Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat in Hasselt. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie van vrije beroepen. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie. Iedere week verschijnt zijn column “LAMON op woensdag” op Jubel.be .

In deze periode bekruipt bij velen de onweerstaanbare drang om terug te blikken op het voorbije jaar en stil te staan bij de vermeende scharniermomenten. Deze rubriek wil tegendraads vooruitblikken en zeker niet gedwee en slaafs iedereen naar de mond praten.

Laten we om te beginnen niet vergeten dat we in een bijzonder welvarend land leven met een democratie die, afgemeten aan wat er in andere delen van de wereld gebeurt, bijzonder gezond is. In Iran, om maar dat voorbeeld te noemen, kan iemand die zich schuldig maakt aan ‘moharebeh’ (vijandigheid jegens God) de doodstraf krijgen. Dat misdrijf wordt daar door de revolutionaire rechtbank gebruikt om betogers te laten ophangen, maar het NRC Handelsblad weet dat die rechters ook vaak het misdrijf ‘efsad-fil-arz’ (corruptie op aarde) gebruiken om vervelende opposanten van het regime te liquideren (“De jonge Iraniërs die wachten op de galg”, NRC 24 december).

In Afghanistan geldt er nu blijkbaar “de strengste interpretatie” van de sharia, waardoor aan vrouwen niet enkel het recht op onderwijs wordt ontzegd, maar ze zich nu ook volledig in het zwart moeten bedekken en niet meer vrij mogen rondlopen. De Franse televisiezender TF1 kon met verborgen camera het dagelijkse leven in de Afghaanse hoofdstad filmen en dat leverde hallucinante beelden op.

Maar ook in onze contreien is de positie van de vrouw soms heikel. Zo is er de ‘MeToo’ in de academische wereld. Mr. Mussche is advocate van slachtoffers en voor haar is de les van het afgelopen jaar “dat niet de intentie (van de daders) het belangrijkste is, maar het gevolg. Vandaag is de kous niet meer af als de prof zegt ‘ik heb het nooit zo bedoeld’. Nee, hij of zij moet het niet gewild hebben” (“Omgaan met macht is de moeilijke oefening”, De Standaard 24 december). Advocate Anne Lasalle, die in Frankrijk slachtoffers van ‘MeToo’ in de theaterwereld bijstond, roept in Le Monde op om de zaken luidop te benoemen: “Als je je voet stoot tegen een meubelstuk, brul je (hurler). Als je beroofd wordt, gil je (crier). Waarom zouden alleen slachtoffers van seksueel geweld niet het recht hebben om het luidop te zeggen (le droit de le dire fort)” (“Anne Lassalle, premier rôle dans la défense du #MeeTooTheatre”, Le Monde Magazine, 24 december).

In het licht van al dit alles zou de neiging kunnen ontstaan om de op til zijnde evoluties in de advocatuur in ons land te relativeren en af te doen als navelstaarderij. De minister van Justitie lanceerde “prioritaire voorstellen”. Het valt te hopen dat de balie de minister steunt om een aantal wettelijke anomalieën de wereld uit te helpen, zoals de negentiende-eeuwse regeling inzake erelonen (art. 446ter Ger.W) en de aftandse wettelijke onverenigbaarheid tussen advocatuur en het “drijven van handel en nijverheid” (terwijl in het Wetboek van Economisch Recht het begrip “handelaar” vervangen is door dat van “ondernemer”). De minister wil dit aanpakken, maar de balie twijfelt blijkbaar.

De minister wil ook op andere punten ingrijpen, onder meer over hoe de balie zichzelf organiseert. Daar heeft de minister zich niet mee te moeien. De algemene vergadering van de OVB denkt nochtans dat het een opportuniteit is en is geneigd aan het handje van de minister (en diens adviseur) te lopen. De toekomst zal uitwijzen hoe erg dit is, maar de wijze waarop in Nederland uitvoering wordt gegeven aan de ‘advocatenwet’ geeft niet meteen het beste vooruitzicht.

De OVB besliste wel om meteen om de eigen deontologische regel aan te passen en het voortaan mogelijk te maken dat een advocaat bediende wordt. De aanpassing lijkt de logica zelf, maar het is goed eraan te herinneren dat destijds die regel werd ingevoerd omdat grote advocatenkantoren vreesden astronomische RSZ-achterstallen te moeten betalen indien de medewerkers op grond van hun time-sheets als schijnzelfstandigen zouden worden gekwalificeerd. Over dat probleem is bitter weinig gecommuniceerd, maar misschien is het wel de bedoeling om via die regel en zonder flankerende maatregelen een kaalslag in de advocatuur te organiseren.

Er is ook nog een merkwaardige voetnoot. De gewezen voorzitter van de OVB, die intussen zijn titel van ‘ere-advocaat’ inleverde en procedures voert tegen de Orde die hij zelf heeft geconcipieerd en gedurende zes jaar leidde, mengt zich via jubel.be in het debat. Hij pleit voor een “Belgische advocatenwet” en steunt de minister. De betrokkene heeft geen hoge pet op van ondergetekende en hij speelt graag de man, zodat voorzichtigheid geboden is. Toch dit, in het licht van het toekomstdebat: hoe lang is het geleden dat die gewezen ere-advocaat nog een zaak pleitte of als advocaat een juridisch advies gaf?

Hugo Lamon

Lees hier eerdere columns van Hugo Lamon


Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen de juridische en fiscale wereld?
Volg Jubel.be op LinkedIn

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat in Hasselt. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie van vrije beroepen. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie. Iedere week verschijnt zijn column “LAMON op woensdag” op Jubel.be .

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.