De nieuwe advocatendeontologie op een bedje van zalm ​(deze column kan sporen van ironie en satire bevatten) cover

4 feb 2026 | Column

De nieuwe advocatendeontologie op een bedje van zalm ​(deze column kan sporen van ironie en satire bevatten)

Door Hugo Lamon

Recente vacatures

Advocaat
Publiek recht Vastgoed
0 - 3 jaar
Antwerpen
Specialist
Publiek recht
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Jobstudent
Vennootschapsrecht
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Advocaat
Ondernemingsrecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen

​De tuchtraad van beroep van advocaten heeft beslist een jonge advocate “weg te laten” van de balie, omdat zij in het weekend onbezoldigd gastvrouw is in het restaurant van haar echtgenoot en daarbij ook volgens de tuchtraad van beroep een prominente plaats inneemt “in de communicatie van de handelszaak”. Ik maakte reeds eerder een eerste analyse van de beslissing. (https://www.jubel.be/welk-soort-advocatuur-willen-wij/).

Aan de balie leeft, vooral (maar niet uitsluitend) bij jongere advocaten, de opvatting dat de deontologie hiermee ergens in de twintigste eeuw is blijven steken. Het is juridisch wel wat complexer. De advocate werd verweten een inbreuk te plegen op art. 437 van het Gerechtelijk Wetboek dat opsomt welke activiteiten onverenigbaar zijn met het beroep van advocaat. De wet vermeldt daar ook dat “het drijven van handel en nijverheid” verboden is voor advocaten. Die begrippen zijn intussen in het ondernemingsrecht afgeschaft, zodat de toepassing van die criteria altijd een sprong in de (oude) tijd veronderstelt. Waarom heeft de orde zelf die dode koe weer uit de gracht gehaald zonder dat iemand daar om had gevraagd?

Je mag dus volgens die visie als advocaat niet (gratis) helpen bij iemand die vroeger “handelaar” was, maar nu in het Wetboek van economisch recht een gewone ondernemer is (zoals overigens de advocaat dat ook is). Maar stel nu dat de partner van een advocaat zelfstandig marketingcoach is en de advocaat de partner naar de werkplek rijdt om op die manier geen tweede auto te moeten kopen voor het gezin. Die spaarzaamheid kan de advocaat duur te staan komen, want hij wordt plots de meehelpende partner van een handelaar. En tast dat niet de onafhankelijkheid aan, zo samen in de auto zitten en voor de deur afgezet worden? Zullen de cursisten daar geen belangenvermenging in zien? En zal nu ook de advocaat worden weggelaten die nu en dan in weekend zijn vader helpt in de biologische tuin met groenten, die de vader verkoopt aan geïnteresseerden?

Laten we nog even een andere gedachtesprong maken. In art. 437 van datzelfde Gerechtelijk Wetboek staat ook dat het beroep van advocaten onverenigbaar is met dat van “werkend magistraat” (beroepsmagistraat). Maar kan, in het licht van de strenge interpretatie van de onverenigbaarheden, een advocaat nog wel gehuwd zijn met een magistraat? Door samen onder één dak te leven faciliteert de advocaat misschien wel de magistraat in zijn beroepsuitoefening en komt dan de onafhankelijkheid van de advocaat niet in het gedrang? Laten we het niet gekker maken dan het al is.

Het moge duidelijk zijn dat de “nieuwe” interpretatie verder gaat dan een wettelijke invulling van het begrip, want de beslissing om onze onfortuinlijke meehelpende echtgenote in het restaurant weg te laten van het tableau is gestoeld op een bepaalde visie over het beroep die veel te weinig in vraag wordt gesteld en voor veel advocaten nu als onbegrijpelijk overkomt.

De bestuurder deontologie van de OVB gaf hierover uitleg in het Belang van Limburg: “Stel dat de advocate gespecialiseerd is in familierecht en echtscheidingen. In de voormiddag staat ze tegenover de ex van haar cliënte in de rechtbank. ’s Avonds kan ze deze dan tegenkomen in haar restaurant. ‘Hier krijgt u zalm op een bedje van …’ Die man zal snel zeggen: ‘Mens, houd uwe zalm’. Bij een nevenactiviteit mag de persoon het vertrouwen dat de burger in de advocaat stelt niet schenden. Dat is hier wel mogelijk.”

Ik moet toegeven dat ik het nu nog minder begrijp. De aankondiging van een zalm “op een bedje van …” doet bij mij hier eerder de reactie ontlokken “mens, houd uwe deontologie”.

Zullen we ons als advocatuur blijven opsluiten in onze eigen cocon van de 20ste eeuw, zonder blik op de boze buitenwereld waar we in eerste plaats juridische dienstverleners zijn, maar soms ook met een ruimer interesseveld? Zoals Eddy van Vliet, gevierd dichter en bij leven ook getalenteerd advocaat ooit schreef (even tussendoor: zou dat nu eigenlijk nog mogen, advocaten die boeken uitgeven, of tast dit nu ook de onafhankelijkheid aan):

“Het wordt tijd dat wij de vette gans
van de zakelijkheid villen en samen met haar
de boswachters die hout en wild ruilen voor goud.
Het wordt tijd dat wij verloochenen wat aangeslibd is
en kiezen wat ons niet langer verlamt.”

De voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies deed een oproep om het vuur voor het beroep te behouden. Laten we niet aan de kant blijven, maar mee die toekomst vormgeven. Op een bedje van zalm. Want zalmen zwemmen tegen de stroom.

Hugo Lamon

​​Lees hier meer columns van meester Hugo Lamon over Justitie.


Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen justitie, advocatuur en de juridische en fiscale wereld? Volg Jubel.be op LinkedIn.

Recente vacatures

Advocaat
Publiek recht Vastgoed
0 - 3 jaar
Antwerpen
Specialist
Publiek recht
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Jobstudent
Vennootschapsrecht
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Advocaat
Ondernemingsrecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *