Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat in Hasselt. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie van vrije beroepen. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie. Iedere week verschijnt zijn column “LAMON op woensdag” op Jubel.be .

Het assisenproces rond de terreuraanslagen van 22 maart 2016 heeft reeds voor een pittig debat gezorgd nog voor het goed en wel begonnen is. Inzet van de discussie was de vraag of de glazen kooien waarin de beschuldigden zullen moeten plaatsnemen niet strijdig zijn met de mensenrechten. De assisenvoorzitter, in het dagelijks leven ook de Eerste Voorzitter van het hof van beroep te Brussel, beval de afbraak van de kooien omdat die een eerlijk proces in de weg staan in de in zin van artikel 6 van het EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens).

Het belang van dit proces overstijgt in grote mate de juridische wereld. Justitie is het aan de talrijke slachtoffers en nabestaanden, maar ook aan de gehele samenleving, verschuldigd om de juridische waarheid vast te leggen. Justitie lijkt zich daar ook van bewust. Het proces is al geruime tijd voorbereid. Zo was er reeds drie jaar geleden overleg met iedereen die er toe doet, onder meer met de advocatenordes. De principiële vraag of de assisenprocedure zich wel leent voor een dergelijk monsterproces werd te laat gesteld, omdat uiteraard de spelregels niet voor één specifieke zaak en tijdens de rit kunnen worden aangepast.

Ook over de locatie (een voormalig militair gebouw van de NAVO) stelden sommigen zich vragen, omdat dit niet hetzelfde aura heeft als een gerechtsgebouw. Er moesten veiligheidsafwegingen worden gemaakt en er moest ook rekening worden gehouden met praktische hindernissen (zoals de grote hoeveelheid partijen en advocaten, maar ook de fysieke bereikbaarheid van het gebouw). De zaal werd speciaal voor het proces ingericht, zodat het toch wat verwondering kan wekken dat die al moet worden aangepast vooraleer de zaak effectief van start gaat. De verbazing slaat niet op de vraag van de advocaten die niet willen dat hun cliënten als beesten in een kooi worden geplaatst, maar wel waarom die kooien zo werden gebouwd. Er blijkt maandenlang overleg te zijn geweest, wat uiteindelijk is uitgemond in kooien waarbij de beschuldigden blijkbaar niet eens goed konden horen wat er in de zittingszaal zou worden gezegd en waarbij een vertrouwelijk overleg met hun advocaten bijna onmogelijk zou zijn.

De beslissing tot afbraak toont alvast aan dat onze rechtstaat nog in goede gezondheid verkeert

De beslissing tot afbraak toont alvast aan dat onze rechtstaat nog in goede gezondheid verkeert en het principe van een eerlijk proces niet moet wijken, al zal bij de latere evaluatie van het proces toch moeten worden onderzocht hoe het zover is kunnen komen.

De zittingen zullen geleid worden door de Eerste Voorzitter van het hof van beroep. Dat is moedig, want wanneer het fout loopt zal zij ook de volledige verantwoordelijkheid dragen. In de marge kan wel de vraag worden gesteld wie nu gedurende al die maanden het management zal waarnemen van het voor het overige zieltogende hof van beroep, of is dat geen prioriteit meer?

De “waarom”-vraag

Het proces zelf moet antwoorden bieden op de “waarom”-vraag. In Frankrijk werd maandenlang een proces gevoerd rond de moordaanslagen in o.m. de concertzaal Bataclan. Toen na wekenlang stilzwijgen een beschuldigde begon te spreken was dat voor de media groot nieuws. Al ontspon er zich bij journalisten al snel een debat over de vraag of er wel zoveel aandacht moest worden besteed aan al die woorden. De pers zal zich ook hier best tijdig over dat soort kwesties bezinnen.

En wat zal het proces bijbrengen aan de samenleving? Hopelijk ontaardt het niet in allerhande procedurekwesties en grijpen alle actoren het aan om tot de waarheidsvinding te komen, maar ook om de samenleving toe te laten in het reine te komen met zichzelf.

In Frankrijk vond ook het proces plaats over de blinde terreur in de redactielokalen van het satirische weekblad Charlie Hebdo. De advocaat van Charlie Hebdo publiceerde na het proces zijn pleidooien (Richard Malka, Le droit d’emmerder Dieu, Grasset, 2021) wat o.m. een lezenswaardig betoog is op het recht van blasfemie. Bij aanvang van zijn pleidooi zei hij o.m. ook : “Le sens premier de ce procès, c’est évidemment de les juger, ces accusés. (…) Mais de là a penser que ce serait le seul sens, ce serait une erreur. (…) Le sens de ce procès, c’est aussi de démontrer que le droit prime sur la force.(…)”. Het gaat om meer dan enkel de gepleegde feiten: “Ils ont une signification, une portée politique, philosophique, métaphysique. (…) Le sens de ces crimes, c’est l’annihilation de l’Autre, de la différence. Si l’on ne répond pas à cela, alors on se sera arrêté au milieu du chemin, on aura sanctionné l’acte, le crime, sans appréhender sa portée”.

Hopelijk brengt het proces de samenleving tot de kern van deze discussie. Alleen dan zal de inzet van middelen en mensen verantwoord zijn geweest.

Hugo Lamon

Meer ‘Lamon op woensdag’-columns lezen? Dat kan hier


Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen de juridische en fiscale wereld?
Volg Jubel.be op LinkedIn

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat in Hasselt. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie van vrije beroepen. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie. Iedere week verschijnt zijn column “LAMON op woensdag” op Jubel.be .

Bekijk alle artikelen

1 reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Dit toont aan dat, daar waar sommige procesvoeringen quasi digitaal kunnen verlopen (een financiële of een fiscale zaak bijvoorbeeld), een “klassieke” procesvoering in een rechtszaal, met het gebruikelijke ceremonieel en met fysieke aanwezigheid, onontbeerlijk blijft. Zeker in strafzaken.