De voorbije dagen werd in de media in herinnering gebracht dat 25 jaar geleden Marc Dutroux werd aangehouden. Later zouden zijn gruweldaden aan het licht komen, wat voor veel verontwaardiging zorgde. Op 14 oktober 1996 sprak het Hof van Cassatie het befaamde ‘Spaghetti-arrest’ uit, dat tot gevolg had dat onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte van de zaak werd gehaald omdat hij had meegegeten aan een diner waar ook de slachtoffers waren. De uitspraak, die handelde over de schijn van partijdigheid van een magistraat, kreeg grote maatschappelijke afkeuring. De beelden van een onhandige Eliane Liekendael toen Procureur-Generaal bij het Hof van Cassatie die wachtend aan de lift haar gezicht afschermde met haar handtas en zich in een volstrekt stilzwijgen hulde, wanneer ze werd achternagezeten door nieuwshongerige journalisten staat voor velen in het geheugen gegrift als de wijze waarop justitie toen (vooral niet) communiceerde. Op 20 oktober 1996 trokken als reactie op dat arrest 300.000 mensen door de straten van Brussel voor een Witte Mars, een van de grootste betogingen in de naoorlogse geschiedenis.

Op 23 april 1998 gebeurde het ondenkbare: Marc Dutroux kon (kortstondig) ontsnappen, wat dan weer leidde tot het ontslag van de toenmalige ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie. De verontwaardiging sloeg weer eens over op de bevolking, met spontane stakingen en de bekogeling van gerechtsgebouwen uit diepe frustratie voor de werking van justitie.

De afgelopen dagen heeft de pers er – terecht – op gewezen dat het niet allemaal voor niets is geweest. De Hoge Raad voor de Justitie werd opgericht (met een objectivering van de benoemingen in de magistratuur), de politieoorlog werd aangepakt, er kwam ook een Federaal Parket, de slachtoffers kregen meer aandacht in het strafproces, Child Focus werd opgericht en er kwamen hervormingen bij justitie. Het werk is nog niet af, maar toch kijkt de magistratuur nu met een andere blik naar de samenleving en dat is maar goed ook.

Vijfentwintig jaar geleden was er een grote kloof tussen de burger (die toen nog rechtsonderhorige heette, wat later werd gemilderd tot rechtzoekende en nu schoorvoetend als burger wordt aangeduid) en de rechterlijke orde (zowel de magistraten als de advocaten), die maar weinig tot geen behoefte voelden om zich maatschappelijk te verantwoorden voor hun werk en voor hun soms exotische gewoontes en rituelen in de gerechtsgebouwen. Het zorgde voor een grote vervreemding. Het duurde lang vooraleer magistraten beseften dat onafhankelijkheid niet mag betekenen dat er geen maatschappelijke verantwoording moet worden afgelegd.

En hoe zit het met de advocatuur? Als jonge advocaat, die trots was lid te zijn van de balie, werd ik persoonlijk aangegrepen toen de rechtbanken tijdens de volkswoede werden bekogeld, misschien ook omdat ik er toevallig middenin zat. Wat mij vooral is bijgebleven was dat de toen zieltogende Nationale Orde van Advocaten volledig afwezig was en zelfs geen enkele behoefte voelde om in debat te gaan met de samenleving, om de rechtstaat te verdedigen, om uit te leggen hoe belangrijk sommige procedures zijn en waarom een rechtvaardige justitie soms tijd nodig heeft en enige afstand. Die bekommernis was bij sommigen ook het motief om te ijveren voor een modernere advocatuur, die niet op zichzelf is gericht maar oog heeft op haar maatschappelijke rol. Bij de oprichting van de Orde van Vlaamse Balies werd ervoor geijverd dat in het gerechtelijk wetboek uitdrukkelijk zou vermeld staan dat de Orde ook diende op te komen voor de belangen van de rechtzoekende en dus van de rechtstaat.

Volgend jaar viert de Orde haar twintigjarig bestaan. Is die maatschappelijke rol voldoende tot uiting gekomen? Zeker, er werden inspanningen geleverd. Maar, ook 25 jaar na Dutroux, blijft het een soms trieste vaststelling dat een groeiend aantal advocaten niet erg begaan is met die rol van hoeder van de rechtsstaat. Er is groeiende belangstelling voor de juridische innovatie en voor het welzijn van de advocaat. Er gaat aandacht naar de bedrijfsstrategieën van advocatenkantoren, maar durven we ook nog in het maatschappelijk debat onze rol blijven spelen? Ik moest er weer aan denken toen enkele dagen geleden Tayeba Parsa, een vrouwelijke magistrate in Afghanistan, in de pers liet optekenen te vrezen voor haar leven omdat de Taliban de rechterlijke macht zal aanpakken (en zeker de vrouwelijke rechters). Is het dan ook niet de rol van de Orde om te wijzen op het belang van een aantal evidenties en hoe snel die kunnen verdwijnen? Een advocaat is een ethisch ondernemer, maar heeft ook de verdomde plicht om permanent uit te leggen dat onafhankelijke justitie van levensbelang is.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.