Jubel Talks II WVV-2

Jubel

Avatar

Dit is de Jubel-postbus. Op deze pagina verschijnen artikels geschreven door specialisten in het recht, notariaat, fiscaliteit, accountancy en Legal Tech zonder eigen auteurspagina op Jubel.be.

De artikels geplaatst onder de Jubel-postbus, spelen in op de juridische en fiscale actualiteit in België. Om die reden is de Jubel-postbus een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van de juridische en fiscale wereld en het Belgisch recht.

Wil u zelf bijdragen aan de Jubel-postbus? Contacteer de Jubel-redactie via het formulier "Postbus" op de website.

De auteur van dit artikel – Rudi Delarue – is één van de panelleden die op 26 februari deelneemt aan de eerste Jubel-Talks waar hij digitaal in gesprek gaat met drie andere experts uit verschillende sectoren over telewerk en cao nr. 149.

Ontdek hier meer of registreer meteen uw deelname!

De tijdelijke cao nr. 149, gesloten door de sociale partners op 26 januari 2021 in de Nationale Arbeidsraad (NAR), voorziet in een specifieke omkadering voor het door de overheden verplicht of aanbevolen telewerk in het kader de COVID-19-pandemie. De cao houdt, onder bepaalde voorwaarden, rekening met bestaande akkoorden in ondernemingen over telewerk, gesloten of aangenomen voor 1 januari 2021. De cao regelt op een evenwichtige wijze de meest relevante rechten en plichten bij telewerk en voorziet in de mogelijkheid om die te preciseren. Ten slotte behandelt de cao het welzijn op het werk, met inbegrip van de psychosociale dimensie en de situatie van kwetsbare telewerkers.  

door Rudi Delarue, voorzitter Nationale Arbeidsraad[1]

Toepassingsgebied

De suppletieve cao nr. 149 is van toepassing van 26 januari 2021 tot 31 december 2021 op het telewerk in de privésector (profit en social profit) dat de overheid heeft verplicht of aanbevolen in het kader van de maatregelen om de opmars van het coronavirus tegen te gaan. De NAR heeft de algemeen bindend verklaring gevraagd.

Naast het structureel telewerk voorzien door de cao nr. 85 van 9 november 2005 betreffende het telewerk en het occasioneel telewerk voorzien door de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk, is door de cao nr. 149 een nieuw specifiek stelsel van telewerk van kracht.

De cao nr. 149 geldt enkel voor ondernemingen die op 1 januari 2021 nog geen regeling van telewerk hebben uitgewerkt overeenkomstig de cao nr. 85 inzake structureel telewerk of overeenkomstig de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk inzake occasioneel telewerk.

De cao is niet van toepassing op bestaande akkoorden, en meer in het bijzonder op de collectieve arbeidsovereenkomsten of de individuele akkoorden of de telewerkpolicies die zijn opgesteld met inachtneming van de regels van het sociaal overleg binnen de ondernemingen en die tot stand zijn gekomen vóór 1 januari 2021.

Toepassingsmodaliteiten

De nadere afspraken op basis van de cao nr. 149 kunnen worden vastgelegd in collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten op het niveau van de ondernemingen of door een wijziging van het arbeidsreglement of door individuele akkoorden of meegedeelde telewerkpolicies die zijn opgesteld met inachtneming van de regels van het sociaal overleg binnen de ondernemingen.

Arbeidsvoorwaarden

De telewerker heeft dezelfde rechten en plichten inzake arbeidsvoorwaarden als wanneer hij/zij op de bedrijfslocatie van de werkgever werkt. Indien in het kader van deze cao én overeenkomstig de gemaakte nadere afspraken specifieke aanvullende of afwijkende arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn, dan wordt de werknemer hierover geïnformeerd.

Verplichte afspraken over apparatuur en kosten

Er moeten afspraken worden gemaakt over de terbeschikkingstelling door de werkgever van de voor het telewerk benodigde apparatuur en technische ondersteuning en over de vergoeding van de kosten ingeval van gebruik van de eigen apparatuur van de telewerker en over de bijkomende verbindingskosten.

In het kader van deze afspraken wordt rekening gehouden met het globalere kader van het geheel van kosten of compensaties die tijdens de coronacrisis door de werkgever aan de telewerker worden betaald.

Arbeidsduur en werkbelasting

De telewerker organiseert zelf zijn/haar werk binnen de geldende arbeidsduur van de onderneming.

De werkbelasting en de prestatienormen van de telewerker zijn dezelfde als wanneer hij/zij op de bedrijfslocatie van de werkgever werkt.

Controle op de resultaten en/of de uitvoering van het werk

De werkgever heeft de mogelijkheid om op gepaste en proportionele wijze controle uit te oefenen op de resultaten en/of de uitvoering van het werk.

Deze controle door de werkgever mag niet continu zijn. Het gaat om de mogelijkheid in hoofde van de werkgever om op gepaste en proportionele wijze na te gaan of de werkzaamheden door de telewerker daadwerkelijk en correct werden verricht. Dit vereist het respect voor de wetgeving inzake de persoonlijke levenssfeer.

