Esohe Weyden: jurist met het hart van een poëet cover

12 mrt 2026 | Management & Deontology

Esohe Weyden: jurist met het hart van een poëet

Door Jubel

  • Jubel is het contentplatform voor professionals in law, tax & finance. Met bijdragen van tal van toonaangevende auteurs brengen we elke maand 50.000 actoren uit de juridische, fiscale en financiële sector – en iedereen met interesse in die domeinen – met elkaar in verbinding.

  • Esohe Weyden is schrijver, dichter, jurist en mandaatassistent in het familiaal vermogensrecht aan de Universiteit Antwerpen. Van 2025 tot 2027 is ze de stadsdichter van Antwerpen. Eerder verschenen van haar hand: Tussentaal (poëzie, 2022), En morgen nog een keer (kinderboek, 2024) en Richtingloos navigeren (poëzie, 2025). Tussentaal werd genomineerd voor de C. Buddingh-prijs 2022 voor het beste Nederlandstalige poëziedebuut. Ze won in datzelfde jaar ook de publieksprijs van de PrixFintroPrijs voor Nederlandstalige literatuur en in 2019 de cultuurprijs voor verdienstelijke Deurnenaars.

Recente Jobs

Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent
Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Brussel
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht Notariaat
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent

Esohe Weyden is jurist, stadsdichter, doctoranda, podcaster, performer, kinderboekenschrijver… maar niet noodzakelijk in die volgorde. Na haar poëziedebuut Tussentaal (2022) begon ze in 2024 aan een doctoraat aan de Universiteit Antwerpen. Sinds januari 2025 is ze stadsdichter van Antwerpen. Een portret van een bezige bij, met scherpe inzichten en een gulle lach.

Poëzie en recht: hetzelfde instrument, een andere partituur

Poëzie en recht: liggen die niet mijlenver uit elkaar? Op sommige vlakken zeker. En toch. Weyden ziet naast de verschillen ook veel overeenkomsten. “Mijn wetenschappelijk werk is natuurlijk geen rechtstreekse inspiratie voor mijn werk als stadsdichter,” vertelt ze. “De uitgangspunten en de invulling zijn helemaal anders.”

Maar in beide werelden draait het om taal. Als jurist en als dichter schrijf, lees en weeg je woorden. Je moet scherp zijn op betekenis, ritme en nuance. Die wisselwerking ervaart Weyden als een voordeel: het afwisselen van academisch en cultureel werk houdt haar fris. Overdag is er de focus op het doctoraat: “Je doet onderzoek, leest je in, schrijft een artikel”. ’s Avonds kan ze die intensiteit loslaten. “Het is ook ’s avonds dat de poëtische inspiratie komt.”

​Woorden kunnen op papier dicht bij elkaar liggen, maar in gevoelswaarde ver uiteen. Als het doel is om iemand emotioneel te raken, is die gevoelswaarde cruciaal – Esohe Weyden

Het juiste woord op de juiste plaats

In poëzie is taal een precisie-instrument. Een gedicht is kort, en net daarom is elk keuze een keuze met gewicht. “Elk woord moet kloppen. Je mag niet te veel onnodige woorden gebruiken, maar ook niet te weinig. Je zoekt steeds naar de juiste balans.”

Die balans vraagt tijd. Soms twijfelt ze dagen, weken zelfs, over één woord, terwijl ze synoniemen tegen elkaar afweegt. Want woorden kunnen op papier dicht bij elkaar liggen, maar in gevoelswaarde ver uiteen. “Als het doel is om iemand emotioneel te raken, is die gevoelswaarde cruciaal.” Bij een tekst die vooral informeert, is dat anders.

In juridische teksten geldt dezelfde drang naar het juiste woord, maar met een ander kompas. Waar de dichter zoekt naar emotionele lading, zoekt de jurist naar juridische exactheid. In een wetenschappelijk artikel, wettekst, vonnis of contract moet elk begrip precies zitten; de speelruimte is kleiner. Een alternatief dat “mooier klinkt” kan juridisch net verkeerd zijn, of niet de precieze nuance verwoorden. Ieder woord, iedere komma moet de juiste juridische inhoud dekken; en dat heeft gevolgen.

Performer van podium tot aula

Weyden staat graag in direct contact met een publiek. Als spoken word-artiest op het podium, maar ook als docent in de aula. Die podiumervaring helpt haar wanneer ze studenten voor zich heeft. “Op de universiteit doceer ik samen met enkele collega’s de werkcolleges Academisch en Juridisch Nederlands voor de eerstejaarsstudenten. Het is echt wel nuttig dat ik al ervaring had in het spreken voor publiek. Zo kon ik direct zelfzeker voor een grote groep studenten in een aula staan, met veel goesting.”

Ook in haar poëzie zoekt ze die nabijheid. Ze schrijft met het oog op papier én performance, en wil haar werk laagdrempelig verspreiden. “Zo wil ik ook mensen bereiken die niet in de klassieke boekenhandel of bibliotheek in de afdeling poëzie op zoek gaan naar een dichtbundel.”

