VLABEL zaait verwarring over combinatie maatschap-levensverzekering cover

5 okt 2023 | Column

Aanpak staatsschuld veronderstelt staatshervorming en vice versa
  • Jürgen Vanpraet

    Jürgen Vanpraet is gespecialiseerd in publiek recht. Hij verscheen als raadsman in diverse zaken voor het Grondwettelijk Hof, de Raad van State, het Europees Hof van Justitie en de hoven en rechtbanken. Hij beschikt tevens over een ruime ervaring in beleidsvoorbereidende studies en het schrijven van wetgeving. Als grondwetspecialist beschikt Jürgen over een uitzonderlijke expertise op het vlak van staatshervorming en de verdeling van bevoegdheden tussen de federale overheid, de gemeenschappen en gewesten.

Recente vacatures

Advocaat
Ondernemingsrecht Vennootschapsrecht
3 - 7 jaar
Antwerpen Limburg Vlaams-Brabant Waals-Brabant
Advocaat
Ondernemingsrecht Vennootschapsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Limburg Vlaams-Brabant Waals-Brabant
Advocaat
Douane
0 - 3 jaar
Antwerpen
Paralegal
Arbeidsrecht Vennootschapsrecht
0 - 3 jaar
Brussel
Advocaat
Arbeidsrecht
5 - 10 jaar
Brussel

Aankomende events

In de zes staatshervormingen die ons land gekend heeft, werden steeds meer bevoegdheden overgedragen van het federale niveau naar de deelstaten. Dit ging telkens gepaard met een overdracht van de financiële middelen van de federale overheid naar de deelstaten. Hoewel er doorheen de diverse staatshervormingen vele bevoegdheden en middelen werden overgedragen, bleef de historisch gegroeide staatsschuld federaal. De federale staatsschuld is een schuld die de federale overheid is aangegaan en zij dus ook moet aflossen, net zoals de deelstaten de schulden moeten aflossen die zij zelf aangaan. Het ‘actief’ werd met andere woorden overgedragen, zonder dat het corresponderende ‘passief’ volledig mee werd overgedragen.

Het beeld van die federale staatsschuld (federale overheid en sociale zekerheid) is niet fraai. In 2022 situeert 70 % van het overheidstekort zich binnen entiteit I (federale overheid en sociale zekerheid). Dat aandeel loopt volgens de prognoses van het planbureau op tot ongeveer 90 % in 2028. De gefedereerde entiteiten maken uiteenlopende ontwikkelingen door: de Vlaamse Gemeenschap bereikt in 2028 een begrotingsevenwicht, het tekort van het Waals Gewest daalt, vooral wanneer haar relanceplan afloopt, terwijl de tekorten van de Franse Gemeenschap en het Brussels Gewest stabiel blijven.

De mogelijkheden waarover de federale overheid beschikt (aan uitgaven- en inkomstenzijde) om in te grijpen op de staatsschuld gedaald zijn door de bevoegdheidsoverdrachten.

Tegenover die uitdaging staat dat de mogelijkheden waarover de federale overheid beschikt (aan uitgaven- en inkomstenzijde) om in te grijpen op de staatsschuld gedaald zijn door de bevoegdheidsoverdrachten. De saneringsinspanningen en intrestlasten voor de federale staatsschuld moeten dan ook beheerst worden via (steeds beperkter geworden) resterende federale bevoegdheidsdomeinen, hetzij door de verhoging van de federale ontvangsten, hetzij door de verlaging van de federale uitgaven. Dit betekent – naargelang de gemaakte beleidskeuze – dat de uitgaven in essentiële domeinen van het staatsoptreden zoals justitie, veiligheid, defensie of de sociale zekerheid beperkt moeten worden.

Deze fuik maakt het steeds moeilijker om essentiële bevoegdheden die de federale overheid vandaag nog uitoefent van een accurate financiering te blijven voorzien en vormt één van de elementen die een sanering van de federale staatsschuld bemoeilijkt. Daarbij komt nog dat een aanzienlijk aandeel van de toekomstige staatsschuld (de zgn. impliciete staatsschuld) zich ingevolge de vergrijzing ook zal voordoen in federale bevoegdheidsmateries zoals de pensioenen en de federaal gebleven aspecten van de gezondheidszorg.

De met de zesde staatshervorming ingevoerde bijdrage van de deelstaten in de sanering en vergrijzingskosten via een vermindering van de dotaties aan de deelstaten, leidde niet tot een verbetering van de financiële toestand van het federaal niveau.

Tegen die weinig fraaie budgettaire achtergrond, blijkt de federale besluitvorming niet in staat om deze situatie terdege aan te pakken. De met de zesde staatshervorming ingevoerde bijdrage van de deelstaten in de sanering en vergrijzingskosten via een vermindering van de dotaties aan de deelstaten, leidde niet tot een verbetering van de financiële toestand van het federaal niveau. Een heruitgave hiervan bij een volgende staatshervorming is dus niet wenselijk en dreigt een ‘moral hazard’-probleem te doen ontstaan waarbij de gevolgen van ontoereikend beleid afgewenteld worden op de deelstaten. Daarom moet worden nagedacht over mechanismen met een meer responsabiliserende werking op het vlak van de staatsschuld.

Daarom moet worden nagedacht over mechanismen met een meer responsabiliserende werking op het vlak van de staatsschuld.

Eén van de mogelijke pistes die zich aandienen bestaat in een fictieve schuldsplitsing waarbij de deelstaten verantwoordelijk worden voor de financiering (inclusief de sanering) en de rentelasten van het deel van de federale schuld dat hun fictief wordt toegewezen.

Een gedeeltelijke fictieve splitsing van de historische federale staatsschuld betekent dat de deelstaten ten aanzien van het hun toebedeelde deel zelf verantwoordelijk zijn voor de sanering, alsook voor de rentelasten. De deelstaten zijn democratisch verantwoordelijk voor het hun toebedeelde deel van de staatsschuld (en de evolutie en rentelasten hiervan) ten aanzien van hun inwoners. Teneinde de kredietratio’s te behouden en het vertrouwen van de financiële markten niet te schaden, worden de historische schulden niet formeel juridisch overgedragen, maar wordt gewerkt met een fictieve aanrekening aan de deelstaten. Indien een deelstaat aan schuldafbouw of -opbouw doet, wordt dit aangerekend op het fictief deel van hun aandeel, zodat dit ook gevolgen heeft voor de rentelasten die deze deelstaat draagt.

Elke deelstaat is verantwoordelijk voor het eigen saneringstraject en dient verantwoording af te leggen ten aanzien van de eigen onderdanen (responsabiliserende en democratiserende werking). De fictieve splitsing van een deel van de historische staatsschuld versterkt de transparantie van de bestaande solidariteit tussen het noordelijke en het zuidelijke landsgedeelte doordat duidelijk is welk deel de inwoners van een deelstaat dragen, wat minder het geval is wanneer de saneringsinspanning federaal gehouden wordt. De schuld blijft juridisch-technisch dus gemeenschappelijk en er is bijgevolg geen overdracht van schuld in de juridische zin. Schuldtitels moeten aldus niet vervangen worden.

De gemeenschappelijke schuld wordt bij aanvang beheerd door een interfederaal schuldagentschap bestaande uit vertegenwoordigers van de federale overheid en de deelstaten. Voor de deelstaten wordt in de mogelijkheid voorzien om – desgewenst – een deel van de fictieve schulden over te nemen (bv. door de schuld te hernieuwen als een eigen schuld) en zelf te beheren. De toekomstige schulden aangegaan door de federale overheid of de deelstaten blijven een eigen schuld van de entiteit die de schuld aangaat.

Deze deelstatelijke verantwoordelijkheid dient uitgeoefend te worden binnen de grenzen van het Stabiliteits- en Groeipact en de principes uit het samenwerkingsakkoord van 13 december 2013. Teneinde erover te waken dat België (federale overheid (incl. sociale zekerheid), deelstaten en lokale overheden) de Europese globale begrotingsdoelstellingen haalt, dienen de principes uit dit samenwerkingsakkoord versterkt te worden.

Jürgen Vanpraet

Deze bijdrage vorm een verkorte weergave van het artikel van de auteur dat is verschijnen in het Feestschrift voor Koen Geens, dat in september 2023 verschijnt bij Roularta. Naast de verwijzingen bevat dat artikel bevat ook een aantal reflecties bij de criteria die gebruik kunnen worden voor de gedeeltelijke splitsing van de staatsschuld.

  • Jürgen Vanpraet

    Jürgen Vanpraet is gespecialiseerd in publiek recht. Hij verscheen als raadsman in diverse zaken voor het Grondwettelijk Hof, de Raad van State, het Europees Hof van Justitie en de hoven en rechtbanken. Hij beschikt tevens over een ruime ervaring in beleidsvoorbereidende studies en het schrijven van wetgeving. Als grondwetspecialist beschikt Jürgen over een uitzonderlijke expertise op het vlak van staatshervorming en de verdeling van bevoegdheden tussen de federale overheid, de gemeenschappen en gewesten.

Recente vacatures

Advocaat
Ondernemingsrecht Vennootschapsrecht
3 - 7 jaar
Antwerpen Limburg Vlaams-Brabant Waals-Brabant
Advocaat
Ondernemingsrecht Vennootschapsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Limburg Vlaams-Brabant Waals-Brabant
Advocaat
Douane
0 - 3 jaar
Antwerpen
Paralegal
Arbeidsrecht Vennootschapsrecht
0 - 3 jaar
Brussel
Advocaat
Arbeidsrecht
5 - 10 jaar
Brussel

Aankomende events

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.