Delhaize-beschikkingen op gespannen voet met het recht op collectieve actie cover

13 jan 2026 | Employment & Benefits

Delhaize-beschikkingen op gespannen voet met het recht op collectieve actie

Recente vacatures

Administratief bediende
Arbeidsrecht Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Paralegal
Legal Tech
2 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant
Dossierbeheerder
Gerechtelijk recht Gerechtsdeurwaarder
0 - 3 jaar
Brussel

Het Europees Comité voor Sociale Rechten (‘ECSR’) heeft de Belgische Staat al verschillende malen op de vingers getikt wegens schending van het recht op collectieve actie in artikel 6§4 van het (Herziene) Europees Sociaal Handvest[1].[2] In 2011 kwam het zelfs tot een veroordeling van België volgend op een collectieve klacht van het gemeenschappelijke vakbondsfront (ABVV, ACV, ACLVB, samen met ETUC). Het ECSR plaatste het recht op posten toen voor het eerst uitdrukkelijk onder de bescherming van artikel 6§4 (H)ESH. Naar het oordeel van het ECSR komt aan het recht om stakingspiketten op te zetten een gelijke of vergelijkbare bescherming toe als het stakingsrecht, zij het wellicht met een belangrijke nuance. Er mag met name geen sprake zijn van geweld tegen of intimidatie van werkwillige personeelsleden waardoor afbreuk wordt gedaan aan hun vrijheid om al dan niet deel te nemen aan de staking.[3]

In zijn allerlaatste conclusie met betrekking tot België (2022) heeft het ECSR geen schending meer vastgesteld van artikel 6§4 (H)ESH.[4] Het blijft evenwel onzeker of deze conclusie stand zal houden in een volgende controlecyclus, gelet op de beschikkingen die ondertussen gewezen zijn in het collectief conflict bij Delhaize. In dat kader heeft het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens alvast zijn bezorgdheden geuit over de uitholling van het recht op collectieve actie door de rechterlijke macht.[5] Ook de rechtsleer heeft zich kritisch uitgelaten over de Delhaize-beschikkingen. Volgens Buelens, Dorssemont, Lietaert, Neven en Van Hiel vormt de Delhaize-saga een perfecte illustratie van de schending van grondrechten door de inwilliging van eenzijdige verzoekschriften.[6]

Het recht op collectieve actie in artikel 6§4 (H)ESH

Krachtens artikel 6§4 (H)ESH rust een negatieve verplichting op de verdragsstaten om zich niet in te mengen met het recht op collectieve actie. Het is meer bepaald hun verantwoordelijkheid om erop toe te zien dat hun rechterlijke instanties de doeltreffende werking ervan niet ondermijnen.[7] Beperkende maatregelen zijn toegestaan als ze rechtvaardiging vinden onder artikel G (H)ESH. Een dergelijke maatregel is gerechtvaardigd indien ze voorgeschreven is bij wet, een legitiem doel nastreeft, en noodzakelijk is in een democratische samenleving voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen, of voor de bescherming van het algemeen belang, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de goede zeden.[8]

Slechts in extreme omstandigheden acht het ECSR een beperking gerechtvaardigd te zijn, dat is wanneer de nationale veiligheid in het gedrang komt of wanneer het leven en de gezondheid van personen op het spel staan. Puur economische overwegingen of zorgen van praktische of organisatorische aard (zoals het annuleren van vluchten en treinen, tijdelijke tekorten aan bepaalde goederen en diensten, langere wachttijden voor bepaalde niet-vitale diensten, enzovoort) vormen op zichzelf geen gegronde rechtvaardiging voor de beperking van het recht op collectieve actie.[9] Schade toegebracht aan derden en financiële verliezen geleden door de werkgever kunnen dan alleen in uitzonderlijke gevallen in aanmerking worden genomen.[10] Zelfs in extreme omstandigheden moet de beperking geschikt zijn om het legitieme doel te bereiken, en mag zij niet verder gaan dan noodzakelijk is om dat doel te bereiken. Het ECSR is met andere woorden terughoudend om beperkingen op het recht op collectieve actie te aanvaarden louter omwille van de bescherming van de rechten en vrijheden van de werkgever.

Daar komt nog bij dat het ECSR in een recente beslissing met veertien tegen één klaarblijkelijk een nieuwe voorwaarde heeft toegevoegd aan artikel 6§4 (H)ESH. Volgens het ECSR is lagere Nederlandse rechtspraak die niet op een uniforme en consistente manier de rechtspraak van de Hoge Raad volgt in de toepassing van ‘sociale urgentieoverwegingen’ niet in strijd met artikel 6§4 (H)ESH. Er zou zich op dat vlak immers ‘geen systemisch probleem voordoen’.[11] In haar dissenting opinion merkt ECSR-experte Salcedo Beltrán op dat het ECSR hiermee een voorwaarde toevoegt aan artikel 6§4 (H)ESH die voorheen niet werd gesteld. Het is overigens niet duidelijk wanneer er sprake is van een systemisch probleem.[12] Indien het stakingsrecht net als in Nederland uit rechtersrecht bestaat, is het niet altijd vanzelfsprekend om een systemische schending aan te tonen. Ook kan één enkele schending van het stakingsrecht een aanzienlijk aantal werknemers raken. In dat verband stelt Buelens dat de algemene evolutie in de rechtspraak als voldoende maatstaf kan gelden voor de evaluatie, zoals bij de veroordeling van België door het ECSR in 2011.[13] Het is afwachten hoe de ‘rechtspraak’ van het ECSR zich op dat vlak verder ontwikkelt.[14]

