De advocaat en de invordering van zijn kosten- en ereloonstaat cover

5 sep 2023 | Expertise

De advocaat en de invordering van zijn kosten- en ereloonstaat

Recente vacatures

Jurist Paralegal
sociaal recht
0 - 3 jaar
Brussel
Jurist Paralegal
Verzekeringsrecht
3 - 7 jaar
Brussel
Paralegal
0 - 3 jaar
Brussel
Advocaat
Arbeidsrecht Burgerlijk recht Medisch recht Strafrecht
3 - 7 jaar
Antwerpen Brussel Limburg Oost-Vlaanderen Remote West-Vlaanderen
Notarieel jurist
Burgerlijk recht Fiscaal recht Gerechtelijk recht Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
West-Vlaanderen

Aankomende events

Advocaten leveren economische prestaties. Wanneer ze aan particuliere cliënten (“consumenten”) de betaling vragen van hun diensten dienen ze ook rekening te houden met de bepalingen van de wet van 4 mei 2023. Die nieuwe wet bevat dwingende formaliteiten en de niet-naleving ervan kan aanleiding geven tot onder meer draconische strafsancties. Het is dan ook van het grootste belang dat advocaten de bepalingen van die wet stipt naleven.

Artikel 446ter Ger.W. bepaalt dat de advocaat zijn ereloon bepaalt “met de bescheidenheid die van zijn functie moet worden verwacht”. Traditioneel wordt hieruit afgeleid dat het om een partijbeslissing gaat in die zin dat de advocaat eenzijdig en vrij de hoogte kan bepalen van de vergoeding voor de door hem geleverde prestaties. Wanneer de advocaat overdrijft, kan de raad van de orde het gevraagde ereloon verminderen en kan de tuchtraad tuchtsancties opleggen. Het Hof van Cassatie heeft al uitdrukkelijk gezegd dat de bevoegdheid van de raad van de orde de openbare orde raakt.

De OVB-Codex Deontologie bevat geen bepalingen over de hoogte van het ereloon, evenmin overigens als het Wetboek van Economisch Recht. Advocaten zijn ondernemers in de zin van dit wetboek en kunnen vrij hun ereloon bepalen. Ze moeten wel de bepalingen naleven uit Boek III WER en Boek VI WER. In die boeken staan bepalingen over de transparantie die moet geboden worden over de wijze waarop het ereloon wordt berekend. Er zijn verplichtingen die gelden ten aanzien van alle cliënten (in Boek III WER) en deze die gelden specifiek ten aanzien van consumenten (dat zijn de particuliere cliënten die om niet beroepsmatige redenen beroep doen op de diensten van een advocaat). Het gaat vooral om het verstrekken van informatie die het de cliënt moet mogelijk maken om op een redelijke wijze een inschatting te maken van wat hij aan de advocaat zal moeten betalen. Zo heeft het Hof van Justitie in Luxemburg al geoordeeld dat het louter meedelen van een uurtarief op zich onvoldoende is, wanneer daarnaast geen enkele aanwijzing wordt gegeven over de omvang van de te leveren prestaties.

Algemene voorwaarden

Wanneer advocaten algemene voorwaarden hanteren, moeten deze voldoen aan diverse wettelijke voorschriften.

Een advocaat mag principieel, zoals ieder ondernemer, geldelijke sancties voorzien indien de cliënt niet tijdig betaalt voor zijn tussenkomsten. Er kan daarbij worden gedacht aan het vorderen van nalatigheidsintresten bij laattijdige betaling of het bijkomend vragen van een schadebeding.

De advocaat zal daarbij rekening moeten houden met diverse wettelijke bepalingen. Er is de algemene verplichting in artikel 5.52 BW, waar een algemeen verbod wordt voorzien op onrechtmatige bedingen (“elk beding waarover niet kan worden onderhandeld en dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen is onrechtmatig en wordt voor niet geschreven gehouden”).

Wanneer de cliënt een consument is, moet ook rekening worden gehouden met artikel VI.83.24 WER (verbod van “schadevergoedingsbedragen die duidelijk niet evenredig zijn aan het nadeel”) en met artikel VI.83.17 WER (verbod van niet wederkerige schadebedingen).

