Rechtuit

Mensenrechten en grondrechten: het is niet altijd wat je denkt

Avatar
Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL.
Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie.

Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Het is merkwaardig te noemen dat het arrest van 12 januari van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zo weinig aandacht kreeg. Het Hof in Straatsburg oordeelde dat moderne schandpalen op internetsites van de overheid geen schending vormen van de mensenrechten (en van het recht op privacy). Inzet van de discussie was een Hongaarse wet die toelaat dat de belastingdienst op een wereldwijd consulteerbare website bekend maakt wie belastingschulden heeft. Als het gaat om aanzienlijke schulden en ze al minstens 180 dagen vervallen zijn, laat de wet toe dat de fiscus de naam én het volledige adres van de belastingzondaar publiceert. Dat is niets minder dan een moderne versie van de middeleeuwse schandpaal. Toch vindt het Mensenrechtenhof dat het grondrecht op privacy door die maatregel niet wezenlijk zwaarder wordt belast dan nodig om de rechtmatige belangen van de staat te bevorderen. Zij die graag toeteren dat de rechters steeds meer de rol van de wetgever overnemen door de grondrechten “op te rekken” zijn nu plots stil. Het arrest toont aan dat er toch nog veel beleidsruimte blijft voor de nationale wetgevers.

Dat bewees ook het Grondwettelijk Hof vorige week in de zaak van de verplichte vingerafdrukken op de identiteitskaarten. De zelfverklaarde privacy-activist Dobbelaere-Welvaert stapte naar het Grondwettelijk Hof met wat hij op zijn eigen website omschrijft als “de mediazaak stop de vingerafdruk”. In een arrest van 77 bladzijden oordeelde het Grondwettelijk Hof op 14 januari dat afleveren voor een identiteitskaart van “het digitale beeld van de vingerafdrukken van de wijsvinger van de linker-en van de rechterhand” geen schending inhoudt van het grondrecht op privacy. Het Grondwettelijk Hof stelt dat het doel – het bestrijden van identiteitsfraude – het bijhouden van de vingerafdrukken op de identiteitskaarten rechtvaardigt. Voor het Hof speelt het eveneens een rol dat er geen permanent centraal register van alle vingerafdrukken wordt ingevoerd, want de opgenomen vingerafdrukken in de databank worden immers vernietigd na het aanmaken van de kaart en ze worden in elk geval niet langer dan drie maanden bewaard. Wie graag toetert dat de wetgever onder de knoet wordt gehouden door wereldvreemde mensenrechten zou best wat nuanceren en aandacht hebben voor de context.

De recente uitspraken van het Hof voor de Rechten van de Mens en van ons Grondwettelijk Hof tonen in ieder geval aan dat het aan de wetgever toekomt om zorgvuldige wetgeving te maken. De voorbije dagen kwam het punt opnieuw onder de aandacht met de plannen voor een pandemiewet, waarin de wetgever duidelijk zou bepalen wat de bevoegdheden zijn van bijvoorbeeld lokale besturen in crisissituaties zoals een pandemie. In een opiniestuk dat meester Kati Verstrepen (voorzitter van de Liga voor Mensenrechten) samen met 33 anderen (een bonte mengeling van o.m. journalisten, kunstenaars, vakbonden, maar ook de voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies) liet publiceren in De Standaard (13 januari, “Een klimaat van wantrouwen verziekt de samenleving”) werd gewezen op het gevaar dat de op til zijnde pandemiewet – waarvan voor alle duidelijkheid nog geen ontwerp van tekst beschikbaar is – de fundamentele rechten en vrijheden op onevenredige wijze zou inperken. Dat omhelst ook het “fundamentele recht op privéleven en het recht op onschendbaarheid van de woning respecteren”.

Die bekommernis is terecht, al blijkt uit de rechtspraak dat een fundamenteel recht geen onvoorwaardelijk recht is. De minister van Justitie reageerde (De Standaard 15 januari, “Onze grondrechten zijn coronaproef”) met de stelling dat met de huidige coronamaatregelen alvast “omzichtig werd omgesprongen met de grondwettelijke rechten en vrijheden”, omdat de Raad van State in meer dan 30 arresten de coronamaatregelen grondwettelijk en proportioneel heeft bevonden. Dat is correct, maar is de vraag niet eerder of de wetgever niet wat meer ambitie mag tonen? Schandpalen op het internet en het verplicht laten inscannen van vingerafdrukken kunnen proportionele beperkingen op grondrechten zijn, maar is het daarom een wenselijke evolutie? Daarbij is ook van belang ‘de noodtoestand’ die een tijdelijke inperking van vrijheden kan rechtvaardigen goed af te bakenen. Het is aan de wetgever om te vermijden dat de huidige crisissituatie wordt misbruikt om die regels blijvend in te voeren en aan politiediensten en burgmeesters oncontroleerbare bevoegdheden te geven. Patrick Dewael en Egbert Lachaert (De Morgen 16 januari, “Voor een doordachte pandemiewet”) wezen er terecht op dat de nieuwe pandemiewet geen ‘wildcard’ mag worden voor regeringen en de remedie niet erger mag worden dan de kwaal. Hopelijk beseffen de parlementsleden hun belangrijke rol en gaat het debat verder dan het afdreunen van de debatfiches van communicatieadviseurs.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.