De minister van Justitie lanceerde vorige week zijn visietekst onder de ambitieuze titel “een nieuwe start voor justitie”. Hij kondigde een revolutionair investeringsplan aan. De minister voegde er meteen zelf aan toe dat hij veel doelstellingen niet allemaal binnen de huidige legislatuur zal kunnen realiseren. “Dit is een transformatie die een heel decennium in beslag zal nemen”, maar beloofde dat hij zich zal inzetten om elke dag vooruitgang te boeken. Het is dus een project op lange termijn. Ook de vorige minister van Justitie kondigde in oktober 2017 met zijn plan “Court of the future” een langetermijnvisie aan, maar de huidige minister heeft een andere marsrichting voor ogen. Het blijft voor politici een heikele bezigheid om verder te denken dan de huidige legislatuur.

Het plan van de huidige minister bevat allerhande voorstellen, plannen en soms vage ideetjes. De media concentreerden zich op de aankondigingen over het strafrecht, waarbij zoals vaak wordt vergeten dat er zovele andere voor de samenleving minstens even belangrijke uitdagingen zijn. Het stafrecht moet straffer, maar het blijkt geen echte beleidsprioriteit om ook eens na te denken over de wildgroei van allerhande stafrechtelijke bepalingen en de interne consistentie ervan. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat iedereen binnenkort kans maakt op een tijdelijk verblijf in de gevangenis?

Het plan bevat ook vele andere voorstellen die helaas tot nu onderbelicht zijn gebleven. Er wordt aangekondigd dat 116 bijkomende magistraten zullen worden benoemd en daarbij specifiek 15 om de achterstand bij het hof van beroep te Brussel weg te werken. Er wordt dus niet gewacht op de audit die de eerste voorzitter van dat hof heeft besteld bij de Hoge Raad voor de Justitie. Ook de arbeids-en ondernemingsrechtbanken krijgen 16 bijkomende magistraten (om de verwachte toevloed aan faillissementen en collectieve schuldenregelingen te verwerken). De heikele vraag of er ook gekeken zal worden naar de effectieve werklast van alle magistraten (eerder dan naar de verouderde criteria die aan de basis liggen van de invulling van de “kaders”) wordt handig omzeild door ook bijkomende middelen vrij te maken om een “senior expert” aan te stellen die als taak krijgt ondersteuning te bieden bij het “finaliseren van de werklastmeting” en de “metingen en het veranderingstraject te begeleiden”. Op dat punt lijkt het wollige taalgebruik niet te wijzen op spectaculaire vernieuwingen.

Intussen wordt alvast 200.000 euro vrijgemaakt voor een “employer branding campagne die justitie mee in de markt moet zetten als aantrekkelijke werkgever”. Als dit ook op de werving van magistraten slaat, blijft het uitkijken naar de reactie van de Hoge Raad voor de Justitie. Zal die ook de wervingsexamens met lage slaagcijfers door de branding manager laten screenen?

Er zal ook 137 miljoen euro Europees relancegeld worden aangewend voor een “digitaal transformatieplan” in vijf stappen. Het is niet geheel duidelijk hoe dit zich verhoudt tot het plan van de vorige minister. Het plan voorziet de “digitalisering van onderuit (te) begeleiden” in een “digitale cockpit” waarbij “7 ICT-experts uit de verschillende entiteiten en diensten (worden) samengebracht” en er verder 43 extra personeelsleden worden aangeworven voor de “structureel onderbemande ICT-dienst” van justitie. Dat klinkt bijzonder aantrekkelijk, maar zal dit ook betekenen dat wordt afgestapt van het uitbesteden van digitaliseringsprojecten aan de gerechtsdeurwaarders, notarissen en advocaten (die laatste via Diplad)? Het plan vraagt op dat punt wel verduidelijking.

Ronduit spectaculair is de aankondiging van de aanpassing van de middelen van de juridische tweedelijnsbijstand (pro deo door advocaten). De verhoging is zo groot dat het bijna “too big to be true” lijkt. Het budget stijgt van 65 miljoen euro (2021) naar 96 miljoen (2022), 126 miljoen (2023) tot 209 miljoen euro in 2024. De komende drie jaar zouden de inkomensgrenzen om in aanmerking te komen voor een pro-Deoadvocaat telkens met 100 euro per jaar stijgen. Blijkbaar zou het Rekenhof berekend hebben dat in 2024 dan 3,5 miljoen Belgen aanspraak zouden kunnen maken op een pro-Deoadvocaat. Dat is duizelingwekkend veel, zodat het toch wat uitkijken is naar hoe dit gefinancierd zal worden. Zal het fonds voor de juridische tweedelijnsbijstand (wat feitelijk een belasting is op het voeren van een procedure) aangewend worden voor de financiering en zal ook de vergoeding voor de advocatuur zelf stijgen? In ieder geval brengt een grote stijging van het budget ook een verhoogde verantwoordelijkheid voor de balies met zich mee en zal allicht een externe controle op de werking op de politieke agenda komen.

Grootste plannen, maar the proof of the pudding is in the eating.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.