Aviniti

Stel dat bij uw volgend bezoek aan de dokter die u diep in de ogen kijkend zou vertellen: “We gaan uw probleem niet oplossen aan de hand van de medische wetenschap, dat zou ouderwets zijn”. En wat te denken van de architect die zich argeloos zou laten ontvallen dat hij een woning wil bouwen maar zich niet gehinderd wil zien door al die technische aspecten, want de klant zou die beperkingen niet begrijpen?

Het zijn die vergelijkingen die bij mij opkwamen toen ik via sociale media een boodschap ontving van de Orde van Vlaamse Balies waarmee die de nieuwste podcast van de “taskforce overmorgen” van de Orde wilde promoten. De aandachtstrekker was een vette quote van één van hen: “Het grote probleem met advocaten is dat ze al hun problemen op een juridische manier proberen op te lossen.” Het houdt de suggestie in dat wie daarop reageert met “ja, en dan”, zichzelf voorgoed wegzet bij de advocatuur van gisteren, of minstens niet meer klaar is om de confrontatie aan te gaan met de advocatuur van overmorgen. Omdat het citaat wordt toegeschreven aan een ernstig en minzaam confrater die ik hoog inschat, loodste ik mij door het half uur podcast, waarbij de leden vooral over vandaag en over zichzelf vertelden. Ze beloofden wel te gaan nadenken over de toekomst, maar daarvoor moeten we later terugkomen. Wat mij vooral opviel was dat bij het beluisteren de interventie van de advocaat toch veel genuanceerder was dan de quote ons wilde doen geloven. Het lijkt er wel op dat nuance iets is voor juristen, maar niet voor wie modern wil communiceren. Wat de betrokken advocaat eigenlijk wilde zeggen is dat hij de indruk heeft dat nu juridische geschillen te vaak worden beslecht op grond van de meest overtuigende argumentatie van de beste advocaat, wat volgens hem niet noodzakelijk voor de beste beslissing zorgt. Hij vindt dat er meer op basis van data en input van buitenaf moet worden geoordeeld. Dat is toch wat anders dan de blitse eyecatcher, maar ook dan blijven er onopgeloste vragen.

In de opvattingen van gisteren is wetgeving een fenomeen waarbij via democratische besluitvorming regels worden opgelegd om het samenleven in goede banen te leiden. De (overheids)rechters zijn er om die regels te doen naleven en toe te passen in concrete gevallen. De advocaten van gisteren – en voor zover mij bekend ook deze van vandaag – zijn verplicht om hun juridische expertise te hebben en deze in te zetten in het belang van de cliënt.

Het klopt dat de samenleving complex is en de regels steeds vaker onduidelijk zijn en de toepassing ervan meer onvoorspelbaar zijn geworden. Er moet dan ook meer over die regels worden nagedacht. Wanneer wetgeving heel ingewikkeld wordt en nog slechts door een handvol specialisten wordt begrepen, gebeurt het trouwens steeds vaker dat geschillen door niet hypergespecialiseerde advocaten en rechters “op alternatieve wijze” worden beslecht, bijvoorbeeld met verwijzing naar principes uit het verbintenissenrecht.

Het is allicht ook zo dat te veel situaties nodeloos worden gejuridiseerd, onder meer omdat sociale netwerken en gemeenschapszin wegebben. Dat is dan eerder een pleidooi voor minder advocaten en zou dan zeker niet moeten leiden tot databanken met verzamelingen van al die uitwassen.

Verderop in de podcast wordt er geklaagd dat burgers vaak niet weten hoe ze een advocaat moeten kiezen en enkel afgaan op de wijze waarop ze worden bejegend. Dat klopt en dat is vaak ook zo bij de arts. Dat is iets wat met een duur woord ‘kennisasymmetrie’ wordt genoemd. Als we tandpijn hebben gaan we naar de tandarts, maar we weten eigenlijk niet of de tand eruit moet of dat het misschien ook volstaat een gaatje te vullen. Daarvoor moeten we vertrouwen op de tandarts, maar we zijn zelf niet in staat om te weten of die zijn vak kent. Dat is bij artsen en advocaten vaak niet anders. Daarom zijn er deontologische regels, precies om die kwaliteit te bewaken.

Maar de artsen kunnen de advocaten ook nog iets anders bijbrengen. Bij hun nieuwste versie van de artsendeontologie vertrokken ze vanuit het verwachtingspatroon van iedere actor (de patiënt, de samenleving, de collega’s, de professionele omgeving). De regels werden vastgelegd aan de hand van bevragingen, wetenschappelijke studies en analyses. Dat zorgde bij de artsen voor ‘positieve deontologie’, die niet vertrekt vanuit een eigen corporatistisch perspectief. Medische kennis blijft daarin wel cruciaal, maar er zijn ook andere randfactoren.

Zou dat te moeilijk zijn voor een podcast?

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.