"Als iemand aangeeft iets niet te willen, is dat geen vraag. Het is de grens." Met die ene zin besloot ik mijn pleidooi tijdens het Vlaams Pleitjuweel 2025. Geen juridisch jargon. Geen ingewikkelde constructie. Gewoon één glashelder beeld dat het hart van de zaak raakte. Want dat durven we wel nog eens vergeten: een pleidooi is geen voorleessessie van conclusies. Het is zeggen wat moet blijven hangen en niet meer dan nodig is. Het is de kunst om een rechter mee te nemen in het verhaal en de onderliggende redenering.
Met het afleggen van de eed begint voor jou een van de mooiste avonturen die het recht te bieden heeft. Je treedt toe tot een beroepsgroep die iets uitzonderlijks toevertrouwd kreeg: het pleitmonopolie. Het recht, en de verantwoordelijkheid, om het woord te nemen namens een ander, met overtuiging, integer en waardig. In een samenleving waarin bovendien veel wordt geroepen, maar waarin steeds minder écht wordt geluisterd naar elkaar, krijgt de advocaat in de rechtszaal een zeldzame opdracht: de aandacht opeisen voor het standpunt van een ander. Voor diens verhaal. Voor diens recht.
Dit artikel beoogt geen droge handleiding te zijn. Het is een uitnodiging om verliefd te worden op het pleiten. Aan de hand van vijf kernpunten, gepuurd uit de praktijk, wil ik je op weg helpen. Maar vergeet niet: gebruik ze als richtingaanwijzers, niet als rigide regels. Ga ermee aan de slag en maak ze vooral eigen.
Pleiten is de kunst van de eristische dialectiek
Maar eerst: wat is pleiten eigenlijk? Voor mij is pleiten de kunst van de eristische dialectiek: de kunst om feiten, recht en strategie te verbinden en zo de rechtbank te overtuigen van jouw standpunt. Het gaat dus niet louter om ‘de waarheid’, maar om bewijs, interpretatie, geloofwaardigheid en strategische klemtonen.
Dat betekent uiteraard niet dat pleiten gelijkstaat aan sluw of perfide redetwisten. Integendeel. De grens ligt altijd bij onze deontologie. Een advocaat mag scherp, krachtig en retorisch pleiten, maar mag niet bewust misleiden, feiten verdraaien of de rechter opzettelijk verkeerd informeren. Wat het wél betekent, is dit: een goed pleidooi somt niet alleen correcte rechtsregels op. Het toont waarom bepaalde feiten ertoe doen. Het plaatst het recht in een context die de rechter helpt om tot een beslissing te komen.
Een sterk pleidooi zoekt dus niet alleen gelijk in het recht. Het maakt dat gelijk zichtbaar, aannemelijk en moeilijk te ontwijken.
Een goed pleidooi staat of valt met een heldere structuur.
1. Structuur is je kompas
Een goed pleidooi staat of valt met een heldere structuur. Dat klinkt als een open deur, maar je zou er versteld van staan hoeveel ervaren advocaten verdwalen in hun eigen betoog. De rechter die al twintig pleidooien heeft aangehoord, heeft maar één onuitgesproken verzoek: maak het mij gemakkelijk om u te volgen.
Doe dat door van bij het begin duidelijk te maken waar je naartoe gaat. Start met een zin, vraag, beeld of korte anekdote die de aandacht grijpt. Schets vervolgens (kort) de feitelijke context en formuleer daarna helder de kernvragen waarover de rechtbank zich moet buigen en behandel ze vervolgens één voor één. Tot slot herhaal je de hoofdboodschap en rond je krachtig af.
Durf daarbij te kiezen. Een pleidooi wordt zelden sterker door alles te willen zeggen. Twee of drie goed opgebouwde punten overtuigen doorgaans meer dan tien losse argumenten die elkaar verdringen. Onthoud: simpel en logisch wint áltijd van complex en chaotisch. Kondig je structuur ook expliciet aan. Vertel de rechtbank wat je zal bespreken en in welke volgorde. Zo leid je de rechters helder door jouw verhaal en geef je hen een kapstok om alles aan op te hangen.