Waarom het podium zo goed voelt? “Het geeft instant gratification.” Een publiek reageert meteen; na afloop kan je praten, mensen delen wat ze hoorden, hoe ze een passage begrepen, wat het bij hen losmaakte. Dat gesprek voedt ook haar inspiratie.

Haar roots liggen dan ook bij spoken word. Toen ze op haar zestiende begon met schrijven en performen, dacht ze nog niet aan een bundel op papier. Toch kwam die er. Tussentaal verscheen in 2022, en in 2025 volgde Richtingloos navigeren. Met een boek mis je soms dat onmiddellijke warme bad. Er zijn recensies, af en toe een mailtje van een lezer, maar het tempo is anders: trager, stiller.

Die directheid vindt ze ook in onderwijs. Lesgeven geeft haar energie omdat ze vooruitgang van dichtbij ziet. Ze kijkt naar studenten aan het begin van het academiejaar en merkt hoe snel hun kennis groeit. “Zo geef ik ook een beetje terug aan de maatschappij. Ik zou denk ik niet evengoed gedijen als een bursaal die alleen bezig is met onderzoek.” Het contact verloopt vlot en laagdrempelig, vooral ook omdat ze zelf nog jong is en daardoor toegankelijk blijft voor de studenten.

Esohe Weyden
Esohe Weyden, jurist met het hart van een poëet (foto (c) Koen Broos))

Poëzie in het recht, recht in de poëzie

Zit er poëzie in het recht? Volgens Weyden wel. Overal waar je zoekt, kan je poëzie vinden. “Er zijn een aantal juridische begrippen die toch wel heel poëtisch zijn. Een goed voorbeeld is billijkheid. Dat zit in de onderbuik, in het gevoel, in het in acht nemen van heel veel verschillende omstandigheden. Het is ook een poëtisch woord.”

Zo’n begrip leeft ook buiten zijn strikt juridische betekenis. “Ik heb het woord ook verwerkt in één van mijn gedichten in mijn nieuwe bundel.” Een juridisch concept krijgt zo een extra betekenislaag.

Ze is niet de enige die die kruisbestuiving ziet. Lotte Dodion publiceerde in 2025 een bundel met de titel Verzachtende omstandigheden. Of hoe het recht zelfs dichters zonder juridische achtergrond inspireert.

Inspiratie vindt Weyden overal: in mensen om haar heen, in collega’s en vriendinnen. Grote literaire voorbeelden hoeven niet altijd: poëzie vertrekt vaak vanuit kleine dagelijkse gevoelens, waardoor “een bredere scope nuttig” is. Academisch wijst ze één duidelijke inspiratiebron aan: prof. dr. Renate Barbaix, niet toevallig de promotor van haar doctoraat.

Onderzoek met maatschappelijke inzet

In haar doctoraat vind je haar maatschappelijke betrokkenheid terug, net als in haar poëzie. Ze onderzoekt de erfrechtelijke reserve van afstammelingen: een grondslagenonderzoek met impact op het echte leven. Centrale vragen zijn: waarom bestaat de erfrechtelijke reserve? Is die vandaag nog te verantwoorden? En wat betekent het dat je kinderen niet zomaar kan onterven? Is dat een te grote overheidsinmenging, of net een noodzakelijke bescherming?

Het zijn geen abstracte discussies, maar kwesties die families raken. Veel geschillen draaien om het ene kind dat veel minder krijgt, of bijna onterfd wordt. De positie van kinderen uit eerdere huwelijken speelt mee, net als de moeilijke mix van emotie, rechtvaardigheid en verwachting. Precies in dat spanningsveld zoekt Weyden naar helderheid.

​Schrijven is een manier om jezelf vast te leggen in de tijd. Iedere tekst is een momentopname van wie je toen was

Groei, twijfel en stemkleur

Hoewel ze met haar 26 nog een jonge stem is in het poëzielandschap en in de academische wereld, merkt ze hoe ze gegroeid is. “In mijn eerste bundel zit nog veel jeugdigheid. Die ook mooi is. Maar mijn stem is wel veranderd.” Waar ze vroeger intuïtiever schreef, schrijft ze nu bewuster, rationeler, kritischer op haar eigen tekst. “Ik doe meer aan schrappen en verfijnen. Ook al weet ik niet of dat altijd goed is om (te) rationeel om te gaan met een emotionele tekst.”

Schrijven ziet ze als een manier om jezelf vast te leggen in de tijd. Iedere tekst is een momentopname van wie je toen was. Je stemkleur kan en zal in tien jaar veranderen, je ideeën ook. Net daarom is het waardevol dat je, bijna letterlijk, kan terugbladeren naar je oude ik. Zonder woorden verdwijnt veel in “een verre herinnering”.

Toch hoort twijfel erbij. Dan klinkt soms die innerlijke stem: zou ik die opinie wel delen? Wat als ik er later anders over denk? Weyden leerde daar rust in vinden: dat opinies mogen evolueren, en dat veranderen geen zwakte is maar groei.