Nieuwe wet van 4 mei 2023

De advocaat zal echter ook moeten rekening houden met de bepalingen van de wet van 4 mei 2023, waarmee een nieuw Boek XIX wordt ingevoegd in het Wetboek van Economisch Recht.

Boek XIX WER is van toepassing op “iedere betalingsachterstand van een schuld van een consument aan een onderneming” (art. XIX.1 WER). Dat betekent dus ook dat bij niet tijdige betaling door een particuliere cliënt (dus: een consument) aan een advocaat (een onderneming) bij het innen van de ereloonstaat, de dwingende bepalingen van Boek XIX WER moeten worden nageleefd en de advocaat zijn algemene voorwaarden en zijn ereloonovereenkomsten op die nieuwe wet moet afstemmen. De wet treedt in werking op 1 september 2023 voor nieuwe overeenkomsten en op 1 december 2023 voor de lopende contracten.

De betalingstermijn kan vrij contractueel worden bepaald, maar bij niet tijdige betaling van de advocatenfactuur door een cliënt-consument moet de advocaat vier verplichtingen naleven en bij overtreding ervan kan hij onder meer strafsancties oplopen.

1. Verplichte eerste herinnering

Bij niet-betaling op de vervaldag is er een wettelijk verbod om onmiddellijk tot invordering over te gaan. Er dient eerst – gratis – een “eerste herinnering” te worden verzonden (art. XIX.2 WER) op papier of elektronisch. Die herinnering moet, om geldig te zijn, verplicht een aantal vermeldingen bevatten (o.m. het openstaand saldo, het bedrag van het schadebeding bij niet-betaling binnen de 14 dagen, de datum van opeisbaarheid en het precieze voorwerp van de onderliggende schuld, waarbij de loutere vermelding van het factuurnummer allicht onvoldoende zal zijn).

2. Verplichte wachttermijn

Na het verzenden van de “eerste herinnering” moet de schuldeiser (hier dus de advocaat die zijn ereloonfactuur wil betaald zien) verplicht 14 kalenderdagen wachten. Het is verboden om in algemene voorwaarden te voorzien dat de schuld bij de vervaldag “van rechtswege” opeisbaar is, net zomin als kan worden afgeweken van de verplichte vermeldingen in de “eerste herinnering” (art. XIX.2.6 WER).

Tijdens de wachttermijn mag er niet tot invordering worden overgegaan.

3. Informatieplicht

Op de schuldeiser (in onze hypothese nog steeds de advocaat) rust ook een (en evenzeer strafrechtelijk gesanctioneerde) informatieverplichting. Wanneer de cliënt erom vraagt, moet de advocaat alle bewijsstukken “van de schuld en de nodige informatie over hoe een betwisting van de schuld kan worden ingediend” overmaken. Concreet betekent dit dat dan de advocaat minstens de gegevens over de Ombudsdienst Consumentengeschillen Advocatuur (ligeca.be) zal moeten vermelden en informatie zal moeten verstrekken over de wijze hoe de factuur is samengesteld (bv. de advocatenovereenkomst, de time-sheets, de berekeningswijze van het ereloon indien er niet op de basis van time-sheets wordt gewerkt).

4. Een wettelijk beperkt “schadebeding”

Na de eerste herinnering en het verstrijken van de wachttermijn kan er tot invordering worden overgegaan. Indien de advocaat naast de vervallen hoofdsom ook nog andere bedragen in rekening wil brengen, kan er in ieder geval niet meer worden gevorderd dan het “schadebeding” dat voorzien is in artikel XIX.4 WER. Let wel op, het begrip “schadebeding” dekt een andere lading dan wat het betekent in artikel 5.88 BW.