Wat voorafging aan de Delhaize-saga

Op 16 februari 2023 zegde Delhaize eenzijdig de cao op met betrekking tot de arbeidsorganisatie van de 128 winkels in eigen beheer (‘cao ASO’).[15] Artikel 15 van de cao ASO voorzag in een garantie dat er geen winkels in eigen beheer zouden sluiten, en dit minstens tot en met 31 december 2024. Vervolgens kondigde Delhaize op de bijzondere ondernemingsraad van 7 maart 2023 de verzelfstandiging aan van de 128 winkels in eigen beheer, wat in totaal 9.000 werknemers trof.[16] De motieven achter de verzelfstandiging zijn: marktaandeel winnen, omzetgroei verwezenlijken, en klantentevredenheid bevorderen.[17] Op de aankondiging van de directie om de 128 winkels in eigen beheer te verzelfstandigen, volgden stakingen in bijna alle winkels van Delhaize.[18] De zelfstandige winkels vallen onder een ander paritair comité (‘PC’) met minder voordelige loons-en arbeidsvoorwaarden (PC 202.01 of PC 201, afhankelijk van het aantal werknemers), wat de vakbonden bestempelden als ‘PC-shopping’.[19] Ook hangt de vertegenwoordiging van de werknemers af van de personeelssterkte in de winkels. Delhaize reageerde op de stakingen door onder meer leveringen gratis te maken[20], extra jobstudenten in te zetten[21], en werknemers aan te sporen om niet te staken[22]. In het verlengde van het collectief conflict probeerde Delhaize via procedures op eenzijdig verzoekschrift vat te krijgen op de vermeende feitelijkheden in haar vestigingen.

collectieve actie
Collectieve actie.

Toets aan het recht op collectieve actie

De vraag rijst in welke mate de verkregen Delhaize-beschikkingen verenigbaar zijn met het recht op vreedzaam posten, zoals beschermd onder artikel 6§4 (H)ESH. In nagenoeg alle gevallen verkreeg Delhaize immers preventieve titels om feitelijkheden te voorkomen. Een a priori verbod op de uitoefening van het recht op collectieve actie is niet toegestaan.[23] Toch wordt die afweging nergens uitdrukkelijk gemaakt. De voorzitter in Antwerpen stelt enkel vast dat er niet genoeg elementen voorhanden zijn om af te wijken van het principe van de tegenspraak.[24] Anders gezegd, er is sprake van een beperking van het recht op collectieve actie die op grond van artikel G (H)ESH gerechtvaardigd moet worden.

Dat in drie van de gewezen beschikkingen meldingen van intimidatie voorkomen naar werkwillige personeelsleden toe laat deze conclusie onverlet. Zo verklaarden enkele arbeiders in het Distributiecentrum Fresh gelegen te Zellik dat ze niet durfden te werken uit angst. Één arbeider verklaarde zelfs een bedreiging ontvangen te hebben van de leden van het ACV. De vaststellingen dateren van de nacht van 20 op 21 maart 2023 tussen 23.00 en 02.00 uur.[25] In de winkel in Edingen werd op 20 april 2023 lijm gegoten in het slot van de personeelsingang door een niet nader beschreven persoon.[26] Hieruit volgt nog niet dat de werkwillige personeelsleden in kwestie ervan weerhouden werden niet deel te nemen aan de collectieve actie[27], noch is er sprake van een disproportionele en langdurige beperking van hun recht op arbeid[28].

Rechtspraak is niet voldoende stabiel en voorzienbaar

Beperkingen aan het recht op collectieve actie moeten in de eerste plaats bij wet zijn voorgeschreven. Deze vereiste veronderstelt dat de nationale rechtspraak een voldoende mate van stabiliteit en voorzienbaarheid vertoont, zodat de betrokken partijen kunnen rekenen op de nodige rechtszekerheid.[29] De analyse van de Delhaize-beschikkingen laat een verdeeld beeld zien van de Belgische rechtspraak. Er bestaat met name geen eenduidigheid over de vraag of, en onder welke omstandigheden, stakingspiketten een rechtmatige dan wel onrechtmatige uitoefening van het stakingsrecht vormen. In Antwerpen en op derdenverzet in Waals-Brabant erkennen de voorzitters het recht op vreedzaam posten en verklaren ze de door Delhaize gevorderde maatregelen ongegrond.[30] Daarbuiten krijgt het recht om vreedzaam te posten een restrictieve interpretatie. Belemmeringspiketten worden gelijkgesteld aan geweld.[31] In 2018 had het ECSR net geoordeeld dat de Belgische rechtspraak voortaan wel rekening hield met artikel 6§4 (H)ESH naar aanleiding van de veroordeling in 2011.[32] Stakingsverboden hadden destijds vooral betrekking op het waarborgen van de veiligheid en het belang van een tegensprekelijke procedure werd voldoende benadrukt. Op een prejudiciële vraag antwoordt het Grondwettelijk Hof dan weer dat het belemmeren van de toegang tot de winkel voor de klanten rechtmatig kan zijn. Het Hof preciseert de omstandigheden verder niet.[33] De arbeidsgerechten van hun kant interpreteren het recht op collectieve actie ruimer dan de burgerlijke gerechten. Het recht om te posten, vormt een modaliteit van de staking en maakt een normale uitoefening van het stakingsrecht uit.[34] Ten overvloede, het recente verzoek van de Internationale Arbeidsorganisatie aan het Internationaal Gerechtshof tot interpretatie van Conventie nr. 87 illustreert eens te meer de aanhoudende onduidelijkheid omtrent het statuut van stakingen, en dit op een niveau dat België overstijgt.[35]

Niet alleen het verschil in opvattingen over stakingspiketten, maar ook de inhoud van de opgelegde maatregelen zelf draagt bij aan rechtsonzekerheid. De beschikkingen zijn in algemene bewoordingen gesteld en blijven op verschillende punten vaag, wat het lastig maakt om de reikwijdte van de opgelegde maatregelen te bepalen. Zo is niet duidelijk op welke gedragingen precies gedoeld wordt met het verbod op ‘het verhinderen, bemoeilijken, onmogelijk maken’ van de toegang tot de vestigingen van Delhaize. In Brussel legt de voorzitter enkel een verbod op om de toegang te verhinderen, maar niet om die te bemoeilijken of onmogelijk te maken.[36] Er heerst ook onduidelijkheid rond wat een ‘normaal’ gebruik van het materiaal van Delhaize moet voorstellen.[37] De vraag rijst in welke omstandigheden het normale gebruik van het materiaal van Delhaize geblokkeerd of beschadigd kan worden. Daarnaast wordt de vordering om de toegang zonder toelating tot de gebouwen of terreinen van Delhaize te verbieden in sommige beschikkingen ingewilligd[38], terwijl ze in andere net wordt afgewezen door de onverenigbaarheid met artikel 6§4 (H)ESH[39]. De rechtbank van eerste aanleg te Henegouwen, afdeling Bergen acht deze vordering wel in overeenstemming met artikel 6§4 (H)ESH, wanneer duidelijk is aangegeven dat ze zich richt op de verhindering van de normale uitvoering van de commerciële activiteiten van Delhaize[40], in tegenstelling tot de voorzitter in Brussel[41]. De heersende rechtsonzekerheid wordt versterkt gelet op het feit dat de maatregelen zich tot ‘eenieder’ richten. Al dit heeft tot gevolg dat de uitoefening van het stakingsrecht overgelaten wordt aan de subjectieve appreciatie van de gerechtsdeurwaarder, wat kan leiden tot willekeur in de uitvoering van de verkregen beschikkingen.

Onvoldoende procedurele waarborgen

Uit de vereiste dat de nationale rechtspraak voldoende stabiel en voorzienbaar is, vloeit ook voort dat de procedures in de rechtbank op een eerlijke wijze verlopen, met volledige eerbiediging van de fundamentele procedurele waarborgen.[42] De eenzijdigheid van de procedures op eenzijdig verzoekschrift brengt al met zich mee dat voorzitters handelen op inhoudelijke voorafnames. Dit staat niet los van de vaststelling dat in slechts één beschikking het verzoek van Delhaize ontvankelijk (sic) en ongegrond verklaard is.[43] De voorzitters nemen meer bepaald enkel de beweringen van Delhaize in overweging, al dan niet gestaafd met (relevante) bewijsstukken. De gewezen beschikkingen zijn vervolgens uitvoerbaar bij voorraad (artikel 1039 Ger. W.), terwijl het derdenverzet geen schorsende werking heeft. Als gevolg hiervan moeten actievoerders vaak wachten totdat de geldigheidsduur van de beschikking verstreken is door het ontradende effect van de hoge dwangsommen[44] en/of een tijdrovende beroepsprocedure doorlopen.[45] De gemiddelde termijn voor het verkrijgen van een beschikking op derdenverzet bedraagt zeventig dagen, ofwel iets meer dan twee maanden. In uitzonderlijke gevallen laat een uitspraak ruim zeven maanden op zich wachten.[46] De voorzitter in Henegouwen gaat zelfs zo ver om het derdenverzet onontvankelijk te verklaren, omdat de maatregelen al uitgevoerd zijn en op het ogenblik van het inleiden van de procedure geen gelding meer hebben.[47] De bestreden beschikking in kwestie is met andere woorden onbetwistbaar geworden, wat niet te rijmen valt met het recht op toegang tot de rechter en de wapengelijkheid.[48] Op zowel derdenverzet als in hoger beroep wordt het argument van de schending van de artikelen 6 (recht op een eerlijk proces) en 13 (recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel) EVRM systematisch van de hand gewezen met een simpele verwijzing naar het cassatie-arrest van 4 september 2020.[49] Volgens dat arrest zou de enkele mogelijkheid tot derdenverzet het recht op een eerlijk proces al voldoende waarborgen.

Niet noodzakelijk in een democratische samenleving

Zelfs al dienen de opgelegde maatregelen een legitiem doel, met name de bescherming van de rechten en vrijheden van Delhaize en haar werkwillige personeelsleden[50], dan nog mogen ze niet verder gaan dan noodzakelijk is.[51] Een groot aantal beschikkingen leggen maatregelen op die duidelijk verder gaan dan noodzakelijk doordat ze een veel te onzekere band vertonen met het nagestreefde doel. De beschikkingen houden op de eerste plaats een verbod in om de toegang tot de onderneming ‘te verhinderen, bemoeilijken of onmogelijk te maken’. Deze maatregel wordt vergezeld door verschillende andere maatregelen die niet noodzakelijk verband houden met de bescherming van de subjectieve rechten in het geding. Zo leggen tal van voorzitters een verbod op om de gebouwen of terreinen van Delhaize te betreden zonder toelating van de directie.[52] De meeste beschikkingen bevatten ook een verbod op het blokkeren en/of beschadigen van het ‘normale’ gebruik van het materiaal van Delhaize en/of haar klanten en/of haar leveranciers en/of derden (eigen onderlijning).[53] Deze maatregelen zijn mede gelet op hun doelgroep (‘eenieder’) niet geschikt om het legitieme doel na te streven.

