Frank Fleerackers

Prof. dr. Frank Fleerackers is voltijds hoogleraar aan de Leuvense Faculteit Rechtsgeleerdheid. Hij promoveerde aan de Harvard Law School tot Master of Laws met een thesis over rechtsdenken als leidmotief van zijn doctoraat en navolgende boeken.

Hij doceert rechtsdenken en juridische grondslagen aan de rechtenfaculteit van de KU Leuven en hield visiting positions aan Europese en Amerikaanse universiteiten, met inbegrip van Harvard en MIT.

Als decaan en advocaat te Brussel werd hij in 2008 benoemd tot de Hoge Raad voor de Justitie. Hij is (co-)auteur van meer dan twintig boeken, waaronder negen monografieën. In 2021 verscheen zijn ‘La Peau du Juge. Exercer le jugement’ bij Larcier, gevolgd door ‘Le Droit du Philosophe. Définir le jugement’ in 2022.

Voor Jubel reflecteert hij over de toekomst van Justitie in het maandelijks opiniestuk "Fleer op één".

Fleer op één

In Fleer op één reflecteert elke eerste van de maand een gerenommeerd rechtsdenker over justitie in België en daarbuiten. Prof. dr. Frank Fleerackers, hoogleraar Rechtsdenken aan de KULeuven, instigeert het project.

Het onvatbare vatten


Kunstenaars en menswetenschappers delen doorgaans een attitude tot de realiteit, waarbij verschijnselen of gebeurtenissen in affectieve, pakkende, bepalende vormen worden geïnterpreteerd. De kunst die een wetenschapper beoefent, is het benoemen van werkelijkheid zoals die nù is, of beter: zoals die nu wòrdt, zoals die vliedend ‘tot stand komt terwijl ze nimmer tot stand komt’.

En natuurlijk ontwerpen we dan telkens een wereldbeeld of ervaringsruimte, gekoppeld aan een denkkader dat ons tijdelijk enige rust lijkt te geven. Sloterdijk[1] verwees terecht naar een dialectiek van de grens: geen schilderij zonder lijst. Dus maken we vooreerst een duidelijke randlijn, een functioneel denkkader, om vervolgens die grens te overschrijden. Leidt deze dialectiek dan tot de noodzaak van leesbare wetenschappelijke teksten of begrijpelijke kunstwerken? Veeleer het omgekeerde is waar, of althans, veeleer dienen we te besluiten dat beide wetenschapsfuncties, met name de intrinsieke en de extrinsieke, dermate verschillend zijn dat een amalgaam ervan tot mislukken gedoemd is.

Wetenschapscommunicatie en wetenschapsvorming zijn elk van een andere orde. Maar wat dan met de vaststelling dat een hoogst uitzonderlijk werk alsnog in staat zou blijken beide functies in zich te combineren?

Men stelle zich in casu beter de vraag of de intrinsieke wetenschappelijke zoektocht wel ten volle kon uitgevoerd worden en bijgevolg welke in kwestie de kostprijs van het compromis was. Want dat er node sprake is van dergelijk compromis staat buiten kijf, los van de zelfkritische vraag of de lezer wel voldoende afstand kan nemen van zijn subjectieve ervaring om enig inzicht in objectieve zin na te streven. Vast staat dat eenieders leeservaring zich vanuit het eigen denkkader en binnen de eigen grenzen afspeelt.

Lezen wordt reeds lang niet meer als neutrale act beschouwd, doch gekoppeld aan de denklijnen en ervaringswereld van de lezer. Wat heeft de lezer dan begrepen indien hij een tekst toegankelijk acht of wanneer hij in exaltatie uitroept dat een tekst bij uitzondering én intrinsieke waarde én extrinsieke communicatiekwaliteit in zich verenigt? Betreft het dan een culpa-in-contrahendo met de schrijver?

Of had Wittgenstein[2] gelijk, waar hij opperde dat slechts mensen met gelijkaardige gedachten in staat zijn tot inzicht? En dat een lezer dus enkel de denkpiste van een auteur begrijpt indien hij ze vooraf reeds zelf bewandelde? Of dat de teksten van een auteur enkel begrepen kunnen worden door lezers met gelijklopende denkhouding? Dit zou overigens betekenen dat popularisering en vulgarisering onzinnig zijn, nu daadwerkelijk inzicht afhangt van de aard of eigenheid van de lezer en van zijn affiniteit met de aard of eigenheid van de schrijver. Aldus is de gerationaliseerde kracht van de rede op de terugweg en zegeviert de mens in zijn poëtische en affectieve gaven. Zoals kunst, ontstaat oorspronkelijke wetenschap immers niet zozeer als communicatievorm dan wel als benaderingswijze van de wereld rondom. Eerst en vòòr alles benadering, dan pas communicatie. En de wijze waarin oorspronkelijke kunst en wetenschap tot stand komen is van wezenlijk belang voor de manier waarop deze al dan niet (kunnen) gecommuniceerd worden. Of nog: de manier waarop communicatie, vulgarisering en popularisering van wetenschap worden gerealiseerd dient met de eigenheid van oorspronkelijke wetenschapscreatie te stroken en deze eigenheid, deze specifieke benaderingswijze, als attitude te incorporeren. Zo niet verwerft de lezer slechts randinformatie en geraakt hij nimmer tot de kern van de originele interpretatie, die hij nochtans wenst te begrijpen.

Met andere woorden, indien men wetenschappelijk onderzoek middels taal toegankelijk hoopt te maken, dan zal die bewoording bovenal de uniciteit van het onderzoeksidioom moeten weergeven of spiegelen. Aldus weerklinkt de paradox van daadwerkelijk denken: het onvatbare vatten, het ongrijpbare begrijpen.


Referenties

[1] SLOTERDIJK, P., Sphären, Suhrkamp, Frankfurt, 1998, 1999, 2004. Zijn bijdrage over de dialectiek van de grens werd vertaald in: Sferen, Boom, Amsterdam, 2005.

[2] WITTGENSTEIN, L., Tractatus logico-philosophicus, vert. W.F. Hermans, Athenaeum, Amsterdam, 1989, p. 8-9, over de rol van ähnliche Gedanken.

Frank Fleerackers

Prof. dr. Frank Fleerackers is voltijds hoogleraar aan de Leuvense Faculteit Rechtsgeleerdheid. Hij promoveerde aan de Harvard Law School tot Master of Laws met een thesis over rechtsdenken als leidmotief van zijn doctoraat en navolgende boeken.

Hij doceert rechtsdenken en juridische grondslagen aan de rechtenfaculteit van de KU Leuven en hield visiting positions aan Europese en Amerikaanse universiteiten, met inbegrip van Harvard en MIT.

Als decaan en advocaat te Brussel werd hij in 2008 benoemd tot de Hoge Raad voor de Justitie. Hij is (co-)auteur van meer dan twintig boeken, waaronder negen monografieën. In 2021 verscheen zijn ‘La Peau du Juge. Exercer le jugement’ bij Larcier, gevolgd door ‘Le Droit du Philosophe. Définir le jugement’ in 2022.

Voor Jubel reflecteert hij over de toekomst van Justitie in het maandelijks opiniestuk "Fleer op één".

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.