Rik Deblauwe

Vroeger advocaat en nu wetenschappelijk adviseur bij Tiberghien Advocaten.

Auteur van o.a. Inleiding tot de Successierechten (2013), Het Recht van terugkeer of de anomale erfopvolging (2014), Inleiding tot de Vlaamse Registratiebelasting (2017) en 'Inleiding tot de Vlaamse Erfbelasting, 3de editie (2021') en 'Het erfrecht praktisch toegelicht – Modellen van brieven en akten – 2de editie, 2021 - alle uitgegeven bij KnopsPublishing.

Vakgebieden: Vlaamse registratie- en successiebelasting, erfrecht.

Rik Deblauwe is lid van de redactiecomités van diverse wetenschappelijke tijdschriften en veelgevraagd spreker.

Wanneer vader, moeder, ouders een eigen onderneming hebben, rijst vroeg of laat de vraag naar de opvolging. Het feit dat je daartoe geroepen wordt is wel een geschenk, maar ook een opgave. Wie drie talenten gekregen heeft, wordt verwacht er nog drie bij te verdienen, wie er vijf of zelfs meer gekregen heeft, wordt al verondersteld er vijf of meer bij te verdienen. Iemand zei ooit: “je bent zoon van X, doe er iets mee”. Dat creëert kansen, maar ook verwachtingen.

Misschien ben je al werkzaam in het bedrijf, misschien ook niet, dat verandert de situatie, maar vroeg of laat zal zich toch de vraag stellen wanneer de ouder of ouders in kwestie de aandelen van het bedrijf willen overdragen, de macht en zeggenschap ervan willen afstaan, en last but not least ook de vruchten die er mee verdiend worden. Daar zijn hele boeken over geschreven. Wij kunnen hier dan ook alleen maar enkele zeer algemene lijnen geven van de problematiek.

Verkoop

Een eerste situatie bestaat erin dat de ouder of ouders in kwestie jou alle aandelen van de vennootschap willen verkopen tegen een normale prijs. Meestal zul je de aandelen dan laten overnemen door een vennootschap die je zelf opricht. Die vennootschap betaalt de prijs dan af met de toekomstige winsten, maar je wordt onmiddellijk zaakvoerder, je wordt onmiddellijk verantwoordelijk voor de gang van zaken in de vennootschap. De meerwaarde die op de aandelen gecreëerd wordt is dan uiteraard ook voor jou, en er zijn verder niet zoveel formaliteiten. Er wordt een verkoopovereenkomst opgesteld, en de daarna worden de aandelen ingeschreven op jouw naam in het aandeelhoudersregister. Let wel op wanneer je getrouwd bent met gemeenschap van goederen, want dan koop je in principe aan voor die gemeenschap, en is je echtgenoot of echtgenote dus mede-eigenaar van het bedrijf, tenzij je die aandelen kunt kopen (of de holding opricht) met eigen gelden en als wederbelegging ervan.

Schenking van blote eigendom

Een andere mogelijkheid bestaat erin dat de ouders je de aandelen schenken, maar dan met voorbehoud van vruchtgebruik, en met een hele reeks voorwaarden. Vader of moeder of beiden blijven zaakvoerder van de vennootschap, zij behouden het stemrecht op de algemene vergadering, en juridisch heb je dus eigenlijk niets te zeggen. Het is immers in principe de vruchtgebruiker die het stemrecht uitoefent op de algemene vergadering, en die ook de dividenden int.

Hier gaat het dus wel om een schenking, en die zal in principe ingebracht moeten worden in de nalatenschap volgens de intrinsieke waarde bij het overlijden van de schenker: pas dan gaat immers het ‘meesterschap’ over. Dat betekent dus dat de meerwaarde in principe ook ten goede komt aan je broers en zusters. Als jij dus al je beste krachten wijdt aan het bedrijf, ben je in feite ook aan het werken voor hen, of toch minstens in hun voordeel. Het is goed je daarvan bewust te zijn. Het kan trouwens nog erger. Als je ouders getrouwd zijn met gemeenschap van goederen, en als de gemeenschap wordt toebedeeld aan de langstlevende, dan zal volgens een cassatiearrest van 7 december 2020 de inbreng pas gebeuren bij het overlijden van de langstlevende. Je bent dus echt aan het werken voor je broers en zusters tot bij het overlijden van de langstlevende van beide ouders. Op dit cassatiearrest komt veel kritiek, en misschien zal het Hof van Cassatie een volgende keer wel anders beslissen, maar dat is op dit moment nog heel onzeker.

Daar is wel iets aan te doen, en een heel eenvoudige oplossing bestaat erin dat het bedrijf of de aandelen van de vennootschap (of de blote eigendom ervan) aan alle kinderen samen geschonken wordt, waarna deze uit onverdeeldheid treden. Men noemt dat de “techniek van de dubbele akte”: eerst schenking, dan verdeling. In dat geval heeft iedereen hetzelfde gekregen, en leidt de inbreng van de waarde bij het overlijden niet tot scheeftrekkingen.

Een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik moet in principe bij notariële akte gebeuren. Je kunt de aandelen niet schenken bij handgift, want daarvoor is overdracht nodig, en dan kun je het vruchtgebruik niet voorbehouden. En een notariële akte wordt altijd geregistreerd, en geeft dus altijd aanleiding tot schenkbelasting. Nu is dat niet zo erg, want de Vlaamse wetgeving voorziet een nultarief voor dergelijke schenkingen! Je zult dus alleen maar het ereloon van de notaris moeten betalen, er zal geen belasting op geheven worden, althans wanneer de nodige voorwaarden vervuld zijn. Ook hierover zijn al hele boeken geschreven, maar heel in het kort komt het erop neer dat de schenker, samen met zijn naaste familie, voldoende aandelen met stemrecht moet bezitten van hun bedrijf (50% is in elk geval voldoende). De vennootschap moet ook voldoende economische activiteit hebben, en daar wordt vooral op toegekeken als zij veel onroerend goed bezit. De economische activiteit moet ook behouden blijven gedurende drie jaar na de schenking. Ten slotte zijn er ook financiële voorwaarden: je mag na de schenking het kapitaal van de vennootschap, of het ingebrachte vermogen, niet verminderen anders verlies je gedeeltelijk de vrijstelling.

We merken dus op dat er geen verbod is om de aandelen over te dragen na de schenking. Dat is ook goed zo. Vandaar dat de techniek van de dubbele akte waarover wij het daarnet hadden ook geen bezwaar vormt voor de vrijstelling: als je samen met uw broers en zusters alle aandelen kreeg, en je neemt die daarna over, is dat geen bezwaar voor de vrijstelling. Je kunt de aandelen ook daarna nog overdragen aan je eigen vennootschap, en ook dan blijft de vrijstelling behouden. Je zou ze zelfs mogen verkopen aan een derde, ook dat is geen bezwaar. Je zult dan natuurlijk wel de nodige waarborgen moeten hebben dat de koper de activiteit zal verderzetten en niet zal overgaan tot kapitaalvermindering, want anders gaat de vrijstelling wél verloren, en betaal je alsnog schenkbelasting, in principe 3% tussen ouders en kinderen als het aandelen betreft.

Als je nu alleen maar de blote eigendom van de aandelen van een vennootschap gekregen hebt wat heb je dan eigenlijk? Niet zoveel, behalve toch de zekerheid dat je op termijn eigenaar zult worden! Je ouders kunnen die aandelen niet meer verkopen of schenken aan iemand anders. Gegeven is gegeven.

Tussenvormen

Daarnaast zijn er ook veel tussenvormen. Er kan geschonken worden aan alle kinderen of aan één van hen, dat hebben we al gezien. Er kan gedeeltelijk verkocht worden en gedeeltelijk geschonken. Er kan geschonken worden met last van lijfrente. Het vruchtgebruik kan volledig of gedeeltelijk voorbehouden worden, zodat ook de begiftigden al een deel van de dividenden krijgen. De ouders kunnen de schenking beperken tot 49% of minder, en geleidelijk aan schenken of verkopen.

Het is ook niet zo slecht dat de overgang soms geleidelijk gebeurt. Niet alleen is dat psychologisch aangenamer voor de ouders, maar ook voor de kinderen geeft het nog een veilig gevoel dat hun ouders er nog bij betrokken zijn, en dat zij, als het nodig is, nog kunnen fungeren als een soort Hof van Cassatie. Als ze dan zelf spijt hebben van een beslissing kunnen ze eventueel nog zeggen: “ik zal het eens voorleggen aan de grote baas”, en die kan er dan op terugkomen.

In elk geval zijn er heel veel vormen van overgang van familiale ondernemingen, en als je kandidaat-begiftigde bent, laat je dan goed uitleggen hoe het verhaal luidt: wat gebeurt er nu onmiddellijk, hoe ziet de toekomst eruit, en wat gebeurt er uiteindelijk als de ouders er niet meer zijn. Duidelijkheid is de moeder van de porseleinwinkel.

Zie verder

– Kritiek op het Cassatiearrest van 7 december 2020: Demortier & Hollanders, « Le traitement successoral de la donation de biens communs conformément à la clé de répartition de la communauté matrimoniale : en a-t-on mesuré toutes les implications ?” JT 2021, 76.

– Over de zevenjarige termijn in de erfbelasting bij schenking van familiale ondernemingen: R. Deblauwe, Inleiding tot de Vlaamse erfbelasting, derde editie, KnopsPublishing, derde editie, 2021, nr. 216 ev.;

– Over de inbreng in de nalatenschap zie R. Deblauwe, Het nieuwe erfrecht Anno 2019, KnopsPublishing, 2019, p. 68 tot 157, en meer bepaald over de overgang van het beschikkingsrecht p. 116 ev. (art. 858 § 3 BW);

– Voorwaarden voor het verlaagd tarief in de erfbelasting (gelijkaardig aan die bij schenking): R. Deblauwe, Inleiding tot de Vlaamse erfbelasting, derde editie, KnopsPublishing, derde editie, 2021, nr. 976 ev., formaliteiten in nr. 1402 ev., verstrekking van inlichting in nr. 1802

Rik Deblauwe

Rik Deblauwe

Vroeger advocaat en nu wetenschappelijk adviseur bij Tiberghien Advocaten.

Auteur van o.a. Inleiding tot de Successierechten (2013), Het Recht van terugkeer of de anomale erfopvolging (2014), Inleiding tot de Vlaamse Registratiebelasting (2017) en 'Inleiding tot de Vlaamse Erfbelasting, 3de editie (2021') en 'Het erfrecht praktisch toegelicht – Modellen van brieven en akten – 2de editie, 2021 - alle uitgegeven bij KnopsPublishing.

Vakgebieden: Vlaamse registratie- en successiebelasting, erfrecht.

Rik Deblauwe is lid van de redactiecomités van diverse wetenschappelijke tijdschriften en veelgevraagd spreker.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.