In ieder geval deden zich geen extreme omstandigheden voor die een uitzondering onder artikel G (H)ESH zouden kunnen verantwoorden.[54] In totaal hebben in een beperkt aantal winkels en distributiecentra voor een beperkte periode blokkades (volledig of gedeeltelijk) plaatsgevonden. De stakingen waren intermittent om niet veel voedsel te moeten weggooien.[55] Slechts drie van de gewezen beschikkingen vermelden bovendien daden van intimidatie naar werkwillige personeelsleden toe.[56] Buiten deze gevallen om zijn leveringen doorgegaan en hebben werkwillige personeelsleden toegang gekregen tot de winkels en distributiecentra om er te werken. In Brussel neemt de voorzitter bij zijn belangenafweging mee dat het sociaal overleg niets oplevert.[57] Bij het uitblijven van resultaat in het sociaal overleg speelt de collectieve actie net een cruciale rol als drukkingsmiddel.

Opgelegde maatregelen zijn disproportioneel

De voorwaarde dat de opgelegde beperkingen niet verder gaan dan noodzakelijk is, houdt ook een proportionaliteitsvereiste in. Dit impliceert dat de rechter een afweging moet maken tussen enerzijds de rechten en vrijheden, en anderzijds verantwoordelijkheden van de natuurlijke en rechtspersonen die bij het geschil betrokken zijn.[58] Daarbij moeten economische vrijheden zodanig worden geïnterpreteerd dat ze niet op disproportionele wijze afbreuk doen aan arbeidsrechten.[59] Uit de beschikkingen blijkt dat belemmeringspiketten per definitie disproportioneel worden bevonden[60], en dat terwijl het Belgische criterium van de proportionaliteit door het ECSR reeds niet inpasbaar werd bevonden in artikel G (H)ESH. Volgens het ECSR stelt dit criterium de voorzitter in staat om de redelijkheid van de eisen van de stakers na te gaan, wat een pregoratief is van de vakbonden.[61] De vraag of een beperking van het recht op collectieve actie niet disproportioneel is, wordt niet gesteld en blijft bijgevolg onbeantwoord. De opgelegde maatregelen komen de facto neer op een verbod op vreedzaam posten voor vier weken (uitzonderlijk twee weken of één week) voor alle vestigingen in een bepaald arrondissement (tot tweemaal toe zelfs nationaal, in alle winkels en distributiecentra van Delhaize over heel het land heen). Inbreuken worden gesanctioneerd met een dwangsom van 1.000 euro (in Brussel 500 euro) per persoon en per inbreuk, met een maximumbedrag van 100.000 euro voor alle inbreuken samen in Gent en in Kortrijk. In alle arrondissementen was minstens een verbod van toepassing op het verhinderen van de toegang tot de onderneming, of er nu wel of geen sprake was van geweld of intimidatie, of de toegang nu wel of niet belemmerd werd tot de onderneming.[62]

Systemisch probleem

Ten slotte wijzen de beschikkingen op het bestaan van een systemisch probleem.[63] Van de in de analyse opgenomen 26 beschikkingen op eenzijdig verzoekschrift[64] lijkt slechts één verzoenbaar met artikel 6§4 (H)ESH[65]. Enkel drie[66] van de dertien beschikkingen op derdenverzet[67] hebben geleid tot een vernietiging die relevant is vanuit het perspectief van artikel 6§4 (H)ESH. In hoger beroep is de beschikking op derdenverzet te Gent vernietigd[68], wat de teller op twee brengt. Het probleem is te situeren in de structurele kenmerken van het Belgisch burgerlijk procesrecht dat toepassing vindt op collectieve conflicten, en meer in het bijzonder op de aanwezigheid van stakingspiketten nabij de onderneming. De eenzijdigheid van de spoedprocedure leidt ertoe dat voorzitters handelen op basis van inhoudelijke voorafnames. Daarbij mogen zij zich in hun oordeel beperken tot het toetsen van de schijn van rechten. Een nuttig correctiemechanisme dat deze gebreken kan opvangen, ontbreekt vooralsnog.

Conclusie

Uit de voorgaande analyse van de Delhaize-beschikkingen volgt dat de conclusie tot conformiteit van het ECSR uit 2022 achterhaald is. De systematische ontvankelijkverklaring van een spoedprocedure die een afwijking vormt op het principe van de tegenspraak, vaak zonder afdoende volstrekte noodzakelijkheid, en waarbij de belangenafweging zich beperkt tot een abstracte en automatische toepassing van het proportionaliteitscriterium, in combinatie met een rechtsmiddel dat geen schorsend effect creëert en laattijdig is, waardoor de opgelegde maatregelen niet op nuttige wijze aangevochten kunnen worden, brengt een disproportionele beperking van het recht op collectieve actie in artikel 6§4 (H)ESH mee. De opgelegde maatregelen zelf zijn dermate algemeen verwoord dat ze vaag blijven, niet geschikt zijn voor de bescherming van de in het geding zijnde subjectieve rechten, en disproportioneel afbreuk doen aan het recht op collectieve actie. Het is afwachten hoe het ECSR zich hierover zal uitspreken in zijn volgende conclusie. België diende uiterlijk op 31 december 2025 te rapporteren over de naleving van artikel 6 (H)ESH.

Melodi Anasiz

Een uitgebreide versie van dit artikel kan u lezen in het Arbeidsrecht Journaal.


Voetnoten

[1] Het (Herziene) Europees Sociaal Handvest van de Raad van Europa van 3 mei 1996, (‘(H)ESH’).

[2] ECSR, 1st Assessment of follow-up, Belgium, 4 december 2015, https://hudoc.esc.coe.int/?i=cc-59-2009-Assessment-en; ECSR, Conclusions, Belgium, 2014, https://hudoc.esc.coe.int/?i=2014/def/BEL/6/4/EN; ECSR 13 september 2011, 59/2009, ‘ETUC, CGSLB, CSC, FGTB/Belgium’, https://hudoc.esc.coe.int/eng?i=cc-59-2009-dmerits-en, https://hudoc.esc.coe.int/fre/?i=cc-59-2009-dmerits-fr; ECSR, Conclusions, Belgium, 2006, https://hudoc.esc.coe.int/?i=XVIII-1/def/BEL/6/4/EN; ECSR, Conclusions, Belgium, 2005, https://hudoc.esc.coe.int/?i=XVII-1/def/BEL/6/4/EN; ECSR, Conclusions, Belgium, 2003, https://hudoc.esc.coe.int/?i=XVI-1/def/BEL/6/4/EN.

