Kennis is niet meer sexy. Er wordt zelfs meewarig over gedaan. We halen onze schouders op over expertise, vinden meningen belangrijker dan feiten, en zien denkers als wereldvreemde types. Dat anti-intellectualisme is verontrustend. Want het ondermijnt precies datgene waarop onze welvaart is gebouwd.
Het woordenboek omschrijft anti-intellectualisme als een houding die wantrouwen of vijandigheid uitdrukt tegenover intellect, kennis en wetenschappelijke of academische expertise. Die houding zie je vandaag overal in de maatschappij. En haast niemand kaart het aan, niet in rectorale redes, niet in het publieke debat, niet in de politiek. Terwijl het de fundamenten van onze kennismaatschappij vakkundig erodeert.
Kennis is een noodzakelijke voorwaarde voor het ontwikkelen van vaardigheden
Het begon met de erosie van het kennisonderwijs. Kennis, dat is toch veel minder belangrijk dan vaardigheden, niet? Terwijl compleet voorbij werd gegaan aan het feit dat kennis leidt tot vaardigheden. Kennis is een noodzakelijke voorwaarde voor het ontwikkelen ervan. Hoe voer je een gesprek in het Frans zonder grammatica en woordjes te blokken? Hoe bouw je een brug zonder diep de wiskunde in te duiken? Hoe voer je beleid zonder de geschiedenis te kennen? Door kennis op te doen, bouw je een framework voor jezelf. Je bouwt de bril waardoor je naar het leven kijkt.
Een tweede alarmsignaal volgde toen kennis ook in de bredere maatschappij als minder belangrijk werd aanzien. Vandaag hebben we sommige politici die vol trots zeggen dat ze haast nooit meer een boek openslaan. Sommigen onder hen zetten experten intussen weg als 'slechts experten' of betwijfelen en plein public onderzoek zonder dat onderzoek ook gelezen te hebben. Het is maar een studie. Die expert is vast politiek gekleurd. Je hoort het dagelijks. Over expertise wordt wat meewarig gedaan. Verontrustend.
Snelheid als leidmotief, en kwaliteit lijdt daaronder
Een derde voorbeeld: publieke diensten schroeven hun kennisaanbod terug. Boekeninitiatieven verdwijnen, cultuurzenders worden uitgekleed om plaats te ruimen voor een shiny floorshow of een nieuwe BV. Journalisten krijgen intussen steeds minder tijd voor het maken van hun stukken. Snelheid als leidmotief, en kwaliteit lijdt daaronder. De media doen dat niet bewust, ze ondergaan gewoon de tijdgeest.
Ten vierde: door ontwikkelingen als artificiële intelligentie lijkt kennis toegankelijker dan ooit. Al hebben recente nieuwsfeiten aangetoond dat we ook die gedachte minstens gedeeltelijk moeten laten varen. Kennis is informatie die ergens aan vasthangt, aan een framework, verhaal, cluster gedachten … AI is daarom heel erg goed in het (her)produceren van informatie, maar niet van kennis. Ziedaar: de wereld van verschil.
Op zich lijken al deze voorbeelden onschuldig, maar anti-intellectualisme is dat niet. Juist omdat intellectualisme – het geloof dat wetenschap en kennis essentieel zijn – ons heeft gebracht waar we vandaag staan. Als mensen en als Westerse samenleving.
Anti-intellectualisme smoort nieuwsgierigheid, intellectuele groei en innovatie in de kiem
Er wordt voortdurend geschermd met het feit dat we een kennismaatschappij zijn, dat onze economie niet draait op kolen en staal of andere grondstoffen, maar op onze grijze massa. In die context is het teloorgaan van het aanzien van kennis en intellect dodelijk. Anti-intellectualisme ondermijnt ons vermogen om complexe problemen met nuance en diepgang te begrijpen. Het leidt tot oppervlakkig politiek beleid en bevordert populisme. Het smoort nieuwsgierigheid, intellectuele groei en innovatie in de kiem. Terwijl elke vooruitgang een cultuur van intellectuele nieuwsgierigheid, open debat en respect voor kennis en expertise vereist.
Bij dezen dus mijn oproep aan alle scholen en universiteiten, en bij uitbreiding aan de bredere samenleving: wees onbeschroomd intellectueel. Wees bakens van kennis en kunde. Wees er trots op te kennen en te weten. De samenleving zal u dankbaar zijn.
Julien De Wit




0 reacties