Stadsdichter in woelige tijden

Sinds januari 2025 is Weyden stadsdichter van Antwerpen. Een rol met een lange en mooie traditie, maar ook één die in 2022 woelige tijden kende door een conflict tussen het collectief van stadsdichters en het stadsbestuur. Het leidde er zelfs toe dat het stadsdichterschap werd stopgezet. Tot enkele culturele instellingen besloten dat dit project niet verloren mocht gaan. In dat klimaat werd Weyden gevraagd.

Ze noemt het nog altijd een van haar dapperste beslissingen. “Het was een enorm enge beslissing. Er waren zoveel onzekerheden rond het stadsdichterschap. Zou het nieuwe stadsbestuur me ondersteunen? Wie zou de nieuwe schepen worden en hoe zou die er tegenover staan? Zou het een lege functie worden of één waar ik echt betekenis aan kon geven?”

Dat de vraag op haar bord kwam in het eerste jaar van haar doctoraat maakte het extra spannend. Toch gaf een paar dingen de doorslag: de meerwaarde voor de stad, het vertrouwen vanuit de culturele sector, en de lange traditie waar ze in mocht stappen. Het was de motivatie om de sprong te wagen.

Balans als methode

Doctoraat, poëzie, stadsdichterschap, podcasts: hoe houd je dat in evenwicht? Het is druk, zegt ze, maar het geeft ook energie: de bezigheden lopen naast elkaar, niet door elkaar. “De sleutel zit in plannen en afbakenen. Stroomlijnen. Het is een vaardigheid die ik volop aan het ontwikkelen ben. Ik deel mijn dag in feite op in drie dagdelen. Die eerste twee delen werk ik academisch, het laatste deel is voor mijn poëzie.”

Je vindt haar dan ook ’s ochtends vroeg al op de universiteit. ’s Avonds komt de cultuursector tot leven, en ook de zin om te schrijven en performen. Daardoor droomt ze al wel eens van iets dat in haar agenda nauwelijks voorkomt: tijd waarin niets moet, maar veel kan. “Soms kijk ik er ook wel naar uit om me eens te mogen vervelen. Nu heb ik daar geen tijd voor. Dat is iets voor na het stadsdichterschap. Momenten waarop er niets moet gebeuren.”

Nederlands en Engels

Weyden groeide tweetalig op: Engels leerde ze van haar Nigeriaanse moeder, Nederlands van haar Belgische vader. “Ook al is de taal van mijn moeder Engels, toch is mijn ‘moedertaal’ Nederlands.” Voor poëzie koos ze bewust, en principieel, voor het Nederlands. “Nederlands is ook een prachtige taal voor poëzie.”

Meertaligheid is voor haar vooral een troef, eigen aan een generatie die talen vlot naast elkaar hanteert. Tegelijk kijkt ze kritisch naar de verengelsing van de academische wereld. Engels is nuttig als verbindende taal, vindt ze, maar het Nederlands mag geen tweederangstaal worden.

Wat nog komt

Heeft iemand die al zoveel verwezenlijkt nog dromen? Weyden lacht: het lijstje dunt uit, maar verdwijnt niet. Voor ze stadsdichter werd, was ze campusdichter, met een doctoraat en stadsdichterschap op haar verlanglijstje. Nu verschuift de focus naar afronden. “Het doctoraat afmaken staat op één. En het stadsdichterschap goed afronden. Dat ik met een tevreden gevoel en met fierheid kan terugblikken. Zonder spijt.”

En daarna—wie weet—misschien ook eens niets. Even stilte. Zodat de woorden weer kunnen komen.

Wim Putzeys – met veel dank aan Esohe Weyden voor de inspirerende babbel.

Dit interview verscheen eerder ook in het Jubel Magazine. Het papieren tijdschrift ontvangen? Stuur een mailtje naar redactie@jubel.be

  • Jubel is het contentplatform voor professionals in law, tax & finance. Met bijdragen van tal van toonaangevende auteurs brengen we elke maand 50.000 actoren uit de juridische, fiscale en financiële sector – en iedereen met interesse in die domeinen – met elkaar in verbinding.

  • Esohe Weyden is schrijver, dichter, jurist en mandaatassistent in het familiaal vermogensrecht aan de Universiteit Antwerpen. Van 2025 tot 2027 is ze de stadsdichter van Antwerpen. Eerder verschenen van haar hand: Tussentaal (poëzie, 2022), En morgen nog een keer (kinderboek, 2024) en Richtingloos navigeren (poëzie, 2025). Tussentaal werd genomineerd voor de C. Buddingh-prijs 2022 voor het beste Nederlandstalige poëziedebuut. Ze won in datzelfde jaar ook de publieksprijs van de PrixFintroPrijs voor Nederlandstalige literatuur en in 2019 de cultuurprijs voor verdienstelijke Deurnenaars.

Recente Jobs

Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent
Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Brussel
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat-stagiair
Fiscaal recht Notariaat
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel Gent

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *