Jubel Talks II WVV-2

LAMON op woensdag

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL.
Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie.

Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

We zijn als gewillige bevolking goed bezig, maar we moeten nog even volhouden. Het einde van de grauwe coronatunnel is stilaan in zicht. Intussen is ons land in de ban van “mogelijke versoepelingen” en het perspectief op verbetering voor anderen. Geheime conclaven van onze regeringen worden voorafgegaan door adviezen van virologen, een tot voor kort in de schaduw opererende groep wetenschappers die nu moet wennen aan hun nieuwe status van publiek figuur. Politici nemen op grond van die adviezen beslissingen, die ze op persconferenties breedvoerig toelichten. Slechts een handvol misvormde juristen werpt daarna nog een blik op het eindresultaat: de tekst van de maatregel die iedereen geacht wordt strikt na te leven.

Vorige zondag publiceerde het Staatsblad het nieuwe ministerieel besluit. Voor het eerst dook er een definitie op van een “(mond)masker of elk ander alternatief in stof”. U weet wel, dat ding dat volgens de virologen eerst compleet nutteloos was (omdat er gewoon geen voorraden waren en men de bevolking niet onnodig ongerust wilde maken). Daarna bleek het masker enkel interessant op drukke plaatsen en getuigde de dracht van een zekere hoffelijkheid (het hielp de drager niet, maar zorgde ervoor dat anderen minder risico liepen op besmetting). Daaropvolgend bleken ze voor iedereen heilzaam en zelfs noodzakelijk, maar chirurgische maskers waren dan weer overbodige luxe. Ze behoren intussen tot ons vast kledingpatroon.

Na al die maanden is er nu plots nood aan een wettelijke definitie in het ministerieel besluit. Voor al wie zondag even met iets anders bezig was hierbij dan ook een korte herhaling van de blijde boodschap in het Staatsblad: “In artikel 1 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken wordt een bepaling onder 15° toegevoegd, luidende: “15° “een (mond)masker of elk ander alternatief in stof”: een masker zonder uitlaatventiel, uit stof of wegwerpmateriaal, dat nauw aansluit op het gelaat, en de neus, mond en kin bedekt, bestemd om besmettingen bij contact tussen personen te voorkomen.”

Duidelijk, niet? Kan iemand toch even snel uitleggen waarom bij mondmasker het woord ‘mond’ tussen haakjes staat? Zijn er dan maskers denkbaar die geen ‘mond’masker zijn, terwijl ze volgens de definitie in ieder geval ook de mond moeten bedenken? De bedenker van de definitie gaat er verder van uit dat een ‘mond’masker per definitie niet in stof is, want stof behoort tot “elk ander alternatief”. Uit welk materiaal bestaat dat dan en waarom is dat dan niet wettelijk geregeld? Is dat trouwens “een persoonlijk beschermingsmiddel” in de zin van Verordening (EU) 2016/425, of was het gewoon een ingeving van het moment zo vlak na de persconferentie en tegen de deadline van de aangekondigde invoering van nieuwe maatregelen? Hoe verhoudt die definitie uit het MB zich overigens tot hetgeen bepaald is in Verordening (EU) 2017/745 en Richtlijn 93/42/EEG (over medische hulpmiddelen)? Moeten we er eerder van uitgaan dat we zelf doen beter is en we dus maar even onze eigen inlandse definitie hebben? Overigens, geldt die dan enkel voor de duurtijd van de pandemie?

Het zondagsbesluit wil niet overdreven moeilijk doen en houdt het bij de vaststelling “dat het RMG in zijn advies van 1 februari 2021 heeft gesteld dat mondmaskers mond, neus en kin moeten bedekken en nauw moeten aansluiten op elke zijde van het gezicht; dat het correct gebruik van mondmaskers essentieel is; dat sjaals, nekwarmers, bandana’s en dergelijke om die reden niet langer aanvaardbaar zijn als alternatief”. Ach zo, dat wordt er dus bedoeld.

Door al die wijzigingen van het pandemiebesluit lijkt de regel nog altijd zo te zijn dat het eigenlijk een voorrecht is om een mondmasker te mogen dragen (art. 24: “Het dragen van een mondmasker of elk ander alternatief in stof om de mond en neus te bedekken, is toegestaan voor gezondheidsdoeleinden in voor het publiek toegankelijke plaatsen.”), maar voor wie dit vreugdevol klinkt is er meteen de tempering in het volgende artikel (art. 25: “Eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar, is verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof wanneer het onmogelijk is om de naleving van de regels van social distancing te garanderen, met uitzondering van de gevallen bedoeld in artikel 23, § 2.”). Maar dat wist u als trouwe Staatsbladlezer natuurlijk al.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Avatar

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.