[3] ECSR 13 september 2011, 59/2009, ‘ETUC, CGSLB, CSC, FGTB/Belgium’, §35-36. In de Engelstalige versie van de veroordeling worden geweld en intimidatie opgevoerd als voorbeelden, in tegenstelling tot de Franstalige versie. Een dermate brede lezing geeft aanleiding tot rechtsonzekerheid en staat derhalve haaks op het (H)ESH en de ‘rechtspraak’ van het ECSR zelf. De klachtenprocedure werd overigens in het Frans gevoerd. DORSSEMONT F., ‘Collectieve conflicten: rechterlijke en wetgevende tussenkomsten (2004-2023)’, NjW 2024/500, (300) 304-305; NEVEN J.-F., ‘Piquets de grève: les suites de la décision du Comité européen des droits sociaux du 13 septembre 2011’ in DORSSEMONT F., FICHER I., GUILLAIN C., JOASSART P., NEVEN J.-F. en VAN DROOGHENBROECK S. (eds.), Droit de grève: actualités et questions choisies, Larcier, 2015, (35) 44.

[4] ECSR, Conclusions, Belgium, 2022, https://hudoc.esc.coe.int/?i=2022/def/BEL/6/4/EN.

[5] ‘Procedures op eenzijdig verzoekschrift tasten het stakingsrecht aan’, 23 mei 2023, https://federaalinstituutmensenrechten.be/nl/nieuws/procedures-op-eenzijdig-verzoekschrift-tasten-stakingsrecht-aan (geraadpleegd op 19 november 2025).

[6] BUELENS J., ‘Eenzijdige verzoekschriften tegen stakingsacties moeten uitzondering blijven’, TvMR 2025/2, 24; DORSSEMONT F., ‘Collectieve conflicten: rechterlijke en wetgevende tussenkomsten (2004-2023)’, NjW 2024/500, 300; LIETAERT B., ‘Stakingsrecht en procedures van den Aldi. Het procederen staakt maar niet’, RABG 2023, 1479; NEVEN J.-F., ‘Conflit social chez Delhaize: anatomie d’un activisme judiciaire’ in BEDORET C. en GILSON S. (eds.), Questions spéciales en droit collectif du travail, Anthemis, 2024, 165; VAN HIEL I., ‘Eenzijdigheid verzoekschrift leidt tot misinformatie en schending van grondrecht’, Soc. Kron. 2024/3, 157.

[7] ECSR 5 juli 2022, 175/2019, ‘Syndicat CFDT de la métallurgie de la Meuse/France’, §91, https://hudoc.esc.coe.int/eng?i=cc-175-2019-dmerits-en; ECSR 22 mei 2003, 12/2002, ‘Confederation of Swedish Enterprise/Sweden’, §43, https://hudoc.esc.coe.int/eng/?i=cc-12-2002-dmerits-en; ECSR, Conclusions I, Statement of Interpretation on Article 6§4, https://hudoc.esc.coe.int/eng?i=I_Ob_-71/Ob/EN.

[8] PECINOVSKY P., ‘Collectieve actie’ in ENGELS C. en HENDRICKX F. (eds.), Arbeidsrecht – Deel 3, die Keure, 2025, (529) 538-555.

[9] Recent herbevestigd in ECSR 24 januari 2024, 201/2021, ‘ETUC, FNV, CNV/the Netherlands’, §128, https://hudoc.esc.coe.int/fre/?i=cc-201-2021-dmerits-en. Zie ook ECSR 23 maart 2017, 111/2014, ‘GSEE/Greece’, §83, https://hudoc.esc.coe.int/eng/?i=cc-111-2014-dmerits-en.

[10] ECSR, Conclusions, Norway, 2010, https://hudoc.esc.coe.int/?i=2010/def/NOR/6/4/EN; ECSR, Conclusions, the Netherlands, 1998, https://hudoc.esc.coe.int/?i=XIV-1/def/NLD/6/4/EN; ECSR, Conclusions, the Netherlands, 1993, https://hudoc.esc.coe.int/?i=XIII-1/def/NLD/6/4/EN.

[11] In deze procedure draaide de klacht rond 19 van de 33 uitspraken die lagere rechters sinds 2015 hebben gedaan over stakingsacties. ECSR 24 januari 2024, 201/2021, §133.

[12] SALCEDO BELTRÁN C., Dissenting opinion in ECSR 24 januari 2024, 201/2021, (39) 50-52.

[13] BUELENS J., ‘(G)een winterslaap voor het collectief arbeidsrecht’, TSR 2024/3-4, (631) 652.

[14] In zijn laatste beslissing met betrekking tot de toepassing van artikel 6§4 (H)ESH bewaart het ECSR het stilzwijgen daarover. De collectieve klacht en de afhandeling ervan hebben echter slechts betrekking op het stakingsrecht van het beroepsleger, dus op essentiële sectoren. Zie ECSR 11 september 2024, 199/2021, ‘EUROMIL/Portugal’, https://hudoc.esc.coe.int/?i=cc-199-2021-dmerits-en.

[15] CARDINAELS J., ‘Delhaize zegt werkregeling officieel op’, De Tijd 23 februari 2023, https://www.tijd.be/ondernemen/retail/delhaize-zegt-werkregeling-officieel-op/10449460.html (geraadpleegd op 19 november 2025).

