Rechtuit

De factuur van de advocaat mag niet buitensporig worden beperkt

Avatar
Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg (LAMON LAW).
Hij mengt zich regelmatig in het maatschappelijk debat over justitie.

Iedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing.

De wet van 22 april 2019 tot “het toegankelijker maken van de rechtsbijstandsverzekering” kwam er niet zonder slag of stoot. Er circuleerden verschillende voorontwerpen (waarbij zelfs enkele malen de uitgangspunten grondig werden bijgesteld) en er was krachtig lobbywerk van, overleg met en soms onenigheid tussen de verschillende betrokken actoren. Op de eerste plaats was de minister van justitie vragende partij, die de wet (en vooral het uitvoeringsbesluit, met tarieven) als een speerpunt zag in zijn beleid. Uiteraard volgde ook de advocatuur het wetgevingsproces nauwgezet op, al was de balie intern verdeeld over de wenselijkheid van een dergelijk wetgevend ingrijpen,  zeker zolang er geen duidelijkheid was over de concrete bedragen van de tussenkomst. Achter de schermen was er ook het lobbywerk van de rechtsbijstandsverzekeraars, die hun commercieel product niet al te zeer door de wetgever wilden laten beknotten. Van de wet van 22 april en het uitvoeringsbesluit wordt gezegd dat het een door iedereen gedragen compromis zou zijn.

Dat belette een Gents advocaat, en samen met hem het advocatenkantoor dat zijn naam draagt, er natuurlijk niet van om de wet aan te vechten bij het Grondwettelijk Hof. Het tegendeel zou verbaasd  hebben, want de weg naar het Grondwettelijk Hof is het lot dat bijna iedere nieuwe wet moet ondergaan. Het is de ultieme toetsing van de grondwettigheid van wetten door het hoogste rechtscollege met die bijzondere samenstelling, waarvan het Rechtskundig Weekblad deze week op verrassende wijze haarfijn traceert door welke politieke partij iedere rechter is voorgedragen (al wordt het wat omfloerst in die vakliteratuur gekaderd binnen “opvolgingsgolven”).

In een arrest van 14 november doet het Grondwettelijk Hof uitspraak over het verzoek om de wet tot “het toegankelijker maken van de rechtsbijstandsverzekering” te schorsen. Het Grondwettelijk Hof wees dat verzoek af.  Alhoewel het Hof slechts uitspraak doet over de schorsingsvoorwaarde van het moeilijk te herstellen nadeel, neemt het toch ook standpunt in over cruciale principiële punten.

Het is goed om eerst even de discussie te situeren: De verzekeraar moet in het kader van de rechtsbijstandsverzekering slechts tussenkomen (en dus dekking verlenen) voor de bedragen die in het uitvoeringsbesluit zijn opgenomen. Dat  uitvoeringsbesluit bevat een lange lijst met prestaties afhankelijk van de aard van de zaak, met telkens een bedrag dat maximaal door de verzekeraar moet ten laste worden genomen.

Artikel 11 van de wet bepaalt dan weer dat de advocaat zich ertoe kan engageren zijn erelonen en kosten tot die bedragen te beperken (zodat procederen voor zijn cliënt niets kost). De advocaat dient zijn cliënt wel te informeren of hij al dan niet het engagement aangaat om zijn kosten en erelonen te beperken tot die bedragen en over de gevolgen die daaraan verbonden zijn. De wet legt dus een informatieplicht op aan de advocaat, maar de bedragen uit het uitvoeringsbesluit zijn geen bindend tarief.

Het Grondwettelijk Hof ziet geen problemen met die regeling. “Wanneer de cliënt ermee instemt dat de erelonen en kosten niet worden bepaald op de bedragen per prestatie zoals bepaald door de Koning, en aldus ermee instemt de overschrijding van die bedragen zelf ten laste te nemen, ondergaat de advocaat geen enkel nadeel van de bestreden bepaling, vermits zijn ereloon en kosten volledig worden betaald, deels door de verzekeraar, deels door de cliënt.”

En wat als de cliënt daar niet mee instemt? Is er dan geen probleem, zeker nu een cliënt toch altijd vrij zijn advocaat moet kunnen kiezen? Ook daar ziet het Grondwettelijk Hof  geen probleem. De advocaat is zelf niet verplicht om een cliënt bij te staan wanneer die niet akkoord gaat om de bedragen ten laste te nemen die niet door de verzekering gedekt zijn. Volgens het Hof is het dus de vrije keuze van de advocaat zelf om te zeggen dat hij een bepaalde zaak niet wil behandelen.

De hoogte van de tussenkomst van de verzekeraar staat niet in de wet, maar  in een Koninklijk Besluit. De wetgever machtigt dus de uitvoerende macht om de wet concreet te maken. “Die machtiging kan, gelet op de door de wetgever nagestreefde doelstellingen, niet in die zin worden geïnterpreteerd dat de Koning de bevoegdheid heeft om de door de verzekeraars ten laste te nemen kosten en erelonen van de advocaten op een buitensporige wijze te beperken”. De volgende ministers van justitie zijn dus hiermee duidelijk gewaarschuwd: een verdere beperking van de door de verzekeraars ten laste te nemen kosten en erelonen zal door het Grondwettelijk Hof niet worden getolereerd.

Hugo LAMON

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Het boek ‘Jubelende Justitie’ is vanaf nu verkrijgbaar. In onderstaande video geeft meester Lamon extra toelichting.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.