Expertise Nieuws

Kent de Belgische geschiedenis confederale precedenten?

 

Als er historisch wordt gekeken naar het echte confederalisme, zijnde staten die onafhankelijk zijn en bepalen wat ze gezamenlijk zullen uitoefenen, blijkt dat het confederalisme niet altijd een duurzaam model is geweest. Op het grondgebied België dat in het verleden tot de Zuidelijke Nederlanden behoorde, situeerde er zich echter toch een interessant precedent, met name onder het bewind van de Bourgondische hertogen en Spaanse Habsburgers in de vijftiende en zestiende eeuw.

Van Bourgondische erflanden naar Spaans-Habsburgse monarchie

In de vijftiende en zestiende eeuw versmolten de graafschappen en hertogdommen in de Zuidelijke Nederlanden tot een gebied dat onder het bewind kwam te staan van een Bourgondische vorst, later de Spaanse keizer. In de brede zin van het woord, kan men net dat samengaan aanzien als een model van een statenbond dan wel van een confederatie. Hertogen en graven controleerden immers het grondgebied, beveiligden de grenzen en handhaafden de openbare orde, wat an sich voldoet aan het criterium ‘staat’. Via een uitgekiende huwelijkspolitiek kwamen deze territoria uiteindelijk onder het gezag te staan van één dynastie, namelijk die van de Bourgondische hertogen, later van de Spaans-Habsburgse keizer.

De bevolking van de deelgebieden in de Zuidelijke Nederlanden zoals het Graafschap Vlaanderen of het Hertogdom Brabant, hechtte echter veel belang aan de historisch verworven autonomie met eigen rechten en privileges. De Bourgondische vorsten in de 15e eeuw waren tot op zekere hoogte bereid de eigenheid van deze gebieden te handhaven. Een absolute voorwaarde daarbij was echter de implementatie van overkoepelende instellingen die de vorst in staat stelde het gezag beter te kunnen handhaven. Concreet betekende dit dat regionale instellingen zoals de Staten van Vlaanderen het bestaansrecht behielden als ‘inspraakorgaan’ met vertegenwoordiging uit de drie standen (clerus, adel en derde stand). Maar daarbovenop plaatste de vorst overkoepelende structuren zoals de Staten-Generaal van de Nederlanden of ook, als hoogste rechtbank, de Grote Raad.

Binnen de Staten-Generaal gold onder meer het vetorecht. Dat leidde tot een vreemde constellatie van ruggespraak waarbij beslissingen steeds werden teruggekaatst naar het regionale niveau en het moeilijk was een consensus te bekomen tussen de deelgebieden. In de zestiende eeuw, probeerde de Spaans-Habsburgse keizer het besluitvormingsproces steeds meer naar zich toe te trekken waardoor de regionale autonomie finaal gebroken werd. Op die manier kon de absolute monarchie onder het Spaans-Habsburgse gezag zich steeds verder ontwikkelen. Dit betekende dan ook het einde van het ‘confederale’ ‘familiale’ trust tussen de deelgebieden in de Zuidelijke Nederlanden, ingesteld door de Bourgondische vorsten in de vijftiende eeuw.

De Verenigde Nederlandse Staten (1790)

Na het bewind van de Habsburgse dynastie in de Nederlanden, ontstond er in diezelfde gebieden in de achttiende eeuw kortstondig een nieuwe confederatie genaamd de Verenigde Nederlandse Staten. Dit model was gestoeld op dat van de recent ontstane Verenigde Staten van Amerika. De acht betrokken regio’s in de Zuidelijke Nederlanden waaronder Vlaanderen, Brabant en Henegouwen wilden daarbij teruggaan naar het confederale systeem uit het verleden. Daarbij moest rekening gehouden worden  met de regionale autonomie van elk deelgebied en daarbovenop was een overkoepelend orgaan werkzaam. Die statenbond hield echter slechts elf maanden stand en viel uit elkaar, voornamelijk ten gevolge van politieke en ideologische twisten.

 

Prof. dr. Herman Van Goethem (rector en gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen)

 

Bekijk en lees hier meer over het confederalisme binnen de reeks “Onder Professoren” op Jubel.be .

 

In samenwerking met onderstaande partners:

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.