Vorige week publiceerde de Hoge Raad voor de Justitie de nieuwste lijst met voordrachten voor benoemingen tot magistraat. Er waren acht vacatures, maar er werden slechts twee voordrachten gedaan. Voor zes functies (o.m. rechter in de rechtbanken van eerste aanleg van West-Vlaanderen en Limburg, de ondernemingsrechtbank in Antwerpen en de arbeidsrechtbank in Gent) was er geen voordracht. Ook bij de vorige voordrachten waren er volgens de Hoge Raad voor de Justitie vaak geen geschikte kandidaten. Tot voor enkele jaren was het drummen om rechter te mogen worden.

Magistraten zijn onafhankelijk en nemen beslissingen die voor de burgers op persoonlijk of financieel vlak erg verstrekkend kunnen zijn. Ze hebben geen “nine to five” job, maar globaal genomen lijkt de werkdruk niet onmenselijk hoog. Sommigen hebben wel eens moeite om knopen door te hakken, anderen willen nu en dan te grondig zijn en nog anderen zijn vaak op zoek naar de gemakkelijkste weg. Voor de meesten onder hen is het een roeping met een groot engagement. De wedde is, bekeken vanuit een internationaal perspectief, correct. Een beginnend magistraat zonder enige anciënniteit begint aan een netto-wedde van ongeveer 3.230 euro en krijgt daaropvolgend volgens ingewikkelde formules regelmatig verhogingen. Het lijkt dus een aantrekkelijke functie, maar toch zijn er te weinig gegadigden. Zijn de door de Hoge Raad voor de Justitie georganiseerde bekwaamheidsproeven te moeilijk, willen jongeren eerder een meer afgebakende job met een uitgewerkt sociaal statuut of is meewerken aan de goede rechtsbedeling niet meer sexy?

Begin deze week publiceerde de bestuurder van de Orde van Vlaamse Balies bevoegd voor de advocatuur van overmorgen een noodkreet. “Trrrrrrrrrring! Een alarm gaat af. Bij jullie ook?” voeg hij zichzelf af op LinkedIn. “Onze advocatenkantoren krijgen te maken met een wel erg vervelende onderstroom: ze vinden geen mensen meer. Met risico op verdrinken” zo meldt hij. Hij verwijt advocatenkantoren vaak “zonder kompas of richting” te werken en de “urgentie missen waar de jongere generatie om verzoekt”. Kantoren moeten volgens hem een cultuur ontwikkelen “waar welzijn en gelukkig zijn een fundamentele plaats in de bedrijfsvoering innemen”. Er volgde op de sociale media goedkeurende reacties van gelijkgestemden. Wie een kritische stem liet horen kreeg meteen de reactie “weg sfeer” te lezen. Tof is dat!

De problemen bij de rekrutering in de magistratuur en de advocatuur lijken erg op elkaar, al willen ze dat van mekaar niet graag toegeven. De rechtsbedeling is allicht nog gebaseerd op negentiende-eeuws aandoende beginselen om via maatschappelijk engagement bij te dragen tot het algemeen welzijn. Dat is ook elders zo. In een niet zo ver verleden kon men nog dag en nacht zijn huisarts of tandarts bellen, maar nu heb je liever ’s avonds of in het weekend geen ernstige klacht. Misschien komt binnenkort ook de tijd dat gerechtsdeurwaarders na 14 uur geen exploten meer mogen betekenen, zodat de bestemmelingen nog diezelfde dag en tijdens de werkuren hun advocaat kunnen raadplegen.

Dat is zeker een uitdaging voor advocaten. Advocatuur is overigens een bonte verzameling beroepsbeoefenaars met een grote diversiteit aan tarieven en aanpak. Er zijn kantoren met advocaten met titels die doen denken aan multinationals en er zijn advocaten die zich verankeren in hun lokale gemeenschap. Er wordt geklaagd over te weinig gedreven nieuwkomers, maar dat werd twintig jaar geleden ook al gezegd. En er zijn er die wijzen op het feit dat er te weinig werk is en ook dat is niet nieuw.

De samenleving verandert en heeft nieuwe noden. Daar spelen bepaalde advocaten op in (neem bijvoorbeeld de nood aan DPO’s in het kader van de GDPR). Maar net zoals wie buikpijn heeft liefst zo snel mogelijk door een arts wil worden geholpen, zullen ook rechtzoekenden bij een juridische angel zo snel mogelijk de vertrouwde stem van hun advocaat willen horen. Uit ervaring weet ik dat dit vaak niet tijdens de kantooruren is. Is het nu verwerpelijk geworden om daar aandacht voor te blijven hebben? Is het echt zo dat dit oudmodisch is geworden?

Overigens, en geheel terzijde, er is voor de advocatuur ook een ander prangend probleem. Er is een gigantisch tekort aan poetshulp in de dienstenchequebedrijven. Ouderwetse advocaten hebben geen tijd meer om ’s avonds hun cliënten te woord te staan, omdat ze moeten stofzuigen.

Er ontstaan overal in de samenleving nieuwe attitudes. Maar zal daarom de behoefte van de rechtzoekende aan rechtshulp veranderen? En moeten we het om die reden met minder rechters stellen? Het is te hopen van niet.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.