[16] BUELENS J., ‘Eenzijdige verzoekschriften tegen stakingsacties moeten uitzonderlijk blijven’, TvMR 2025/2, 24; DORSSEMONT F., ‘Collectieve conflicten: rechterlijke en wetgevende tussenkomsten (2004-2023)’, NjW 2024/500, 300; LIETAERT B., ‘Stakingsrecht en procedures van den Aldi. Het procederen staakt maar niet’, RABG 2023, 1479; NEVEN J.-F., ‘Conflit social chez Delhaize: anatomie d’un activisme judiciaire’ in BEDORET C. en GILSON S. (eds.), Questions spéciales en droit collectif du travail, Anthemis, 2024, 165.

[17] ‘Delhaize kondigt de intentie aan om al haar 128 Belgische supermarkten in eigen beheer om te vormen tot zelfstandige aangesloten Delhaize-winkels’, 7 maart 2023, https://press.delhaize.be/delhaize-kondigt-de-intentie-aan-om-al-haar-128-belgische-supermarkten-in-eigen-beheer-om-te-vormen-tot-zelfstandige-aangesloten-delhaize-winkels (geraadpleegd op 19 november 2025).

[18] BUELENS J., ‘Eenzijdige verzoekschriften tegen stakingsacties moeten uitzonderlijk blijven’, TvMR 2025/2, 24; DORSSEMONT F., ‘Collectieve conflicten: rechterlijke en wetgevende tussenkomsten (2004-2023)’, NjW 2024/500, 300; LIETAERT B., ‘Stakingsrecht en procedures van den Aldi. Het procederen staakt maar niet’, RABG 2023, 1479; NEVEN J.-F., ‘Conflit social chez Delhaize: anatomie d’un activisme judiciaire’ in BEDORET C. en GILSON S. (eds.), Questions spéciales en droit collectif du travail, Anthemis, 2024, 165.

[19] PELTZER L., ‘Le sort des conventions collectives de travail sectorielles en cas de transfert conventionnel d’entreprise entraînant un changement de commission paritaire’ in BEDORET C. en GILSON S. (eds.), Questions spéciales en droit collectif du travail, Anthemis, 2024, 67.

[20] VAN ROMPAEY S., ‘Delhaize bezorgt tijdelijk gratis aan huis’, RetailDetail BE 8 maart 2023, https://www.retaildetail.be/nl/news/food/delhaize-bezorgt-tijdelijk-gratis-aan-huis/ (geraadpleegd op 19 november 2025).

[21] VERSTICHEL M., ‘Werk deels hervat bij distributiecentra van Delhaize, vakbonden sluiten nieuwe acties niet uit’, VRT NWS 22 maart 2023, https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2023/03/22/werk-deels-hervat-bij-distributiecentra-van-delhaize-maar-vakbo/ (geraadpleegd op 19 november 2025).

[22] De Franstalige, christelijke vakbond Centrale Nationale des Employés (‘CNE’) heeft op 13 april 2023 een klacht ingediend tegen Delhaize bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (‘FOD WASO’) op basis van art. 162 juncto 189 Soc. Sw. De klacht heeft betrekking op een door de directie uitgehangen document in de winkels, waarin het personeel wordt geïnformeerd dat stakingsdagen niet worden gelijkgesteld met arbeidsdagen voor de berekening van pensioen en vakantiegeld. CNE heeft van FOD WASO tot op heden geen reactie ontvangen over de verdere afhandeling van de klacht, ondanks het herhaaldelijk versturen van e-mails. Voor meer informatie: Klacht CNE tegen Delhaize, https://drive.google.com/file/d/1Pkjhz6MpHFOXwAP45_VY02Cd8bDMR_4i/view?usp=sharing.

[23] ECSR 3 juli 2013, 85/2012, ‘LO and TCO/Sweden’, §120, https://hudoc.esc.coe.int/fre/?i=cc-85-2012-dadmissandmerits-en.

[24] Voorz. Rb. Antwerpen, afd. Antwerpen 23 maart 2023, 23/853/B.

[25] Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 19 april 2023, 23/24/C.

[26] Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 28 september 2023, 23/18/C; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 24 mei 2023, 23/6/C en 23/7/C.

[27] ECSR 13 september 2011, 59/2009, §35-36.

[28] ECSR 3 juli 2013, 85/2012, §119.

[29] ECSR 13 september 2011, 59/2009, §43.

[30] Voorz. Rb. Waals-Brabant 6 juni 2023, 23/11/C; Voorz. Rb. Antwerpen, afd. Antwerpen 23 maart 2023, 23/853/B.

[31] Gent 14 december 2024, 2023/AR/1964; Brussel 6 november 2023, 2023/KR/23; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 28 september 2023, 23/18/C; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 20 september 2023, 23/801/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 13 september 2023, 23/1192/B; Voorz. Rb. Waals-Brabant 11 september 2023, 23/19/C; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 23 augustus 2023, 23/710/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 24 juli 2023, 23/967/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen, 18 juli 2023, 23/619/B; Voorz. Rb. Waals-Brabant 21 juni 2023, 23/464/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 19 juni 2023, 23/817/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 16 juni 2023, 23/508/B; Voorz. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent 14 juni 2023, 23/17/C; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 24 mei 2023, 23/6/C en 23/7/C; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 28 april 2023, 23/569/B; Voorz. Rb. Limburg, afd. Hasselt 21 april 2023, 23/315/B; Voorz. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent 21 april 2023, 23/532/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 20 april 2023, 23/342/B; Voorz. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent, 19 april 23/519/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 23 maart 2023, 23/240/B; Voorz. Rb. Waals-Brabant 22 maart 2023, 23/245/B; Voorz. Rb. West-Vlaanderen, afd. Kortrijk 22 maart 2023, 23/322/B.

