Mag het nog: met een juridische bril kijken naar journalisten? cover

30 mei 2023 | Column

Ben ik echt achterlijk?

Door Hugo Lamon

(Ge)recht in de spiegel

Recente vacatures

Legal Counsel
Verzekeringsrecht
3 - 7 jaar
Brussel
Advocaat
Omgevingsrecht Publiek recht
0 - 3 jaar
Brussel
Jurist Paralegal
sociaal recht
0 - 3 jaar
Brussel
Jurist Paralegal
Verzekeringsrecht
3 - 7 jaar
Brussel

Aankomende events

Tot voor kort leefde ik in de overtuiging dat ik als advocaat mijn best deed. Ik moet mijn tijd wel met wijsheid indelen tussen het opvolgen van de stroom van nieuwe wetgeving, tegelijkertijd de bochten van het Hof van Cassatie in het oog houden, de digitalisering opvolgen en mij vertrouwd maken met Artificiële Intelligentie en natuurlijk ook de toenemende administratieve verplichtingen van iedere zelfstandige tijdig uitbesteden. Advocatuur is een beroep (vroeger zou ik gezegd hebben: een roeping) met dagelijks nieuwe uitdagingen. Daarbij ben ik het niet gewend om schouderklopjes te krijgen van mijn beroepsgenoten, maar bij wat me deze week overkwam moest ik toch even gaan zitten. De boodschap was niet persoonlijk tot mij gericht, maar toch voelde ik me plots in mijn blootje gezet.

Ik had net met enige bewondering kennis genomen van het feit dat Peter Callens, voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies vanop de “Annual bar leaders’ conference” in Helsinki via sociale media de groeten overmaakte aan de Vlaamse advocaten en aan de rest van de wereld. Het is goed dat ook daar onze stem wordt gehoord en wie zou die taak beter op zich kunnen nemen dan Peter Callens? “Dat is ene waarmee ge kunt buitenkomen” vertrouwde mij onlangs iemand in schoon Vlaams toe. Het mag dan ook niet verwonderen dat hij met een indrukwekkend verkiezingsresultaat verlengd werd als voorzitter.

Maar het was niet die mededeling vanuit Finland die mij van streek bracht, maar wel zijn veertiendaagse voorzittersbrief, waarin hij waarschuwt dat als het regent in New York, het motregent in Londen en wij het op termijn ook niet droog zullen houden. Hij wijst op de toenemende Angelsaksische invloed in onze rechtspraktijk. Ik moet bekennen dat mij dat grotendeels ontgaat. Dat blijkt volgens hem uit de evolutie van het “legalees”, het vakjargon dat de advocatentaal doorspekt. Hij citeert als bewijs van zijn stelling volgende voorbeelden: “‘Heb je een anti-sandbagging clause voorzien?’ ‘Reverse reps zal mijn cliënt niet aanvaarden.’ ‘Staat er een disclosure tegenover de rep?’ ‘Moeten wij een specific indemnity eisen?’ ‘Staat er een non-reliance in de due dil?’ ‘Komt er een unqualified legal opinion?’’ Ga zo maar door, voegt hij er nog fijntjes aan toe.

Moet ik mij nu ernstig zorgen maken dat ik zo niet spreek, het zelfs nauwelijks begrijp en zelfs geen enkele behoefte heb om mij met die taal te vereenzelvigen? Ben ik nu echt achterlijk aan het worden?

Ik denk dat het er eerder op wijst dat er verschillende soorten advocatuur zijn, net zoals er ook grote diversiteit is in de afnemers van de juridische diensten. Dit weekend verscheen in De Tijd een uitgebreid interview met Wim Dejonghe, de wereldwijde baas van Allen & Overy, en dit naar aanleiding van de fusie met het Amerikaanse kantoor Sherman & Sterling. Hij wordt nu voorzitter van wat de krant “een van de machtigste advocatenkantoren ter wereld” noemt, met 3,15 miljard euro omzet en 900 vennoten. Aan het hoofd staan van een dergelijke gigant is een puike prestatie voor een Vlaming en maakt ons allemaal een beetje trots, maar hebben we het wel over hetzelfde beroep als dat wat pakweg de 1.000 advocaten in Limburg beoefenen? De journalist confronteerde Dejonghe met uitspraken van Harvardprofessor David Wilkins en de Europese meesterstrateeg Albert Edwards. Ben ik achterlijk als ik beken dat ik van beiden nog nooit had gehoord en moeten mijn cliënten zich daar nu zorgen over maken?

In een krampachtige poging om enigszins te ontkomen aan mijn provincialisme sla ik de New York Times van 29 mei open, waar mijn oog valt op het artikel “Here’s What Happens When Your Lawyer Uses ChatGPT”. Het gaat over een advocaat die zijn conclusies in een zaak door ChatGPT had laten schrijven. Daarbij werden een half dozijn rechterlijke uitspraken geciteerd, voorzien van een geleerde bespreking, onder meer van “het uitsteleffect van de automatische schorsing van een verjaringstermijn”. Er was slechts één probleem: niemand kon die beslissingen en aangehaalde citaten terugvinden. De rechter doorzag dat en beval een hoorzitting. De advocaat moest bekennen hoe hij tewerk was gegaan en “dat hij dat in de toekomst nooit meer zou doen zonder absolute verificatie van de authenticiteit ervan”. Dat begreep ik wonderbaarlijk goed en plots kreeg in een opwelling van overmoed de gedachte dat bij mij toch niet alles op de helling stond. Ja, ik moet nog niet stoppen als advocaat. ChatGPT zal me nog niet onmiddellijk verschalken, al heeft Peter Callens me wel aan het denken gezet. Well done, old friend, al zeg ik het hem liever in het Nederlands.

Hugo Lamon

Lees hier eerdere columns van Hugo Lamon

Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen de juridische en fiscale wereld?
Volg Jubel.be op LinkedIn

(Ge)recht in de spiegel

Recente vacatures

Legal Counsel
Verzekeringsrecht
3 - 7 jaar
Brussel
Advocaat
Omgevingsrecht Publiek recht
0 - 3 jaar
Brussel
Jurist Paralegal
sociaal recht
0 - 3 jaar
Brussel
Jurist Paralegal
Verzekeringsrecht
3 - 7 jaar
Brussel

Aankomende events

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.