De bescherming van de gegevens van de onderneming moet worden gewaarborgd.

Verplichte bespreking en mogelijke afspraken

Voor iedere telewerker worden een aantal elementen besproken en in de mate van het mogelijke afspraken gemaakt over:

  • nadere regels voor de uurroosters. Bij ontstentenis van specifieke andersluidende afspraken, blijven de in de ondernemingen bestaande uurroosters van toepassing (zie punt arbeidsduur en werkbelasting);
  • nadere regels voor de controle op de te behalen resultaten en/of de beoordelingscriteria;
  • bereikbaarheid en de onbereikbaarheid van de telewerker. Dit gaat over de ogenblikken waarop of de periodes tijdens dewelke de telewerker te bereiken moet zijn of niet te bereiken is. Dit is steeds binnen de grenzen van de in de onderneming geldende arbeidsduur zodat rekening kan worden gehouden met de afstemming telewerk en privéleven.

Welzijn op het werk in verband met telewerk

De onderneming informeert de telewerkers over haar beleid inzake welzijn op het werk in de context van telewerk. In lijn met de wetgeving rond welzijn op het werk, gaat dat om informatie en richtlijnen over de preventiemaatregelen, in het bijzonder over de inrichting van de werkpost, het goede gebruik van de beeldschermen en de beschikbare ondersteuning op het vlak van techniek en informatica. Dit beleid van de onderneming moet zijn uitgewerkt met inachtneming van de regels van het sociaal overleg.

Die informatie, richtlijnen en preventiemaatregelen zijn gebaseerd op een multidisciplinaire risicoanalyse die ook rekening houdt met de psychosociale dimensie en met de gezondheidsaspecten eigen aan telewerk, inclusief de mogelijkheid van een informele of formele psychosociale interventie en de mogelijkheid tot spontane raadpleging van de preventieadviseur-arbeidsarts.

Waar nodig kunnen aanpassingen aan de arbeidspost voorgesteld worden conform de procedure voorzien in de Codex over het welzijn op het werk.

De werkgever neemt passende maatregelen om de verbondenheid van de telewerkers met de collega’s en met de onderneming te behouden en isolatie te voorkomen. Daarbij besteedt hij/zij bijzondere aandacht aan kwetsbare telewerkers. De werkgever kan onder andere goed georganiseerde en beperkte terugkeermomenten inplannen met respect voor de sanitaire voorschriften. Met “kwetsbare telewerkers” worden de telewerkers bedoeld die bijvoorbeeld door hun persoonlijke situatie, gezins- en/of huisvestingssituatie tijdens het telewerk met bijkomende spanningen te maken hebben.

De hiërarchische lijn en de telewerkers krijgen informatie en, indien nodig, een gepaste opleiding over de modaliteiten en specifieke aspecten van telewerk.

Collectieve rechten

De telewerker heeft dezelfde collectieve rechten als wanneer hij/zij op de bedrijfslocatie van de werkgever werkt. In het kader van het recht van de telewerknemer om te communiceren met de werknemersvertegenwoordigers en vice-versa, moeten de nodige faciliteiten daarvoor ter beschikking worden gesteld (met name digitale tools zoals bijvoorbeeld digitale mededelingenborden).

Rudi Delarue, voorzitter Nationale Arbeidsraad

referenties:

[1] Met dank aan Valerie Debrabandere van de NAR-studiedienst voor de ondersteuning. De cao’s van de Nationale Arbeidsraad zijn instrumenten van de interprofessionele sociale partners. Het beantwoorden van mogelijke interpretatievragen inzake de cao nr. 149 komt toe aan de sociale partners. De cao nr. 149 is vergezeld door advies nr. 2195 van 26 januari 2021.

Voor de tekst van de cao en het advies: surf naar www.nar-cnt.be

***

Rudi Delarue gaat op 26 februari tijdens de eerste Jubel-Talks in gesprek met:

  • Monica De Jonghe, Directeur-Generaal en Executive Manager VBO
  • Kathelijne Verboomen, Director kenniscentrum Acerta
  • Sandra Vercammen, Algemeen coördinator ACV Kader

Prof. dr. Frank Hendrickx (Instituut voor Arbeidsrecht, KU Leuven) modereert.

Wilt u er ook digitaal bij zijn? U kunt hier inschrijven voor dit interactief online panelgesprek.

 

 

Avatar

Jubel

Dit is de Jubel-postbus. Op deze pagina verschijnen artikels geschreven door specialisten in het recht, notariaat, fiscaliteit, accountancy en Legal Tech zonder eigen auteurspagina op Jubel.be.

De artikels geplaatst onder de Jubel-postbus, spelen in op de juridische en fiscale actualiteit in België. Om die reden is de Jubel-postbus een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van de juridische en fiscale wereld en het Belgisch recht.

Wil u zelf bijdragen aan de Jubel-postbus? Contacteer de Jubel-redactie via het formulier "Postbus" op de website.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.