[32] ECSR, 2nd Assessment of follow-up, 6 december 2018, https://hudoc.esc.coe.int/?i=cc-59-2009-Assessment2-en.

[33] GwH 14 november 2024, 123/2024, https://nl.const-court.be/public/n/2024/2024-123n.pdf.

[34] Zie bijvoorbeeld Arbh. Antwerpen 17 september 2018, 2017/RK/31; Arbh. Brussel 5 november 2009, 2009/AB/52381; Arbrb. Brussel 20 juli 2009, 7292/09 en 7879/09; VAN HIEL I., ‘Bedrijfsbezetting is geen dringende reden’, Juristenkrant 2010/201, 16.

[35] Request for Advisory Opinion, https://www.icj-cij.org/sites/default/files/case-related/191/191-20231110-req-01-00-en.pdf.

[36] Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 13 september 2023, 23/1192/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 24 juli 2023, 23/967/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 19 juni 2023, 23/817/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 26 mei 2023, 23/703/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 28 april 2023, 23/569/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 7 april 2023, 23/485/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 31 maart 2023, 23/449/B.

[37] Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 20 september 2023, 23/801/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 23 augustus 2023, 23/710/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 18 juli 2023, 23/619/B; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 6 juli 2023, 23/1229/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 21 juni 2023, 23/1150/B; Voorz. Rb. Waals-Brabant 21 juni 2023, 23/464/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 19 juni 2023, 23/817/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 16 juni 2023, 23/508/B; Voorz. Rb. Limburg, afd. Hasselt 21 april 2023, 23/315/B; Voorz. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent 21 april 2023, 23/532/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 20 april 2023, 23/342/B; Voorz. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent, 19 april 23/519/B; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 18 april 2023, 23/728/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 23 maart 2023, 23/240/B; Voorz. Rb. Waals-Brabant 22 maart 2023, 23/245/B.

[38] Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 20 september 2023, 23/801/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 23 augustus 2023, 23/710/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 18 juli 2023, 23/619/B; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 6 juli 2023, 23/1229/B; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 21 juni 2023, 23/1150/B; Voorz. Rb. Waals-Brabant 21 juni 2023, 23/464/B; Voorz. Rb. Limburg, afd. Hasselt 21 april 2023, 23/315/B; Voorz. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent 21 april 2023, 23/532/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 20 april 2023, 23/342/B; Voorz. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent, 19 april 23/519/B; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 18 april 2023, 23/728/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 23 maart 2023, 23/240/B; Voorz. Rb. Waals-Brabant 22 maart 2023, 23/245/B.

[39] Gent 14 december 2024, 2023/AR/1964; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 16 juni 2023, 23/508/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 24 mei 2023, 23/6/C en 23/7/C.

[40] Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 20 september 2023, 23/801/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 23 augustus 2023, 23/710/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 18 juli 2023, 23/619/B.

[41] Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 26 mei 2023, 23/703/B.

[42] ECSR 13 september 2011, 59/2009, §44.

[43] Voorz. Rb. Antwerpen, afd. Antwerpen 23 maart 2023, 23/853/B.

[44] Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 25 oktober 2023, 23/48/C; Voorz. Rb. Waals-Brabant 6 juni 2023, 23/11/C.

[45] ECSR 13 september 2011, 59/2009, §44.

[46] Voorz. Rb. Limburg, afd. Hasselt 19 maart 2024, 23/16/C.

[47] Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 24 november 2023, 23/32/C.

[48] BOULARBAH H., ‘L’intervention du président du tribunal de l’entreprise au bénéfice de l’urgence’ in GERMAIN J.-F. (ed.), L’entreprise face à l’urgence, Larcier, 2018, 132.

[49] Cass. 4 september 2020, RW 2020-21/12, 1667; Gent 14 december 2024, 2023/AR/1964; Brussel 6 november 2023, 2023/KR/23; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 25 oktober 2023, 23/48/C; Voorz. Rb. Henegouwen, afd. Bergen, 28 september 2023, 23/18/C; Voorz. Rb. Waals-Brabant 11 september 2023, 23/24/C; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 24 mei 2023, 23/6/C en 23/7/C; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 21 april 2023, 23/26/C; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 19 april 2023, 23/24/C.

[50] ECSR 13 september 2011, 59/2009, §45.

[51] ECSR 13 september 2011, 59/2009, §45.

[52] Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 20 september 2023, 23/801/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 23 augustus 2023, 23/710/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 18 juli 2023, 23/619/B; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 6 juli 2023, 23/1229/B; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 21 juni 2023, 23/1150/B; Voorz. Rb. Waals-Brabant 21 juni 2023, 23/464/B; Voorz. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent 21 april 2023, 23/532/B; Voorz. Rb. Limburg, afd. Hasselt 21 april 2023, 23/315/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 20 april 2023, 23/342/B; Voorz. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent, 19 april 23/519/B; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 18 april 2023, 23/728/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 23 maart 2023, 23/240/B; Voorz. Rb. Waals-Brabant 22 maart 2023, 23/245/B.

[53] Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 20 september 2023, 23/801/B, Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 23 augustus 2023, 23/710/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 18 juli 2023, 23/619/B; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 6 juli 2023, 23/1229/B; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 21 juni 2023, 23/1150/B; Voorz. Rb. Waals-Brabant 21 juni 2023, 23/464/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 16 juni 2023, 23/508/B; Voorz. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent 21 april 2023, 23/532/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 20 april 2023, 23/342/B; Voorz. Rb. Limburg, afd. Hasselt 20 april 2023, 23/315/B; Voorz. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent, 19 april 23/519/B; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 18 april 2023, 23/728/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 23 maart 2023, 23/240/B; Voorz. Rb. Waals-Brabant 22 maart 2023, 23/245/B.

