Rechtuit

Het virus als alibi voor de verzwakking van justitie

Avatar
Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balies van Limburg en Brussel NL (LAMON LAW).
Hij mengt zich regelmatig in het maatschappelijk debat over justitie.

Iedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing.

Het maatschappelijk leven komt stilaan in een wat normalere plooi, al heeft dit land nog steeds geen federale regering en worden verregaande beslissingen voorbereid in een cenakel met partijvoorzitters, die in een griezelige chaos kakelen dat het een lieve lust is. In die sfeer wordt in het parlement een wetsvoorstel ingediend dat onder het mom van een tijdelijke corona-noemer justitie definitief in een andere richting wil sturen.

Vorige week verscheen “Het land van de onbestrafte misdaden. Waarom justitie faalt” van gepensioneerd magistraat (en voormalig voorzitter van het comité I en het comité P) Walter De Smedt. Het zijn zowat zijn memoires en wie dit boek leest wordt niet echt vrolijk van de Belgische justitie, maar het is wel duidelijk dat de man met kennis van zaken spreekt. In een interview met Knack laat hij ook zijn licht schijnen over de actualiteit: “De minister is in hart en nieren een zakenadvocaat. Met een zakenadvocaat op justitie krijg je zakenjustitie (…) die vercommercialisering  is ongepast in het strafrecht”. De toon is daarmee gezet. Vaak is hij een roepende in de woestijn, maar nu krijgt hij ook in brede juridische kringen gehoor.  In een opmerkelijke brief van 5 juni aan de voorzitter van de Kamer fulmineerde de Hoge Raad voor de Justitie over het wetsvoorstel (dat eigenlijk een omgeturnd wetsontwerp is van de minderheidsregering) om dringende maatregelen te nemen “in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus  COVID-19  en diverse andere bepalingen”. Wie te kwader trouw is leest hierin het pessimisme van de indieners, die er blijkbaar van uitgaan dat de coronacrisis een eeuwigdurend karakter heeft. Realisten beseffen dat dit voorstel bepalingen bevat die niets met de tijdelijke crisis te maken hebben maar integendeel justitie blijvend in een ander plooi willen vormen, met corona als excuus om snel-snel de hakken in het zand te zetten. Het kabinet van de minister van justitie vroeg aan de Hoge Raad, net zoals aan de Orde van Vlaamse Balies, om tegen  8 juni opmerkingen te maken. Daarop werd wel niet gewacht om de bespreking in het parlement al aan te vangen. Is het pessimistisch om te denken dat het niet de bedoeling is met die adviezen rekening te houden? De Hoge Raad zegt daarover terecht: “De HRJ is van mening dat alle maatregelen betreffende justitie aan een grondig onderzoek moeten worden onderworpen. De procedure die nu wordt toegepast, verhindert echter het kostbare advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State en zorgt ervoor dat het Parlement de grondig voorbereide adviezen mist van de verschillende actoren, of die mogelijk  de geijkte procedures en zorgvuldigheidsnormen niet hebben kunnen naleven”.  Ook de OVB waarschuwde er in een persbericht voor dat de coronacrisis geen alibi mag zijn voor ondoordachte hervormingen bij justitie.

De OVB wijst onder meer op de gevaren van het voorstel om videoconferenties mogelijk te maken in strafzaken, bij strafuitvoeringszaken en in de uitvoering van interneringsmaatregelen. “Personen die van hun vrijheid beroofd zijn zonder dat zij of hun advocaat daarmee ingestemd hebben, zouden kunnen verplicht worden om hun zaak behandeld te zien via videozittingen. Er stellen zich daarbij ernstige principiële problemen en daarvoor biedt het wetsvoorstel onvoldoende garanties”, vooral als de modaliteiten van die videoconferentie niet door de wetgever maar door de minister zullen worden bepaald. Lijkt het niet evident dat dit toch minstens door de wetgever moet worden vastgelegd?

De Hoge Raad betreurt in de al genoemde open brief dat dergelijke bepalingen snel mogen worden ingevoerd “terwijl ze betrekking hebben op een fundamenteel aspect van de rechten van de beklaagde in een democratische staat. Dergelijke bepalingen vereisen op zijn minst een grondige reflectie. De vraag is of die maatregelen moeten worden opgenomen in een wetsvoorstel dat met spoed wordt onderzocht, aangezien niet duidelijk is waarom er zo snel moet gehandeld worden. Het valt te betwijfelen dat de regeling waarin het ‘wetsvoorstel’  voorziet, overeenstemt met de richtlijnen die het Grondwettelijk Hof in zijn arrest nr. 76/2018 van 21 juni 2018 heeft opgesteld”.

Er zijn in totaal 138 artikelen in dat voorstel, met nog tal  van andere heikele en niet altijd doordachte hervormingen. Het lijkt erop dat men justitie met de sloophamer wil aanpakken. Als justitie van zijn sokkel valt, zal later blijken dat ook de democratische grondrechten sneuvelen en daarmee ook de democratische rechtsstaat. Hopelijk beseffen politici dat ze op termijn daarmee ook zichzelf overbodig maken.

Hugo LAMON

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

1 Comment

  • Uitstekend artikel! Ontluisterend dat het onze democratische. In Nederland gaat het dezelfde kant uit met onze minister Grapperhaus, totale commercialisering van Justitie en Veiligheid! Aanbestedingen van tolk- en vertaaldiensten voor OM, politie en IND worden gegund aan grote commerciële bemiddelaars. Grapperhaus, ook een zakenadvocaat als minister van Justitie en Veiligheid.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.