil oplossen via een KMS biedt heel wat voordelen. Zo wijst Anouk Devenyns erop dat “een slimme bedrijfsjurist ook moet weten wanneer te stoppen met het voeren van een procedure”. Dat kan ook gewoon economisch de beste beslissing zijn. Je moet niet altijd koppig vasthouden aan het idee “we hebben nu al zoveel geïnvesteerd in de procedure, en we zijn nu al zover”. Lien Thijs is het daarmee helemaal eens. “Een regeling treffen is geen zwaktebod.”
Een derde partij kijkt mee …
Pierre-Yves de Harven wijst erop dat de sterkte van een KMS er precies in zit dat er een ‘derde’ mee zoekt naar een oplossing. Dat is helemaal anders dan een onderhandeling tussen twee partijen die al in onmin leven. De derde partij brengt rust. Bovendien zijn er ook heel wat waarborgen ingebouwd in de procedure. Wie in een KMS zetelt, heeft een opleiding gevolgd, of is erkend bemiddelaar. Ook de sfeer is er op gericht om tot een oplossing te komen. Daar zit veel potentie in. Je kan inzetten op actief luisteren naar de echte behoeften van de partijen. En je hoeft je niet te beperken tot wat er in de dagvaarding is opgeworpen.
Het slaagpercentage is hoog. Meer dan 80% van de zaken komt zo tot een oplossing – Pierre-Yves de Harven
Alles verloopt ook vertrouwelijk. Komt er toch geen oplossing uit de bus, kan je nog altijd via de klassieke gerechtelijke weg je gelijk proberen te halen. Je zaak wordt dan behandeld door andere rechters dan diegene die zetelden in de KMS. “Vaak is dat niet nodig. Het slaagpercentage is hoog. Meer dan 80% van de zaken komt zo tot een oplossing”, aldus Pierre-Yves de Harven.
Daarmee is deze procedure niet alleen een ‘win’ voor de partijen, maar ook voor de rechtbank, want een geschil dat zo geregeld kan worden, vraagt veel minder tijd en inspanning van de rechtbank.
Onafhankelijkheid en vertrouwen
Voor beide beroepsgroepen is onafhankelijkheid een kernwaarde. Voor de rechter een Grondwettelijk verankerd fundament, maar ook voor de bedrijfsjurist een essentiële voorwaarde om de job te kunnen uitoefenen, een voorwaarde die niet voor niets uitdrukkelijk in de IBJ-wet en de deontologische code werd opgenomen. Als bedrijfsjurist neem je steeds de wettelijke bepaling als norm. Die verdedig je. Nicolas Istas bevestigt: “Onafhankelijkheid zit als bedrijfsjurist in je DNA”. Daarom heb je ook voor die job gekozen. Je draagt ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Al is dat natuurlijk een rol waarin je groeit door ervaring op te doen. Om die onafhankelijkheid waar te kunnen maken, moet je wel weten waar het in de onderneming om draait. Je moet de werkvloer door en door kennen, met je twee voeten in de realiteit.
Onafhankelijkheid zit als bedrijfsjurist in je DNA – Nicolas Istas
Pierre-Yves de Harven en Anouk Devenyns kunnen het niet duidelijker stellen: onafhankelijkheid is een kernwaarde van het ambt van de rechter. Dat betekent dat ze iedere schijn van partijdigheid vermijden. “Bij de minste twijfel moet je jezelf terugtrekken.”

De rechter in ondernemingszaken
Tegelijkertijd is het essentieel dat een rechter in de werkelijkheid leeft en werkt. De tijd van rechtspraak uit de ivoren toren is voorbij. Zeker in de ondernemingsrechtbank is dat het geval. Naast de beroepsrechters, zijn er immers de RIO’s, de rechters in ondernemingszaken. Zij zijn geen beroepsmagistraten en kijken daardoor met hun eigen blik en expertise naar een zaak. Ze brengen pragmatisme en creativiteit mee de rechtbank binnen en geven directe input vanop het terrein. Anouk Devenyns pleit zelfs voor een veralgemening van het systeem. Elke rechtbank zou er wel bij varen. “Het is vooral verrijkend dat zij van allerlei achtergronden komen, vaak ingenieurs of accountants, maar ook bedrijfsjuristen.” Al heeft een bedrijfsjurist een gelijkaardige achtergrond als de rechter, toch kijkt die weer anders naar een dossier dan een magistraat.
Zo ontstaat er een vruchtbare kruisbestuiving tussen de niet-beroepsrechters en de beroepsrechters. Een echte win-win. Want ook de RIO leert eruit. Het is voor een bedrijfsjurist enorm leerzaam om van binnenuit te ervaren hoe een ondernemingsrechtbank werkt. Die meerwaarde zou bij de bedrijfsjuristen nog meer bekend mogen gemaakt worden, vult Lien aan.
De uitdaging van AI
Voor de rechtbank zijn de grote uitdagingen van vandaag digitalisering, AI en de omvang van de dossiers die aan de rechters worden voorgelegd. Uitdagingen die elkaar enkel maar versterken. Advocaten gebruiken vandaag steeds vaker AI om conclusies op te stellen. Resultaat daarvan is dat die conclusies alsmaar aanzwellen in lengte; 100 pagina’s is niet langer een uitzondering. Vraag is hoe we daar mee moeten omgaan. Zou een advocaat verplicht moeten worden het te melden als hij AI gebruikt heeft? Aan zijn cliënt? Aan de tegenpartij? Aan de rechtbank?
Wat de toekomst ook brengt, we mogen nooit ons eigen menselijk oordeel uit handen geven – Lien Thijs
Ook hier weer lopen de bezorgdheden gelijk. AI is ook voor de bedrijfsjurist dé uitdaging van vandaag. Binnen het IBJ werd een AI-protocol uitgewerkt, maar we staan nog maar aan het begin van de evolutie merkt Lien Thijs op. “Maar wat de toekomst ook brengt, we mogen nooit ons eigen menselijk oordeel uit handen geven.”

Welke boodschap hebben ze nog voor elkaar?
De ondernemingsrechtbank en de bedrijfsjurist moeten elkaar beter leren kennen. Pierre-Yves nodigt de bedrijfsjurist uit om meer naar de rechtbank te komen. Het is voor beide partijen leerrijk. De bedrijfsjurist beschikt vaak over cruciale informatie die het voor de rechtbank mogelijk maakt om tot een goed oordeel te komen. En de bedrijfsjurist hoort vanop de eerste rij wat de rechter zegt, hoe hij redeneert. Dat is ontzettend leerrijk.
Lien drukt dan weer de wens uit van vele bedrijfsjuristen voor meer voorspelbaarheid en snelheid in de rechtspraak.
Zo kan het vertrouwen in elkaars rol groeien.
Interview: Wim Putzeys, met bijzondere dank aan Anouk Devenyns, Lien Thijs, Pierre-Yves de Harven en Nicolas Istas.



0 reacties