Banner Zomermagazine

Het maatschappelijke en economische leven is deze week even on hold gezet, zo lijkt het wel. De onverlaat die deze week mailberichten naar advocaten verstuurt, krijgt ook nu bliksemsnel antwoord dat zijn respondent er even tussenuit is met slechts zeer beperkte toegang tot het mailverkeer (in welk godverlaten gat zit die dan?). Ik was dan ook blij net nu een bericht te ontvangen van mijn stafhouder. Hij wees er mij enkele dagen geleden op dat het productiehuis Woestijnvis binnenkort in het arrondissement waar ik mijn beroep uitoefen weer in de rechtbanken zal opduiken om opnames te maken die later in de televisiereeks ‘De rechtbank’ zullen worden gebruikt. De eindredactie van dat programma vraagt aan de stafhouder om aan de advocaten van de balie even de spelregels te herhalen. Omdat het programma al elf jaar loopt, wordt blijkbaar iedereen geacht die te kennen. Maar men kan natuurlijk niet genoeg worden geïnformeerd.

De ploegen werken volgens het principe van ‘vlieg op de muur’, wat wil zeggen dat ze niet interveniëren tijdens de zittingen.”, zo vangt het zelfverklaard “strikt protocol” aan. Het tegendeel zou natuurlijk verbazen. Ziet u het al gebeuren dat de regisseur even vraagt aan de rechter om zijn woedeaanval nog eens over te doen of de advocaat verzoekt om zijn pleidooi te hernemen omdat er net een vlieg voor de camera opdook?

Die bescheidenheid van “vlieg op de muur” is overigens misleidend. Nergens worden de criteria verduidelijkt van wat wel en wat niet in de uitzending komt en hoe het programma kan manipuleren. Behalve de vaststelling dat enkel beeldmateriaal wordt gebruikt van wie daar toestemming voor heeft gegeven, blijkt nergens dat een zaak een programmaonderdeel wordt. Er is ook geen enkele inleiding, beschouwing, duiding of commentaar. Het eindproduct moet goede beklijvende televisie zijn. Minder belangrijk is of het ook een goede weerspiegeling is van wat er dagdagelijks op rechtbanken en hoven gebeurt. In de beginjaren had de televisiereeks onmiskenbaar een maatschappelijk nut, omdat het de ramen en deuren van justitie openzette en daarmee de werking van justitie wat demystificeerde. Na elf jaar mag het ambitieniveau misschien toch wat hoger en zou er ook wat redactionele duiding mogen komen en misschien ook wat uitleg over de selectie van zaken. Een aantal rechters die in het programma opdoken, kregen alvast naambekendheid, wat hun eigen professionele carrière zeker niet ongunstig heeft beïnvloed. Onschuldig is het programma dus zeker niet.

Intussen zijn er ook verschillende andere televisieformats, zoals de interessante diepte-interviews op de VRT van verschillende actoren van justitie door programmamaker Gilles De Coster. Die boden een boeiende inkijk in de persoonlijkheid van onder meer magistraten, waaruit bleek dat ook zij mensen van vlees en bloed zijn met hun angsten, twijfels en eigenaardigheden.

Nu kan u de reeks ‘Vrederechters’ bekijken op de concurrerende zender VTM. Het programma registreert zittingen op allerhande vredegerechten, ook hier zonder echte duiding waarom precies die zaken worden getoond. De anekdotiek maakt dat de kijker rustig de zaken aan zich kan laten voorbijgaan en even voor zichzelf kan uitmaken wat het juiste oordeel is. Wat later volgt dan, zonder duiding, wat de rechter er zelf van vond. Het programma wil wat verder gaan door tussendoor vrederechters te interviewen die algemene beschouwingen geven. Niet alle vrederechters blijken even mediageniek en soms bekruipt mij het gevoel dat ik geluk heb dat ik daar nooit ga pleiten. Daarmee komt meteen de vraag aan de orde wat de meerwaarde is van dergelijke programma’s. De basisregel in onze democratie is dat je je rechter niet kiest en je moet vertrouwen op zijn onpartijdig en bekwaam oordeel. Wil je dan wel weten wat die rechter daarbuiten filosofeert?

Misschien is het toch beter dat er bij beroepsjournalisten terug wat interesse komt voor gerechtsjournalistiek en dat zij in hun verslaggeving een afgewogen uitleg geven over wat er in een zittingszaal gebeurt. Soms verschijnen er stukken met een redactionele meerwaarde (zoals bijvoorbeeld in La Libre Belgique), diepgaander dan de freelancers die “à la pige” stukken aanleveren over veelal enkel spectaculaire strafzaken.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vindt dat journalisten de waakhond zijn van de democratie. Kritische verslaggeving over wat er op rechtbanken gebeurt, zou één van hun kerntaken moeten zijn. Wanneer zij dat overlaten aan regisseurs van amusementsprogramma’s, bewijzen ze dat ze hun maatschappelijke taak niet naar behoren vervullen. Justitie verdient meer dan alleen maar door vliegen op het behang te worden geobserveerd.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat in Hasselt. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie van vrije beroepen. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie. Iedere week verschijnt zijn column “LAMON op woensdag” op Jubel.be .

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.