[54] ECSR 22 januari 2019, ‘CGIL/Italy’, 140/2016, §143, https://hudoc.esc.coe.int/fre/?i=cc-140-2016-dmerits-en; ECSR, Conclusions, Germany, 2014, https://hudoc.esc.coe.int/?i=XX-3/def/DEU/6/4/EN; ECSR, Conclusions VIII, Statement of Interpretation on Article 6§4, 1984, https://hudoc.esc.coe.int/?i=VIII_Ob_-3/Ob/EN.

[55] Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 25 oktober 2023, 23/48/C; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 19 april 2023, 23/24/C.

[56] Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 28 september 2023, 23/18/C; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 19 april 2023, 23/24/C.

[57] Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 25 oktober 2023, 23/48/C; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 21 april 2023, 23/26/C; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 19 april 2023, 23/24/C.

[58] ECSR 13 september 2011, 59/2009, §34.

[59] ECSR 3 juli 2013, 85/2012, §121.

[60] Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 20 september 2023, 23/801/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 13 september 2023, 23/1192/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 23 augustus 2023, 23/710/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 24 juli 2023, 23/967/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen, 18 juli 2023, 23/619/B; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 6 juli 2023, 23/1229/B; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik, 21 juni 2023, 23/1150/B; Voorz. Rb. Waals-Brabant 21 juni 2023, 23/464/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 16 juni 2023, 23/508/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 26 mei 2023, 23/703/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 28 april 2023, 23/569/B; Voorz. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent 21 april 2023, 23/532/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 20 april 2023, 23/342/B; Voorz. Rb. Leuven 20 april 2023, 23/352/B; Voorz. Rb. Limburg, afd. Hasselt 20 april 2023, 23/315/B; Voorz. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent, 19 april 23/519/B; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 18 april 2023, 23/728/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 7 april 2023, 23/485/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 31 maart 2023, 23/449/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 23 maart 2023, 23/240/B; Voorz. Rb. Waals-Brabant 22 maart 2023, 23/245/B; Voorz. Rb. West-Vlaanderen, afd. Kortrijk 22 maart 2023, 23/322/B.

[61] ECSR, Conclusions, Belgium, 2005; ECSR, Conclusions, Belgium, 2003. Zie ook DE MEYER, L., Propotioneel stakingsrecht?, Intersentia, 2012, (11) 41-43.

[62] Zo blijkt uit een proces-verbaal van vaststelling van 25 mei 2023 dat de actievoerders aan de gerechtsdeurwaarder hadden verklaard de toegang tot de onderneming niet te zullen blokkeren gelet op de hoge dwangsommen en dat vervolgens niet hebben gedaan. Toch beslist de voorzitter op derdenverzet dat een normale bedrijfsvoering onmogelijk werd gemaakt. Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 25 oktober 2023, 23/48/C.

[63] ECSR 24 januari 2024, 201/2021, §133.

[64] Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 20 september 2023, 23/801/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 13 september 2023, 23/1192/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 23 augustus 2023, 23/710/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 24 juli 2023, 23/967/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen, 18 juli 2023, 23/619/B; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 6 juli 2023, 23/1229/B; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik, 21 juni 2023, 23/1150/B; Voorz. Rb. Waals-Brabant 21 juni 2023, 23/464/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 19 juni 2023, 23/817/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 16 juni 2023, 23/508/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 26 mei 2023, 23/703/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 28 april 2023, 23/569/B; Voorz. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent 21 april 2023, 23/532/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 20 april 2023, 23/342/B; Voorz. Rb. Leuven 20 april 2023, 23/352/B; Voorz. Rb. Limburg, afd. Hasselt 20 april 2023, 23/315/B; Voorz. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent, 19 april 23/519/B; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 18 april 2023, 23/728/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 7 april 2023, 23/485/B; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 31 maart 2023, 23/449/B; Voorz. Rb. Antwerpen, afd. Antwerpen 23 maart 2023, 23/853/B; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 23 maart 2023, 23/240/B; Voorz. Rb. Waals-Brabant 22 maart 2023, 23/245/B; Voorz. Rb. West-Vlaanderen, afd. Kortrijk 22 maart 2023, 23/322/B.

[65] Voorz. Rb. Antwerpen, afd. Antwerpen 23 maart 2023, 23/853/B.

[66] Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 27 juni 2023, 23/28/C; Voorz. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent 14 juni 2023, 23/17/C; Voorz. Rb. Waals-Brabant 6 juni 2023, 23/11/C.

[67] Voorz. Rb. Limburg, afd. Hasselt 19 maart 2024, 23/16/C; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 24 november 2023, 23/32/C; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 9 november 2023, 23/69/C; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 25 oktober 2023, 23/48/C; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 28 september 2023, 23/18/C; Voorz. Rb. Waals-Brabant 11 september 2023, 23/19/C; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 29 augustus 2023, 23/31/C; Voorz. Rb. Luik, afd. Luik 27 juni 2023, 23/28/C; Voorz. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent 14 juni 2023, 23/17/C; Voorz. Rb. Waals-Brabant 6 juni 2023, 23/11/C; Voorz. Rb. Bergen, afd. Henegouwen 24 mei 2023, 23/6/C en 23/7/C; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 21 april 2023, 23/26/C; Voorz. Rb. Brussel (Nl.) 19 april 2023, 23/24/C.

[68] Gent 14 december 2024, 2023/AR/1964.

Recente vacatures

Administratief bediende
Arbeidsrecht Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Paralegal
Legal Tech
2 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant
Dossierbeheerder
Gerechtelijk recht Gerechtsdeurwaarder
0 - 3 jaar
Brussel

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *