Op 15 juli 2026 is in de Kamer van Volksvertegenwoordigers het Wetsvoorstel goedgekeurd tot invoeging van Boek 7 ‘Bijzondere contracten in het Burgerlijk Wetboek’. Boek 7 bevat, beknopt samengevat, naast enkele kleinere contracten van ‘Lening’ , ‘Kans-contracten’ en ‘Contracten m.b.t. een geschil’ , een trilogie met drie belangrijke titels die het meest voorkomen in het rechtsverkeer, meer bepaald ‘Koop en ruil’ , ‘Huur en bruikleen’ en het ‘Dienstencontract’.
Nieuwe legistieke methode
Een eerste voornaam aandachtspunt in Boek 7 is de constatering dat de wetgever een nieuwe legistieke methode heeft gebruikt door het verbintenissenrecht over twee boeken te verdelen, namelijk Boek 5 ‘Verbintenissen’ (art. 5.1 t.e.m. art. 5.270 BW) en Boek 7 ‘Bijzondere contracten’ (art. 7.1 t.e.m. art. 7.7.16 BW).
Een brug tussen Boek 5 en Boek 7: van algemeen verbintenissenrecht naar bijzonder contractenrecht
De bepalingen betreffende ‘Huur’ (art. 7.3.1 t.e.m. art. 7.3.39 BW) bevatten het ‘Algemeen huurrecht’. Die volstaan op zich niet als wettelijk kader voor het aangaan van sluitende huurcontracten omdat de wetgever in Boek 7 voortdurend een link legt met bepalingen uit Boek 5. Daar Boek 5 voorafgaandelijk aan Boek 7 werd geredigeerd heeft het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het verbintenissenrecht een gelaagde structuur gekregen waarbij men eerst vertrekt van het ‘Algemeen verbintenissenrecht ‘en vervolgens afdaalt naar het ‘Bijzonder contractenrecht’. Om derhalve in de praktijk een juiste toepassing te maken van het nieuwe ‘Algemeen huurrecht’ moet men sowieso ook de deur van het ‘Algemeen verbintenissenrecht’ openzetten teneinde de algemeen verbintenisrechtelijke onderwerpen te laten samenvloeien met de bijzondere contractrechtelijke aspecten. In het boek ‘ Het nieuw algemeen huurecht in hoofdlijnen geschetst’ wordt wegens deze samenhang tussen beide regimes doorlopend de brug geslagen.
Het conformiteitsbegrip in Boek 7
Een tweede bijzonder aandachtspunt in Boek 7 slaat op het eengemaakte ‘conformiteitsbegrip’ dat zowel van toepassing wordt gesteld op het koopcontract, het huurcontract en het dienstencontract.
De belangrijkste verbintenis van de verkoper en de verhuurder is de verplichting tot levering van een conform goed en van de dienstverlener de levering van een conforme dienst. Dit conformiteitsbegrip wordt in Boek 7 respectievelijk gedefinieerd voor de koop in artikel 7.3.30 BW, voor de huur in artikel 7.3.6 BW en voor het dienstencontract in artikel 7.4.15 BW. Wat de huur in het bijzonder betreft worden de voormalige verbintenissen van levering in goede staat, onderhoud en vrijwaring voor (verborgen) gebreken samengevoegd in één (monistische) regeling m.b.t. de conformiteit. De notie ‘conformiteit’ bij huur is gelinkt aan het gebruik en het genot van het goed zoals contractueel omschreven of redelijkerwijze te verwachten valt. De redelijke verwachtingen van de huurder worden bepaald door de wet, het contract, de gebruiken, de goede trouw, de aard van het verhuurde goed, de hoedanigheid van de huurder en het geheel van de omstandigheden (art. 7.3.6, § 1, eerste lid BW).
Roland Timmermans
De auteur diept deze geheel nieuwe materie grondig uit in het handboek ‘Het nieuw algemeen huurrecht in hoofdlijnen geschetst” en van uitvoerige commentaren voorzien. Zie hier voor meer informatie over het boek, uitgegeven bij KnopsPublishing.


0 reacties