2. Houd de aandacht vast — want niemand luistert lang onafgebroken
Laten we eerlijk zijn: niemand kan onafgebroken geconcentreerd blijven luisteren. Ook een rechter niet, en al zeker niet tijdens een lange zitting van drie uur met opeenvolgende pleidooien. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, zolang de kern van het betoog maar landt.
Een eenvoudige techniek is om de rechtbank rechtstreeks aan te spreken: "Mevrouw de voorzitter, ik vraag uw bijzondere aandacht voor het volgende punt." Zo’n moment werkt als een mentale resetknop. De rechtbank kijkt op, de pen komt opnieuw in beweging en de aandacht keert terug. Gebruik deze techniek evenwel spaarzaam en bewust. Vooral wanneer je een cruciaal argument aanbrengt, een doorslaggevend stuk bespreekt of de kern van je redenering samenvat, komt deze techniek tot zijn recht.
Ook je lichaamstaal doet ertoe: je lichaam moet je woorden ondersteunen, niet tegenspreken. Non-verbale communicatie is dus minstens zo belangrijk. Maak oogcontact, neem een open houding aan, gebruik bewuste handgebaren, hanteer een wisselend tempo, etc. Kleine ingrepen, zoals een stap naar voren bij een cruciaal argument, kunnen bovendien een groot effect hebben. Ze maken allemaal deel uit van de overtuigingskracht.
Net zo belangrijk: spreek helder en rustig, articuleer duidelijk, en spreek vooral niet te snel. Onderschat ook nooit de kracht van een pauze. Een seconde stilte na een sterke zin geeft die zin gewicht. Het laat de woorden landen bij de rechter. Het dwingt aandacht af zonder dat je je stem hoeft te verheffen.
3. De kracht van taal — want advocaten zijn taalkunstenaars
Advocaten zijn eigenlijk linguïsten, taalkunstenaars. Eén treffend beeld zegt meer dan honderd woorden. Denk aan het verschil tussen "mijn cliënte werd lastiggevallen" en "mijn cliënte werd bestookt met meer dan duizend telefoontjes, vijfduizend berichten en achtduizend e-mails in amper een paar maanden tijd." Het eerste is een mededeling. Het tweede is een beeld dat beklijft.
Durf (ook) complexere woorden te gebruiken in je pleidooi. Dat hoeft niet altijd vakjargon te zijn. Het kan ook weloverwogen woordenschat zijn die aansluit bij de kerngedachte van het betoog. Ga op zoek naar dat ene woord dat precies dekt wat je wilt zeggen. Het verschil tussen "herhaaldelijk contact opnemen" en "bestoken" is het verschil tussen een pleidooi dat de rechter in het beste geval hoort en een pleidooi dat de rechter onthoudt.
4. Humor is krachtig, maar gevaarlijk speelgoed
Humor is bijzonder krachtig, maar ook riskant. Een goed getimede kwinkslag kan de sfeer in de rechtszaal ontdooien en zal zonder meer bijblijven bij de rechter. Maar niet elke zaak verdraagt humor. In een stalkingzaak, een ontslagprocedure of een strafzaak met zwaar geweld kan een poging tot humor snel de indruk wekken dat je de zaak niet ernstig neemt.
De gouden regel: test humor hardop tijdens je voorbereiding. Voelt het niet goed? Geforceerd? Valt het verkeerd? Laat het weg en kies eerder voor een vleugje dramatiek. Een retorische vraag, een bewuste stilte, een zin die je herhaalt met stijgende intensiteit: het zijn allemaal manieren om emotie over te brengen zonder ongepast te zijn. Dramatiek creëert immers dezelfde aandacht als humor, maar met minder risico. Ze laat ruimte voor emotie, zonder de ernst van de zaak te ondergraven.
5. Een overtuigend einde maakt het verschil
Een pleidooi heeft twee sleutelmomenten: het begin én het einde. De openingszin zet de toon, maar het slot bepaalt wat de rechtbank uiteindelijk meeneemt naar het beraad. Investeer daarom minstens evenveel tijd in je laatste drie zinnen als in je eerste drie.
