Opiniemakers

Op deze pagina komen diverse eminente juristen aan het woord. Vanuit hun professionele ervaring, als magistraat, advocaat, academicus, ... kijken ze met een eigenzinnige blik naar de juridische actualiteit.

De standpunten en opinies vertolkt in de bijdragen die onder de naam 'Opiniemakers' verschijnen, binden enkel de auteur van de bijdrage zelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de mening van Jubel, de Jubel-redactie of KnopsPublishing.

Bent u geïnteresseerd om opiniestukken te publiceren via Jubel.be? Contacteer de Jubel-redactie

Strafrechter op rust Walter De Smedt stelt vast dat de commissie Franchimont een belangrijke modaliteit heeft vergeten te voorzien. Die ‘blanco cheque’ wordt sindsdien door de parketten steeds ruimer ingevuld.

De commissie Franchimont die de knelpunten in de strafprocedure moest weg nemen beging een “vergetelheid”. Er waren wel goede redenen om het “ sepot”, de rangschikking zonder verder gevolg, een wettelijke basis te geven. Deze praktijk om daardoor de verjaring van de openbare strafvordering vroegtijdig in te zetten was immers geheel in de gewoonten ingeburgerd. Deze onwettige toestand moest dus verholpen worden. De commissie vergat echter er een toezichtsmodaliteit op te voorzien. Daardoor verkregen de parketten een blanco cheque en die wordt sindsdien steeds ruimer ingevuld.

Voor de legalisering van het sepot gold de verplichting voor het openbaar ministerie om te vervolgen en het onderzoek door een rechter te doen voeren. Dat leidde tot een onhoudbare werklast. Daarom werd het toegelaten kleine zaken of deze waarvoor geen onderzoeksdaden konden worden gesteld opzij te leggen zodat de verjaring van de strafvordering een aanvang kon nemen. Deze gewoonterechtelijke oplossing verkreeg door de wet Franchimont een wettelijke basis. Probleem is nu evenwel dat het niet bij kleine zaken is gebleven. In de schandaaldossiers waarin het openbaar belang duidelijk aanwezig is kan worden vastgesteld dat er een werkelijke “pleinvrees” is gegroeid. Fortis, Dexia, Publifin, Land Invest, Oosterweel, noem maar op. Telkenmale aarzelt het parket om daadwerkelijk op te treden, en gebeurt het enkel als een parlementair onderzoek er op wijst of een burgerbeweging er klacht over doet. Op zich is dit reeds een miskenning van de specifieke rol van het “openbaar” ministerie dat in ons rechtssysteem de hoeder van dat “ openbaar” belang moet zijn.

Het is ook opmerkelijk dat waar er op de rechter steeds een georganiseerd toezicht plaats grijpt dit op een opsporingsonderzoek door het parket geheel afwezig is. De onderzoeksrechter staat onder het toezicht van de onderzoeksgerechten en wat hij doet moet hij schriftelijk weergeven en motiveren zodat er bij de tegensprekelijke en openbare behandeling voor en door de strafrechter een daadwerkelijk en openbaar toezicht op gebeurt. Op een niet doorgezet opsporingsonderzoek of een geseponeerd dossier is er enkel een toezicht wanneer de verdachte of de benadeelde zich er tegen verzet door een aanstelling als burgerlijke partij. Door de hoge provisie en de hulp van een advocaat kost dat behoorlijk veel geld zodat de gewone burger er niet aan begint.

Afkoopwet

Het aan de justitieminister gegeven monopolie over het strafrechtelijk beleid wou in deze evolutie nog veel verder gaan. Door de afkoopwet werd ieder rechterlijk toezicht uitgesloten. Er was een tussenkomst van het grondwettelijk hof nodig om deze ongrondwettelijke toestand te herstellen. Omdat er nog steeds geen openbaar toezicht is, en dat is de beste garantie voor een eerlijk proces, blijft de afhandeling voor de onderzoeksgerechten onvolkomen. Bovendien wilden de justitieminister en zijn procureurs-generaal de burger de mogelijkheid tot verzet tegen een willekeurig sepot ontnemen door de burgerlijkepartijstelling af te schaffen. Er werd ook getracht door vervolging wegens misbruik van inzagerecht de burger af te schrikken. Intussen groeiden ook de quasi rechterlijke bevoegdheden van het openbaar ministerie en werd de behandeling voor de strafrechter voor een groot deel de enkele beoordeling van de door het parket genomen vordering.

Comité J

Vraag is dus of de erg toegenomen bevoegdheden en mogelijkheden van het openbaar ministerie nog in overeenstemming zijn met wat er mag van verwacht worden. Is deze erg ruime opdracht aan één procespartij zonder enig extern toezicht er op nog wel aanvaardbaar? De vraag naar een Comité J, een extern toezicht op justitie bestaat reeds lang en werd meermaals herhaald. Daarbij werd echter geen onderscheid gemaakt tussen het toezicht op de rechter en zijn immuniteit voor de door hem uitgesproken beslissingen waartegen enkel rechtsmiddelen kunnen worden aangewend, en het onbestaande externe toezicht op wat door de vervolgingsambtenaren van het openbaar ministerie wordt beslist. Bovendien handelen de procureurs op “vertrouwelijke” wijze en weigeren zij zelfs wanneer een parlementaire onderzoekscommissie er om vraagt om nadere uitleg te geven. Het laatste werd door commissie Franchimont niet vergeten. Aan de procureur werd immers de mogelijkheid gegeven om lopende een onderzoek mededelingen te doen wanneer het openbaar belang het vereist.

Moet er dan toch een Comité J komen om toezicht uit te oefenen op de wijze waarop het openbaar ministerie zijn verplichtingen nakomt? Zoals meestal moet het warm water niet opnieuw worden uitgevonden. Een terugkeer naar het principe van “tout juge est procureur-général“ is niet gewenst. Het volstaat een ander principe te herwaarderen. Justitie is er niet voor de minister, noch voor de advocaten of de magistraten, maar voor de burger. De burger moet de mogelijkheid behouden om zijn rechten ten overstaan van de andere procespartij met dezelfde wapens uit te oefenen. Aan de burgerlijkepartijstelling mag dus niet getornd worden, ook niet door het opleggen van hoge provisies. De behandeling door de onderzoeksgerechten die met gesloten deuren werken mist ook de beste garantie, deze door toepassing van het principe dat gerechtigheid “zichtbaar” moet gebeuren. Dat is vooral in de dossiers met groot openbaar belang als dat over de pollutie door 3M een noodzaak.

Dit alles maakt dat er voor de “vergetelheid” van de commissie Franchimont een goede verantwoording bestaat: Wie van de goedgelovige leden kon toen vermoeden dat het strafrechtelijk beleid in dit land zo een verregaand loopje zou nemen met grondwettelijk beschermde rechten? Wat doen wij er aan om er aan te verhelpen?

Walter De Smedt
strafrechter op rust en gewezen lid van de Comités I en P.


Uw opinie op Jubel? Mail de redactie

Opiniemakers

Op deze pagina komen diverse eminente juristen aan het woord. Vanuit hun professionele ervaring, als magistraat, advocaat, academicus, ... kijken ze met een eigenzinnige blik naar de juridische actualiteit.

De standpunten en opinies vertolkt in de bijdragen die onder de naam 'Opiniemakers' verschijnen, binden enkel de auteur van de bijdrage zelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de mening van Jubel, de Jubel-redactie of KnopsPublishing.

Bent u geïnteresseerd om opiniestukken te publiceren via Jubel.be? Contacteer de Jubel-redactie

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.