Aviniti

De pandemie mag dan wel de topadvocaten even van het televisiescherm hebben verdrongen, maar nu we met z’n allen ook stilaan uitgekeken geraken op de virologen, zullen ze terugkeren (de eerste aanzetten zijn al gegeven).

Magistraten zijn doorgaans discreter, maar we kennen ook mediagenieke politierechters en er gaat geen week voorbij of pakweg de Procureur des Konings van Halle-Vilvoorde duikt wel ergens in de media op (en ze doet dat vaak goed). Maar toch, rechters laten doorgaans enkel van zich horen via hun vonnissen. Dat deed deze week alvast de correctionele rechtbank in Mechelen in de zaak “Voorpost”. Vier leden van die actiegroep werden veroordeeld tot het aanzetten tot geweld omwille van hun spandoek “stop de islamisering”. In een rechtsstaat staat het de veroordeelden vrij tegen het vonnis hoger beroep aan te tekenen (al is het wel opvallend dat zovelen er zondermeer van uitgaan dat het vonnis zal worden hervormd). Politici zijn best wat terughoudend in hun oordeel over die concrete zaak (en zij die met Montesquieu schermen om toch volop en liefst ongenuanceerd op Twitter commentaar te geven, zouden die auteur best eens ter hand nemen), maar het staat hen natuurlijk vrij om via een wetsvoorstel te ijveren voor een wetswijziging om op die manier in de toekomst de beoordelingsvrijheid van de rechters te beperken. Het opent de discussie over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting, maar ook deze van de wetgever om in het licht van de internationale mensenrechtenverdragen die vrijheid te beperken. Dat debat wordt best genuanceerd gevoerd, waarbij niet te veel wordt getornd aan de vrije rol die magistraten bij de beoordeling moeten kunnen spelen.

Enige tijd geleden was er maatschappelijke commotie over de wijze waarop binnen justitie werd omgegaan met seksuele delinquenten. Dat leidde tot de wet van 31 juli 2020 waardoor nu bijna alle magistraten een verplichte opleiding moeten volgen rond “seksueel en intrafamiliaal geweld”, omdat ze volgens de wetgever daar blijkbaar te ongenuanceerd (of onwetend) over oordelen. Vorige week kreeg die wet uitvoering en zaten honderden magistraten gekluisterd voor hun scherm, dus bijvoorbeeld ook raadsheren in de hoven van beroep die enkel ondernemingsgeschillen behandelen (zoals mededingingszaken, merkengeschillen of marktpraktijken). Heeft iemand eigenlijk wel de maatschappelijke kost berekend van een dergelijke mobilisatie? Hoeveel arresten zijn er nu minder uitgesproken? En ik zeg maar wat: komt er nu ook binnenkort, in het licht van de recente gebeurtenissen, een verplichte opleiding in vroegtijdige detectie van radicalisering?

Toevallig deze week publiceerde het College van de hoven en rechtbanken de statistieken van de correctionele zaken bij de hoven van beroep. Na een inleiding van bijna 20 pagina’s verschijnt de ultieme statistiek, waaruit blijkt dat er op 1 januari 2020 bij de hoven van beroep 9.434 strafzaken “hangend” waren en dat dit een jaar later lichtjes was teruggedrongen tot 9.318. Het hof in Antwerpen “verwerkt” het meeste zaken van alle hoven en in het hof van beroep in Luik – waar de grootste achterstand was – is die op één jaar tijd nog toegenomen met bijna 20 %. Wanneer wordt dit voorwerp van maatschappelijke beroering?

Recent verscheen ook het eerste jaarverslag van het College van Toezicht van de Orde van Vlaamse Balies. Dat is een extern toezichtsorgaan dat toezicht houdt op het tuchtbeleid binnen de advocatuur. Voor het eerst zijn er statistieken over sjoemelende advocaten. Koploper is de “verwaarlozing van de belangen van de cliënt”, op afstand gevolgd door “inbreuken op reglement derdengelden” (in mensentaal: met geld van de cliënt gaan lopen), het niet naleven van de regels inzake permanente vorming en het “niet diligent handelen”. Het College van Toezicht geeft ook een aantal aanbevelingen, waaronder als eerste dat de tuchtvervolgende overheden (zoals de stafhouders) beter moeten worden opgeleid. Het gaat niet echt over hun kennis over seksueel of intrafamiliaal geweld, maar wel dat “bij naar verwachting recurrente vergrijpen, waarvan het niet naleven van de norm inzake permanente vorming het bij uitstek typische voorbeeld is, geen eenvormigheid te zien valt van balie tot balie. De disparate aanpak kan nu gepercipieerd worden als onrechtvaardig”. Dat is dus omfloerste taal om te zeggen dat het toch een beetje als willekeur aanvoelt. Ook de laatste aanbeveling verdient aandacht: “De stafhouders en de voorzitters van de tuchtraden (…) moet zich beraden over een in baliekringen gemanifesteerde bekommernis over de perceptie dat advocaten onvoldoende zouden worden vervolgd c.q. niet streng genoeg zouden worden bestraft”.

Bij justitie moet de lat overal een beetje hoger, toch minstens omdat de perceptie dat vraagt.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.