LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balies van Limburg en Brussel NL (LAMON LAW).
Hij mengt zich regelmatig in het maatschappelijk debat over justitie.

Iedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing.

De lockdown vervaagt steeds meer en iedereen snakt terug naar het normale leven. De uitzonderingsmaatregelen die voor justitie werden afgekondigd worden steeds vaker als hinderlijk beschouwd en er worden creatieve oplossingen gezocht – en gevonden – om opnieuw zittingen mogelijk te maken op de rechtbanken. Ook het economisch leven herneemt stilaan, al zijn er nog veel tijdelijk werklozen en is er in bepaalde sectoren (zoals horeca en toerisme) nog geen perspectief. De diverse overheden in ons land stellen allerhande tegemoetkomingen en premies ter beschikking om de ergste nood te leningen. Voor sommigen is dat voldoende, maar voor vele anderen is dat maar een druppel op de al oververhitte plaat. En de economische crisis moet nog in alle hevigheid komen. Niet alleen ondernemingen en zelfstandigen zullen het moeilijk hebben (er wordt bij de ondernemingsrechtbanken al rekening gehouden met een grote toename van het aantal faillissementen vanaf de zomer) maar ook steeds meer particulieren zullen moeite hebben om tijdig hun facturen te betalen. Het staat in de sterren geschreven dat er dan ook een stortvloed aan invorderingen zal volgen.  De pertinente vraag is dan ook hoe dit zal worden aangepakt.

De gerechtsdeurwaarders kunnen sinds de Potpourri I-wet al schulden invorderen in B2B-relaties zonder enige tussenkomst van de rechter via de zogenaamde ‘IOS-procedure’. Dat moest het werk van de ondernemingsrechtbanken verlichten  en er werd toen aangekondigd  dat het efficiënter en goedkoper zou zijn. Over dat laatste is er zeker geen eensgezindheid. Voor een aantal grote gerechtsdeurwaarderskantoren bleek het trouwens een lucratieve business. Ze deinzen er daarbij niet voor terug om oorlogstaal te gebruiken tegen wie durft te verwijzen naar de jaarrekeningen van sommige van die kantoren, wat anderen dan weer inspireert om te spreken over de “schuldindustrie”.

Reeds voor de coronacrisis werd er door bepaalde deurwaarderslobby’s gepleit om dat zelfverklaarde succesvolle IOS-systeem ook uit te breiden naar B2-C contracten (en dus de gewone consumentengeschillen). Het gaat dan om de particulier die zijn GSM-rekening of zijn water- of ziekenhuisfactuur niet betaalt. Nu dat soort zaken in de volgende maanden als gevolg van de economische crisis gaat toenemen, willen de gerechtsdeurwaarders ook de consumentenschulden afhandelen zonder tussenkomst van de rechter.  Zij beweren daarbij in staat te zijn om via hun administratieve procedure de consument een afdoende bescherming te bieden.

Het is niet omdat gerechtsdeurwaarders ministeriële ambtenaren zijn (of dat minstens in hun beroepsuitoefening behoren te zijn) dat zij de nodige garanties kunnen bieden om de veelal op Europese leest geschoeide consumentenbescherming te kunnen bieden. De taak van gerechtsdeurwaarders bestaat in essentie in het stellen van hoofdzakelijk materiële handelingen (betekenen van aktes) en in die rol en taak kunnen zij onmogelijk de rechter vervangen.  Zoals recent in een actualiteitsbijdrage in het Rechtskundig Weekblad (9 mei l.l.) terecht werd opgemerkt benadrukt het Hof van Justitie in een lange reeks van arresten dat een rechter de bescherming die het (Europees) consumentenrecht biedt moet toepassen, ook als de burger het zelf niet vraagt. De consument moet immers de garantie krijgen dat een onafhankelijke rechter spontaan zijn rechten onderzoekt. Dat geldt voor bijvoorbeeld schadebedingen, maar evenzeer voor alle andere specifieke regels van het Europees consumentenrecht.

In tijden waarin steeds meer particulieren (consumenten) het moeilijk zullen krijgen, moet de overheid er ook voor zorgen dat die burgers de door Europa voorziene bescherming krijgen, zelfs wanneer ze onmondig zijn en ze niet opeisen. Daar is een onvervangbare rol weggelegd voor de onafhankelijke rechter (dat blijkt uit talrijke arresten van het Europees Hof), waarbij ook de bijstand van een advocaat onontbeerlijk is. Het is zorgelijk dat net op een ogenblik dat steeds meer burgers in moeilijkheden gaan geraken er wordt aangedrongen om hun rechten terzijde te schuiven. Niet alleen dreigt daarmee een commercialisering van de schuldproblematiek, maar daarmee zou de overheid een essentiële taak aan zich laten voorbijgaan: het bieden van rechtsbescherming aan diegenen die er het meest nood aan hebben.

Het is vanuit sociaal oogpunt dus geen goed idee om de IOS-procedure tot B2C-vorderingen uit te breiden, maar het is bovendien strijdig met dwingende bepalingen van Europees recht. Bovendien moet  men zich ook de vraag stellen of vanaf 1 december 2020 ook de IOS-procedure in B2B-vorderingen niet moet worden herzien. Vanaf dan kunnen ook ondernemingen zich op bepaalde onrechtmatige bedingen beroepen (en dat is dwingende wetgeving) zodat de vraag kan worden gesteld of de gerechtsdeurwaarder dan nog wel de  geschikte persoon is om die bedingen te beoordelen.

Hugo LAMON

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

1 reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.