In artikel XIX.4 WER is “schadebeding” het overkoepelend begrip dat zowel slaat op (i) verwijlintresten als (ii) een “forfaitaire vergoeding”. Beide kunnen worden gecumuleerd. Er kunnen gerechtelijke intresten worden gevraagd, maar ook conventionele (voor zover ze niet meer bedragen dan de intrestvoet die bepaald is voor B2B-vorderingen uit de wet van 2 augustus 2002). De “forfaitaire vergoeding” mag nooit meer bedragen dan de plafonds die in de wet zijn opgenomen (20 euro als saldo 150 euro of minder bedraagt; 30 euro + 10% op de schijf tussen 150,01 euro en 500 €); 65 euro+ 5% op de schijf boven 500 euro met een absoluut maximum van 2.000 euro).

Zelfs wie de wettelijke bepalingen rigoureus naleeft is niet buiten schot. Wanneer de gecombineerde toepassing van de intresten en de forfaitaire vergoeding “niet evenredig is aan het nadeel” van de advocaat (onderneming) heeft het schadebeding geen compenserend karakter en is het onrechtmatig, wat tot gevolg heeft dat het door de rechter kan worden nietig verklaard in de zin van artikel VI.83.24 WER (art. XIX.4 lid 4 WER).

Sancties bij niet-naleving Boek XIX WER

De niet-naleving van de hierboven vermelde verplichtingen (de formaliteiten van de eerste kosteloze herinnering – art. XIX 2§ 1 tot E WER; de informatieverplichting – art. XIX.3 WER; het niet-naleven van de bovengrens van de schadebedingen – art. XIX. 4 WER) is strafbaar. Artikel XV.125/2/1 WER voorziet in strafsancties niveau 2. Dat betekent concreet strafrechtelijke geldboetes van 26 euro tot 10.000 euro, te verhogen met 8 om rekening te houden met de opdeciemen of een boete van 4% van de totale jaaromzet in het laatst afgesloten boekjaar indien dit bedrag een hoger bedrag vertegenwoordigt bij inbreuk op de algemene regel.

Er zijn ook burgerlijke sancties mogelijk. Indien de consument een bedrag heeft betaald dat de grenzen van Boek XIX WER overschrijdt kan de rechter de terugbetaling bevelen aan de consument (art. XIX.14 lid 1 WER). Artikel XIX.15 WER voorziet ook dat de consument “van rechtswege vrijgesteld (is) van de betaling van het schadebeding dat niet voldoet aan de voorwaarden van Boek XIX WER.

Slotbeschouwing

Hierboven werd enkel de hypothese behandeld dat de advocaat betaling wil bekomen van zijn eigen factuur. Wanneer hij echter als advocaat een invordering doet voor zijn cliënt (en dus aan incasso doet) moeten de bepalingen worden nageleefd voorzien in de artikelen XIX.5 WER tot en met artikel XIX.5 15 WER (o.m. het naleven van de zorgplicht – art. XIX.7 § 1 WER; de modaliteiten bij de ingebrekestelling; respecteren van de wachttermijn en de elementen die tot tijdelijke schorsing van de procedure leiden – de zgn. stopknoppen in art. XIX.9 WER). In die hypothese handelt de advocaat als schuldinvorderaar voor de vorderingen van anderen. De nieuwe wet legt een verhoogde (persoonlijke) aansprakelijkheid op aan de invorderende advocaat. De advocaat die dergelijke incassoactiviteiten wil verrichten zal zich dus eerst best goed informeren over de draagwijdte van Boek XIX WER.

De nieuwe wet beoogt een grotere bescherming van de consument. De vraag is wel of de slinger niet wat te zeer is doorgeslagen in het voordeel van de consument.

Hugo Lamon


Dit artikel verschijnt in het magazine Today’s Lawyer, Nr. 2023/3, jaargang 9.

Info en abonnementsvoorwaarden via deze link.

Recente vacatures

Jurist Paralegal
sociaal recht
0 - 3 jaar
Brussel
Jurist Paralegal
Verzekeringsrecht
3 - 7 jaar
Brussel
Paralegal
0 - 3 jaar
Brussel
Advocaat
Arbeidsrecht Burgerlijk recht Medisch recht Strafrecht
3 - 7 jaar
Antwerpen Brussel Limburg Oost-Vlaanderen Remote West-Vlaanderen
Notarieel jurist
Burgerlijk recht Fiscaal recht Gerechtelijk recht Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
West-Vlaanderen

Aankomende events

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.