Het slot van je pleidooi is daarbij geen samenvatting van je conclusies. Herhaal wel je kernboodschap, en dat op zo'n manier dat het een krachtige, motiverende en/ of emotionele indruk nalaat. Je slot is het gesproken uitroepteken achter je betoog.
Voorbereiding: het onzichtbare fundament
Achter elk schijnbaar moeiteloos pleidooi schuilt voorbereiding. Of zoals de iconische Amerikaanse auteur Mark Twain het ooit verwoordde: "It usually takes me more than three weeks to prepare a good impromptu speech." Spontaniteit is vaak het resultaat van grondige voorbereiding.
Begin daarom met één centrale vraag: wat wil ik dat de rechter meeneemt naar het beraad? Welk beeld, welke overtuiging, welke kernzin moet blijven hangen? Zonder die heldere kern wordt een pleidooi snel een opsomming van argumenten zonder richting. Ken ook de rechtbank. Een handelsrechter die cijfers en documenten wil zien, vraagt een andere aanpak dan een politierechter op een drukke zitting die al twintig zaken achter de rug heeft. Vraag je bovendien af wat de rechter al weet uit het dossier. Worden er vragen gesteld? En zo ja, welke zouden dat kunnen zijn? Pleit niet tégen de rechtbank, maar mét de rechtbank in gedachten. Anticipeer op wat zij nodig hebben om jou te volgen.
En ja, er zal stress zijn. Dat is normaal. Sterker nog: een beetje stress is nuttig. Het zorgt voor scherpte en maakt dat je alert bent. Als de zenuwen toch te veel opspelen: doe ademhalingsoefeningen, houd een pen vast, etc. En herinner jezelf: alles staat op papier. De conclusies liggen neer. Het ergste dat kan gebeuren? Dat je een zin vergeet… en dan kijk je gewoon even naar je voorbereiding en ga je verder.
Helder en overtuigend spreken is geen aangeboren talent; het is een vaardigheid.
Blijf jezelf
Te midden van al deze tips en technieken is er één overkoepelend advies dat boven alles staat: ken jezelf en blijf trouw aan jezelf. Kopieer niet (maar leer wel van) de stijl van je stagemeester, een confrater, collega of iemand die je bewondert omdat die "het zo goed doet". Vind je eigen stem. De ene advocaat overtuigt met stille intensiteit, de andere met gedreven passie, weer een andere met droge precisie. Allemaal effectief, zolang het authentiek is.
Helder en overtuigend spreken is bovendien geen aangeboren talent; het is een vaardigheid. Een vaardigheid die je kunt trainen, slijpen en verfijnen, pleidooi na pleidooi, zitting na zitting. Elke keer dat je opstaat in de rechtszaal, word je beter. Vergeet ook niet: ook wanneer je zelf niet aan het woord bent, kan je leren. Luister tijdens het wachten naar andere confraters. Wat werkt? Wat mist overtuigingskracht? Wanneer kijkt de rechter op? Wanneer haakt deze af?
Tot slot: geniet ervan
Bovenal geniet van het pleiten en beleef er plezier aan. Het pleitmonopolie is een voorrecht. Het is een van de mooiste aspecten van ons beroep: het woord mogen nemen namens iemand anders, met overtuiging, toewijding en respect.
Waarde Confrater, welkom bij de mooiste beroepsgroep die er bestaat. Je staat niet enkel aan het begin van je carrière, je begint aan een ambacht. Het ambacht van het woord. Oefen met toewijding, beoefen het met passie, verfijn met nederigheid en vergeet nooit waarom het ertoe doet.
Silentium iustitiam non parit.
Jory Brabants D’Hooghe, advocaat bij GD&A Advocaten
Dit artikel verscheen eerder ook in het Jubel Magazine. Het papieren tijdschrift ontvangen? Stuur een mailtje naar redactie@jubel.be.



0 reacties