De dag van de rechtsstaat moest deze week wijken voor de vierde coronagolf. Een rechter die in ons land politiek asiel kreeg en voorheen in zijn land van herkomst hoge magistraat was zou er praten over wat het betekent in een land te leven waar de rechtsstaat volledig wordt uitgehold. Het is jammer dat de dag werd afgelast, want het zou allicht interessante inzichten hebben opgeleverd. Ironisch daarbij is dat het net het coronavirus is, dat volgens sommigen al zoveel vrijheden onder druk heeft gezet, dat die reflectie over de vrijheden heeft doen stilvallen. Het gesprek met de gevluchte magistraat zou ons misschien ook wat hebben doen relativeren over onze eigen situatie. Sommigen vinden dat dit land gebukt gaat onder permanente mensenrechtenschendingen allerhande, maar zijn er dan zoveel landen die het globaal genomen beter doen? Het debat zal weer oplaaien nu de nieuwe heropflakkering van het coronavirus ertoe leidt dat er weer nieuwe vrijheidsbeperkende maatregelen zullen worden opgelegd.

Toen vorig jaar het virus voor het eerst wild om zich heen sloeg, wist eigenlijk niemand over hoe we daar als samenleving mee moesten omgaan. Iedereen keek paniekerig, bij gebrek aan enig alternatief, naar de wetenschappers. Virologen bepaalden de marsrichting. Zij werden gedwongen hun wetenschappelijke twijfels op te bergen en de bevolking moed in te spreken. Even leek het erop dat ze zich van hun rechte pad lieten brengen door andere dan wetenschappelijke motieven. Eerst was een mondmasker nergens goed voor (dat standpunt was toen nuttig, omdat dat toen een schaars goed was) en later bleek het masker dan weer onmisbaar (zeker toen ook de politieke wereld op zoek was naar symboolmaatregelen om aan de bevolking de indruk te geven dat alles onder controle was). Daarna werden in een helse vaart vaccins ontwikkeld en werd er luid verkondigd dat na twee prikken “het rijk der vrijheid” opnieuw zou heroverd worden. De stem van de wetenschappers, die met hun gebruikelijke nuances op de risico’s wezen, werd toen plots naar de achtergrond verdreven.

Het gaf het voorbije anderhalf jaar allemaal aanleiding tot een hele reeks beperkingen. Van de eerste chaotische lockdown, over contacten in bubbels, het dragen van mondmaskers en fysieke afstand tot het verbod om met velen samen te komen. Er volgden een resem beleidsadviezen, waarbij allerhande drukkingsgroepen pogingen ondernamen om de maatregelen te kneden. Uiteindelijk bleek niemand met grote zekerheid te weten of die beperkingen wel voldoende waren of net te verregaand en of er niet beter iets anders zou worden bedacht. Zo gaat dat met fenomenen waar nog weinig wetenschappelijke evidentie over bestaat.

Het wettelijk arsenaal was divers en niet altijd heel eenduidig. De hoven en rechtbanken waren mild voor de eerste chaotische regelgeving. De perfectie is niet van deze wereld en zelfs onze hoogste rechtscolleges toonden begrip voor de uitzonderingssituatie. Naarmate de tijd verstreek was er steeds meer juridisch gemor, soms op principiële gronden (de vrijwaring van de grondrechten) maar al evenzeer vanuit een mercantiel perspectief (het zorgt voor nieuwe geschillen en dus meer werk voor sommigen).

De wetenschappers, de politici en ook de bevolking twijfelen nu steeds vaker aan de noodzaak en de efficiëntie van de maatregelen of het gebrek daaraan. Zo rijst nu de vraag of de zorgverstrekkers zich verplicht zullen moeten vaccineren, op gevaar af hun job te verliezen. Tegenstanders zwaaien met de lichamelijke integriteit en het recht op zelfbeschikking. Anderen wijzen erop dat vrijheid niet belet dat je ook een aantal verplichtingen hebt ten aanzien van de samenleving.

Het lijdt geen twijfel dat de vraag aan de rechter zal worden voorgelegd. Die mag niet twijfelen. Van rechters wordt een heldere beslissing verwacht.

Net op 16 november herhaalde het Hof van Justitie (in de zaken C-748/19 t.e.m. C-759/) dat rechters moeten worden “behoed voor inmenging of druk van buitenaf die hun onafhankelijkheid in gevaar zou kunnen brengen”. Er mag geen rechtstreekse beïnvloeding zijn (in de vorm van instructies) maar ook geen “meer indirecte vormen van beïnvloeding die de beslissingen van rechters zouden kunnen sturen”. Dat zijn mooie beginselen, maar het is niet evident om ze toe te passen. Zijn de rapporten van wetenschappers die oproepen tot de grootste voorzichtigheid dergelijke vormen van indirecte beïnvloeding? Of is het eerder het gedrag van ministers die de vertrouwelijke rapporten lekken vooraleer ze op basis daarvan beslissingen moeten nemen? Of de niet aflatende stroom van fake news die via sociale media wordt verspreid?

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.