Wordt recht en rechters negeren echt de nieuwe hobby van de politici? cover

11 mrt 2026 | Column

Wordt recht en rechters negeren echt de nieuwe hobby van de politici?

Door Hugo Lamon

Recente Jobs

Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent
Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Brussel
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht Notariaat
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent

​Toen de BBC aan Mark Rutte (secretaris-generaal van de NAVO) vroeg of de Amerikaanse acties in Iran verenigbaar zijn met het internationaal recht, antwoordde hij: “dat laat ik over aan mensen die veel slimmer zijn dan ik”. Dat werd door columniste Eva Speek in de Nederlandse krant NRC als een positieve reactie verwelkomd (NRC, 7 maart). Rutte ontkende immers niet dat er in theorie zoiets bestaat als internationaal recht. “Het had erger gekund. Maar veel lager kan de lat niet meer.” Voormalig premier Guy Verhofstadt windt er dan weer geen doekjes om: “als ik moet kiezen tussen het internationaal recht en het uitschakelen van het Iraanse regime, kies ik het tweede” (Knack, 10 maart). Is dat de lat lager leggen? Het wordt een moeilijke evenwichtsoefening tussen moraliteit en de sterkste die alle rechten opeist.

Het blijft overigens niet beperkt tot de internationale politiek. Minister van Asiel en Migratie en Maatschappelijke Integratie Anneleen Van Bossuyt was de stokebrand, wat de Antwerpse professor grondwettelijk recht Patricia Popelier de volgende reactie ontlokte: “Van Bossuyt is geen haar beter dan Trump” (De Morgen, 7 maart). Inzet van het inmiddels verhitte debat is het arrest van 26 februari van het Grondwettelijk Hof, waarbij sommige bepalingen uit twee wetten van 14 juli 2025 over de strengere regels voor opvang van asielzoekers worden geschorst en prejudiciële vragen worden gesteld aan het Hof van Justitie. De discussie draait rond de interpretatie van het begrip “volgend verzoek” uit artikel 20 van de Europese Richtlijn 2013/33. Het Hof van Justitie oordeelde eerder al dat wanneer een asielzoeker bescherming vraagt in een lidstaat nadat zijn verzoek eerder in een andere lidstaat werd afgewezen er sprake is van zo’n “volgend verzoek”. De vraag is of dit ook geldt wanneer er reeds eerder in een ander lidstaat wél bescherming is verleend. Dat het Grondwettelijk Hof hierover nu een vraag stelt aan het Hof van Justitie is niet zo ongebruikelijk, maar dat ze intussen een aantal artikels van de wetten schorst is dat misschien wel. Dat kan enkel indien er cumulatief wordt aangetoond dat er een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is (het Grondwettelijk Hof is van oordeel van wel), maar ook dat er ernstige aanwijzingen zijn van een wetsschending (maar daarover wordt precies een vraag gesteld aan het Hof van Justitie).

De heisa slaat niet zozeer op het arrest, maar wel op de houding van de minister, die zich niets lijkt aan te trekken van dat arrest. Ze blijft volhouden dat haar strenger beleid ongewijzigd kan blijven op grond van “een andere rechtsgrond” (het niet geschorste art. 4 § 1,3° van de wet in plaats van art. 1 § 1,5°), waarbij ze benadrukt dat haar beleid in ieder geval “effect” heeft. Formeel is die andere bepaling nog van kracht, maar het Grondwettelijk Hof heeft zich ook over die andere bepaling uitgesproken (bij de beoordeling van het belang) zodat de houding van de minister minstens ingaat tegen de geest van het arrest. Vanuit Europeesrechtelijk perspectief gaan de beide bepalingen overigens over dezelfde rechtsvraag, zodat de houding van de minister veel weg heeft van een rondje juristerij van korte duur. De Ordre des Barreaux Francophones et Germanophone reageerde, bij monde van haar bestuurder Jean-François Gerard gevat als volgt: “In een rechtsstaat hoort het recht het kader te zijn waarbinnen men handelt, maar hier wordt het gereduceerd tot een variabele die men naar believen kan aanpassen.” Verschillende hoogleraren grondwettelijk recht schrijven in een opiniestuk in Le Soir (10 maart) dat het negeren van het Grondwettelijk Hof een zorgwekkende bedreiging vormt voor de democratische rechtsstaat. Eerder waren er ook in de Vlaamse pers gelijkluidende berichten verschenen. Ook journalist Stavros Kelepouris (De Morgen, 4 maart) mengde zich: “Ook voor een minister gelden wetten en regels, en havelozen uit een ander continent zijn bij nader order nog niet vogelvrij verklaard. (…) Een minister die beslist dat rechtbanken er niet toe doen omdat haar beleid “effect heeft” – tja, waar eindigt die redenering precies? Voortaan mag minister Jan Jambon dus uw pensioen afnemen, want dat is de meest effectieve manier om de pensioenfactuur betaalbaar te houden. Voilà, opgelost. En om jongeren aan een betaalbare woning te helpen, kunnen ouderen bij het krieken van de dag uit hun huis gezet en in een rusthuis gecolloqueerd worden. Als een rechtbank later een dwangsom oplegt voor iedere dag dat die oudere niet in zijn huis kan: gewoon negeren.”

Het debat verdient nuance. Er is nood aan meer rechtsstatelijke cultuur met doorleefd wederzijds respect en vertrouwen tussen de rechterlijke en de uitvoerende macht, maar ook met de academische wereld. Het recht én het gerecht mogen niet worden genegeerd.

​Hugo Lamon

​​Lees hier de wekelijkse column van meester Hugo Lamon over Justitie.


Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen justitie, advocatuur en de juridische en fiscale wereld? Volg Jubel.be op LinkedIn.

Recente Jobs

Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent
Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Brussel
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht Notariaat
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *