knokke art fair

De advocatuur gaat er prat op volledig onafhankelijk te zijn. Als natuurlijke tegenspeler van de overheid moet die laatste zich niet mengen met de wijze waarop advocaten zich organiseren. Dat heroïsche beeld verdient toch wat nuance. Zo zijn advocaten ondernemers en dat heeft een aantal juridische gevolgen. De balie mag dan wel zelf en zonder inmenging van de wetgever deontologische regels opleggen, maar die moeten ook voldoen aan de bepalingen van het Wetboek van Economisch Recht en ook de evenredigheidstoets doorstaan. De deontologie moet noodgedwongen op dieet. Dat is vooral een opdracht voor de Orde van Vlaamse Balies, voor vele advocaten synoniem voor jakobijnse regelneverij uit het “verre Brussel”. De OVB zou te weinig voeling hebben met de lokale eigenheid. De beleidsorganen van de OVB werden vorig jaar vernieuwd en daar heerst nu allerminst enige vorm van verkiezingskoorts.

Dat is anders in de lokale balies, waar nu – zoals ieder jaar – weer nieuwe leden van de raad van de orde worden verkozen en in de meest balies ook nieuwe vice-stafhouders (die dan in principe over een jaar naar het stafhouderschap doorschuiven). Nu ook dit jaar de klassieke recepties en aanverwante samenkomsten door de coronamaatregelen beperkt zijn, blijft het een rare verkiezing. Sommigen kiezen voor hun campagne resoluut voor de sociale media en anderen teren dan weer op hun doorheen de jaren heen opgebouwde populariteit. Slechts zelden valt er te achterhalen wat de visie is over de toekomst van het beroep en waar de beroepsuitoefening zich moet aanpassen.

In vroegere tijden was de lokale raad van de orde ook zeer belangrijk. Daar werden deontologische regels beslist en diezelfde raad zetelde ook als tuchtorgaan. De deontologie wordt nu grotendeels door de OVB bepaald (waarbij de lokale raad enkel aanvullende regels mag maken, alhoewel sommigen dat graag en in strijd met het Gerechtelijk Wetboek breed willen interpreteren). De handhaving van de regels is al langer onttrokken aan het lokale niveau. Het klinkt in deze verkiezingstijd met zo grote enthousiaste deelname van vele onbaatzuchtige en gemotiveerde confraters wat hard, maar de lokale raad heeft niet veel bevoegdheden meer. Die nuchtere vaststelling blijkt echter niet bestand tegen de grote lobby die dat lokale niveau absoluut wil behouden, terwijl het logischer zou lijken om het te laten opgaan in een Orde van Vlaamse advocaten. Alle pogingen om zelfs maar stapsgewijs voorzichtig en omzichtig in die richting te evolueren stuit op verzet. In Oost-Vlaanderen lijkt het zelfs al jaren niet mogelijk om de drie bestaande balies (Gent, Oudenaarde en Dendermonde) te laten samenvloeien zoals in West-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg gebeurde. Allicht zal uiteindelijk toch de wetgever zelf moeten ingrijpen om stappen vooruit te zetten in een efficiëntere werking van de balie.

De lokale raden van de orde mogen dan steeds meer aan belang inboeten, dat is zeker niet het geval voor de stafhouders. Zij zijn de plaatselijke scheidsrechters waarvan verwacht wordt dat die (vaak zonder een VAR) snel en efficiënt beslissingen kunnen nemen. Zij zijn ook de eerste tuchtvervolgers. Het College van Toezicht heeft erop gewezen dat de consistentie in die tuchtvervolging beter kan. Vroeger waren die stafhouders onaantastbaar, maar nu zijn ze administratieve overheden waar de regels van openbaarheid van bestuur en de motiveringsplicht van de beslissingen voor de hand zouden moeten liggen. Helaas wegen bij de verkiezingen vaak andere criteria door dan de afweging of de kandidaten hoog zullen scoren voor goed bestuur. In die zin verschillen de verkiezingen bij de balie niet erg veel van andere verkiezingen en misschien is dat dan ook een goede zaak.

Toch zullen de verkozenen binnenkort, wanneer ze zich laven aan de eerste pint na hun verkiezing (voorlopig nog zittend aan tafeltjes van vier en zich op de receptie verplaatsend met een mondmasker), best zichzelf even in de spiegel bekijken en zich in de beslotenheid afvragen welke rol ze willen spelen. Dient de deontologie af te slanken? Hoe zit het met de steeds in omvang toenemende uitbreiding van de perimeter van het beroep? Moet de advocaat nog een jurist zijn en mag deze zich nog conflictbeslechter noemen (of is een procedure iets voor losers, omdat wie niet bemiddelt en verzoent een mislukkeling is)? En heeft het zin om in iedere provincie eigenzinnige plaatselijke regeltjes in stand te houden? Natuurlijk gaan de verkiezingen daar niet over, maar dat belet niet dat al die verkozenen toch ooit die reflecties zullen maken.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

1 reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Weer raak van confrater Lamon. In Oost-Vlaanderen heerst een soort omerta naar de advocaten die niet in een Raad zitten : waarom wil bv. Dendermonde zich absoluut niet ‘onderwerpen’ aan Gent ? Antwoord : het zit hem in hun karakter (officieus gefluister). De Gentse mentaliteit en die van bv. Dendermonde zou te ver uit elkaar liggen… Dergelijke parochiale beschouwingen houden voorlopig stand : 2 Stafhouders meer (ook die van het collosale Oudenaarde), 2 vice Stafhouders meer enz. Arm Oost- Vlaanderen. Wetgever : zet de betrokkenen in de hoek, met de handen op het hoofd…