De Jubel-redactie ontdekte dat er precies tien jaar geleden voor het eerst een column van mijn hand verscheen op de website jubel.be. De vraag kwam of ik daar iets over wilde schrijven. Ik zou liever willen vooruitkijken, maar het is misschien goed om eerst even van dageraad tot avond “in ‘t eigen hert te kijken”.
Eigenlijk dateren mijn eerste opiniestukken van eind jaren 80 van de vorige eeuw. Als jonge jurist wilde ik mij manifesteren in het maatschappelijk debat over justitie. Ik ondertekende die stukken als “jurist” en wat later als “praktijkassistent Limburgs Universitair Centrum” (zo heette de Universiteit Hasselt toen), omdat mijn toenmalige stafhouder erop wees dat het gebruik van de titel “advocaat” als verboden reclame zou worden beschouwd. Voor jonge lezers moet dat misschien een onthutsende onthulling zijn. Ik bood met wisselend succes opiniestukken aan bij de Vlaamse kranten.
Achteraf beschouwd heeft het “spaghetti-arrest” van 14 oktober 1996 van het Hof van Cassatie voor een keerpunt gezorgd.
Achteraf beschouwd heeft het “spaghetti-arrest” van 14 oktober 1996 van het Hof van Cassatie voor een keerpunt gezorgd. In dat arrest werd aan de onderzoeksrechter in de zaak Dutroux een schijn van partijdigheid verweten, omdat hij aanwezig was op een spaghetti-avond waarvan de opbrengst moest dienen om de advocatenkosten van de burgerlijke partijen te financieren. Dat arrest zorgde voor grote verontwaardiging bij het brede publiek, dat deze juristerij niet begreep en er allerhande kuiperijen in ontwaarde. Ik herinner me nog de spontane betoging door de straten van de stad waar ik woon, waarbij de gevel van het toenmalige gerechtsgebouw werd bekogeld met eieren, net op een ogenblik dat ik dat gerechtsgebouw wilde verlaten. Zoiets blijft hangen.
Zij die zich ergerden aan al dat mediagedoe hadden het over “de lamontabele” communicatie.
Niemand in de juridische wereld voelde zich geroepen om die uitspraak voor het brede publiek uit te leggen, wat tot een ongeziene kloof met de bevolking leidde. Justitie was rot en keek de andere richting uit, zo leek het. Ook aan de balie bleef het oorverdovend stil en dat frustreerde mij. Daaruit is dan korte tijd later niet alleen mijn jarenlang engagement voor de Orde van Vlaamse Balies voortgevloeid, maar ook de blijvende drang om in de pen te kruipen. Het mag niet verbazen dat ik later ook de eerste woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies zou worden. Dat werd in het begin ook enthousiast onthaald, maar het moet gezegd worden dat er ook tegenkanting kwam tegen al die persberichten. Zij die zich ergerden aan al dat mediagedoe hadden het over “de lamontabele” communicatie. Ik weet nog precies wie het woord uitvond en ik heb hem voor alle duidelijkheid nooit lamentabel gevonden. Het zou mij er niet van verhinderen om te blijven schrijven, maar wel steeds meer op persoonlijke titel.
Ik begon dan aan mijn eerste column-marathon. Dat was in de Juristenkrant, waar ik jarenlang met regelmaat via columns beschouwingen maakte over justitie. Oudere lezers herinneren zich misschien nog de reeks waarbij een magistrate en ik ieder afzonderlijk over hetzelfde thema reflecteerden (wat in 2013 in boekvorm verscheen onder de titel Togapraat: columns van een magistraat en een advocaat en nu, bij het herlezen, nog vaak verrassend actueel blijkt).
Anne Knops (de oprichtster van jubel.be) bood soelaas en een toevluchtsoord op haar nieuwe website.
Toen de Juristenkrant uitgekeken geraakte op de schrijfsels van Lamon, bood Anne Knops (de oprichtster van jubel.be) soelaas en een toevluchtsoord op haar nieuwe website. In het begin was het wat aarzelend, want jubel.be was nog op zoek naar een eigen identiteit en ik naar nieuwe lezers.
Toen ik in 2017, na 10 jaar onderbreking en een passage bij de Hoge Raad voor de Justitie (waar ik ook een draagvlak zocht voor betere communicatie over justitie), opnieuw bestuurder werd van de Orde van Vlaamse Balies, bleef ik mijn wekelijkse column op Jubel schrijven. Ik deed dat wel in eigen naam, maar de teksten kregen telkens vooraf het “imprimatur” van de raad van bestuur van de OVB, al was dat niet altijd van harte.
Ook na het einde van mijn mandaat bij de OVB, bleef ik – uiteraard – schrijven. De thema’s werden breder en volgens sommigen kreeg het kritische deel van Lamon daarbij vaker de overhand. Wat zeker is: het aantal lezers nam gestaag toe en bereikte de afgelopen twee jaar ongekende hoogtepunten. Er bestaat niet echt statistisch betrouwbaar materiaal, maar als het aantal keren dat ik over die columns (die ondertussen steeds vaker met de hippere naam “blog” worden aangeduid) wordt aangesproken als een graadmeter kan gelden, is er een groot bereik. Wat mij daarbij vooral verheugt is de grote diversiteit aan lezers: studenten rechten, de hoogste magistraten, maar ook politici en kritische burgers, naast de oorspronkelijke doelgroep van advocaten en magistraten.
De stukken vertrekken nog steeds vanuit de gedrevenheid om justitie toegankelijker te maken, tot reflectie aan te zetten en om moderniseringen te promoten. Nu en dan zorgt een column voor een interpellatie in het parlement, een andere keer voor wat ongemakkelijk geschuifel (wanneer iets naar buiten wordt gebracht dat de betrokkenen liever onder de mat wilden schuiven) en het brengt heel vaak verrijkende gesprekken op gang.
Het blijven uiteindelijk toch maar wekelijkse stukjes van ongeveer 760 woorden. Op de recentste Dag van de Rechtsstaat bekende een van de prominenten achteraf op de receptie dat die nog nooit van die blog had gehoord, zodat er geen enkele reden is om te gaan zweven. De columns blijven maar kleine – haast minuscule – druppeltjes in de zee van ongefilterd nieuws. Ze tonen hopelijk ook aan dat ik mij betrokken voel bij justitie, dat ik daar permanent over nadenk en ook graag ideeën aanreik, maar ook dat ik het daar niet bij kan of mag laten.
Hugo Lamon
Lees hier de wekelijkse column van meester Hugo Lamon over Justitie.
Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen justitie, advocatuur en de juridische en fiscale wereld? Volg Jubel.be op LinkedIn.




0 reacties