Opiniemakers

Op deze pagina komen diverse eminente juristen aan het woord. Vanuit hun professionele ervaring, als magistraat, advocaat, academicus, ... kijken ze met een eigenzinnige blik naar de juridische actualiteit.

De standpunten en opinies vertolkt in de bijdragen die onder de naam 'Opiniemakers' verschijnen, binden enkel de auteur van de bijdrage zelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de mening van Jubel, de Jubel-redactie of KnopsPublishing.

Bent u geïnteresseerd om opiniestukken te publiceren via Jubel.be? Contacteer de Jubel-redactie

Fiscale ‘koterijen’ maken ons belastingstelsel allesbehalve duidelijk en daardoor ondemocratisch, stelt Wim Coumans, lid van de Hoge Raad van Financiën. Deze koterijen afschaffen leidt niet automatisch tot de grote belastingopbrengst die ervan verwacht wordt.

Alle statistieken wijzen het uit: de fiscale en parafiscale druk op arbeid is in ons land bijzonder hoog. De fiscale en parafiscale tarieven zijn dat nog meer. Maar de impact van die hoge tarieven wordt enigszins getemperd door de vele vrijstellingen en gunstregimes, de zogenaamde fiscale koterijen. Die maken het stelsel ondoorzichtig en daardoor ondemocratisch. Door te wieden in die koterijen kan ruimte komen voor de door velen gewenste tariefverlagingen.

De mogelijke begrotingsopbrengst van afbouw van vrijstellingen en gunstregimes in de inkomstenbelasting wordt geraamd aan de hand van de jaarlijks gepubliceerde inventaris van fiscale uitgaven. Die geeft weer wat de minderontvangsten zijn ten gevolge van de in de inventaris opgenomen bijzondere fiscale regimes. Op basis van de inventaris raamde de Hoge Raad van Financiën de begrotingskost in 2021 van bij voorbeeld de belastingvermindering voor de verwerving van werkgeversaandelen, op ongeveer 1 miljard euro.

Daaruit kan verkeerd afgeleid worden dat de afschaffing van die belastingvermindering zou leiden tot een miljard euro meerontvangsten. Dat is te optimistisch. Immers, wie geen beroep doet op deze belastingvermindering kan wel gebruik maken van de fiscale tegemoetkoming voor storting op een pensioenspaarrekening. Een aanzienlijk deel van de vermelde meeropbrengst zou dus allicht gecompenseerd worden door een grotere kost van de belastingvermindering voor pensioensparen.

Hetzelfde is waar voor de fiscale aftrek van intresten aangegaan voor het verwerven van een eigen woning. De recente begrotingsbeslissingen van de federale regering omvatten de afschaffing van die aftrek. Maar wie geen gebruik maakt van die aftrek, kan nog wel een beroep doen op de belastingvermindering voor langetermijnsparen. Die is in verschillende opzichten analoog aan de tot verdwijnen gedoemde fiscale aftrek van de intresten. Ook hier dreigt de opbrengst van de afschaffing voor een deel opgesoupeerd te worden door een ruimer gebruik van het gunstregime voor langetermijnsparen.

Dergelijke verschuivingen kunnen ook optreden in andere scenario’s.

Veronderstel even dat er een einde gemaakt wordt aan het aantrekkelijke fiscale regime voor auteursrechten. De door die afschaffing getroffen auteurs zullen ongetwijfeld op zoek gaan naar andere middelen om te ontsnappen aan de hoge fiscale en parafiscale tarieven. Misschien richten ze daartoe een vennootschap op, zoals heel wat vrije beroepers en consulenten nu al doen.

De begrotingsopbrengst van de afschaffing van fiscale ‘koterijen’ valt vaak lager uit dan de door de FOD Financiën berekende actuele kost van die koterij. Daardoor wordt de begrotingsopbrengst geregeld overschat.

En wat zou er gebeuren indien het regime van de bedrijfswagens drastisch zou worden verstrengd? De kans bestaat dat er daardoor minder mooie wagens op de bedrijfsparkings zouden aangetroffen worden. Maar in de plaats daarvan komt niet noodzakelijk aan het volle tarief belaste cashloon. De ‘getroffen’ werknemer en werknemer kunnen er bijvoorbeeld voor opteren om het voordeel van de bedrijfswagens te vervangen door een grotere storting in een aanvullend pensioenplan. Daaraan zijn ook fiscale voordelen, en dus budgettaire minderontvangsten, verbonden.

In ieder van die scenario’s zal de begrotingsopbrengst van de afschaffing van een ‘koterij’ lager uitvallen dan de door de FOD Financiën berekende actuele kost van die koterij. Allicht wordt die begrotingsopbrengst daardoor geregeld overschat.

We kunnen onze personenbelasting vergelijken met een emmer met vijftig gaten. Door vijf van die gaten te stoppen, zal er niet veel meer water in de emmer blijven. Een fiscale hervorming die zich beperkt tot het schrappen van een beperkt aantal gunstregimes, zal ook relatief weinig ruimte bieden voor een substantiële tariefverlaging. Daarvoor is een brede aanpak van de koterijen nodig.

Wim Coumans, Lid van de afdeling Fiscaliteit en Parafiscaliteit van de Hoge Raad van Financiën.

Lees ook andere opiniestukken van Wim Coumans


Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen de juridische en fiscale wereld?
Volg Jubel.be op LinkedIn

Opiniemakers

Op deze pagina komen diverse eminente juristen aan het woord. Vanuit hun professionele ervaring, als magistraat, advocaat, academicus, ... kijken ze met een eigenzinnige blik naar de juridische actualiteit.

De standpunten en opinies vertolkt in de bijdragen die onder de naam 'Opiniemakers' verschijnen, binden enkel de auteur van de bijdrage zelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de mening van Jubel, de Jubel-redactie of KnopsPublishing.

Bent u geïnteresseerd om opiniestukken te publiceren via Jubel.be? Contacteer de Jubel-redactie

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.