De advocaat van een querulant moet op de blaren zitten cover

17 jan 2024 | Column

De advocaat van een querulant moet op de blaren zitten

Door Hugo Lamon

(Ge)recht in de spiegel

Recente vacatures

Advocaat
Burgerlijk recht Gerechtelijk recht Ondernemingsrecht Verzekeringsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel
Legal Counsel
Verzekeringsrecht
3 - 7 jaar
Brussel
Advocaat
Omgevingsrecht Publiek recht
0 - 3 jaar
Brussel
Jurist Paralegal
sociaal recht
0 - 3 jaar
Brussel

Aankomende events

De Orde van Vlaamse Balies is bekommerd om het welzijn van de Vlaamse advocaten. Gisteren verspreidde ze via sociale media de dwingende boodschap dat advocaten hun uitdagingen en deadlines even naast zich neer moeten leggen en hun eigen welzijn als het meest waardevolle pleidooi ooit moeten beschouwen. “Een glimlach doet wonderen”. Zou een grimlach ook onder die kwalificatie vallen? En moet ik mij zorgen maken wanneer ik vind dat mijn werk mij doet glimlachen, gewoon omdat het mij gelukkig maakt? Mag het eigenlijk nog, graag met recht bezig zijn en het leuk vinden om daar als advocaat je job van te maken?

En hoe moet een advocaat dan zijn eigen welzijn nastreven? Helpt het om te leren hoe het recht in elkaar zit door bijvoorbeeld cassatiearresten te lezen? Toegegeven, het is vaak saaie lectuur (de cassatiearresten zullen nooit genomineerd worden voor een literatuurprijs), maar nu en dan zijn ze toch wel een bron van licht vermaak. Neem nu het arrest van 10 januari over een verzoek tot onttrekking van de zaak aan een rechter. De zaak was enigszins merkwaardig: de eiser in cassatie is zelf een advocaat die een vervelende cliënt had bijgestaan in allerhande procedures voor het hof van beroep in Luik en nu zelf vreesde dat dit hof hem beu was of toch minstens niet meer ernstig zou nemen. Het merkwaardige is wel dat zijn cliënt blijkbaar zelf een vervelende rechter is die graag procedures opstart tegen alles en iedereen. Het cassatiearrest omschrijft het lyrisch (en vrij vertaald) als volgt: “De eiser (in cassatie) stelt dat hij, als raadsman van de vervolgde magistraat, betrokken was bij de excessen van zijn cliënt, omdat die met name tientallen ontijdige klachten, onrechtmatige wrakingen en tergende en roekeloze proceshandelingen heeft ondertekend of bekrachtigd waarbij een dozijn voorzitters en raadsheren betrokken waren die deel uitmaken van het genoemde hof van beroep.”

Advocaten hebben soms vervelende cliënten, waarvoor ze soms ook vervelende procedures voeren. De betrokken advocaat was misschien onder de indruk van zijn cliënt-magistraat en had mogelijkerwijze daarom nagelaten zijn wettelijke taak te vervullen en dus de cliënt niet gewezen op de mogelijkheid tot bemiddeling, verzoening “en elke vorm van minnelijke oplossing” (zo staat het in art. 444 van het Gerechtelijk Wetboek). Het kan ook zijn dat de cliënt-magistraat wat té enthousiast is in het hanteren van rechtsmiddelen uit liefde voor het recht, of toch gewoon omdat hij een moeilijk mens is (en maakt het hem of haar dan ongeschikt voor het beroep van magistraat?).

Het Hof van Cassatie sprak zich in dit arrest niet uit over de procedurebombardementen van de betrokken magistraat, maar wel over de gevolgen voor de advocaat die hem in die zotternijen bijstond. De advocaat was zelf van oordeel dat hij, “na betrokken te zijn geweest bij een verdedigingsstrategie die verachtelijk kan hebben geleken vanwege het excessief karakter, terecht kan vrezen dat het hof dat er het doelwit van was, niet in staat zal zijn de zaak met alle vereiste sereniteit en onpartijdigheid te beoordelen”. De vraag is dus wanneer een advocaat namens zijn cliënt gekke dingen doet dit achteraf ook blijft hangen bij de magistraten die daarover moesten oordelen.

Het Hof van Cassatie is kort: indien er al een gewettigde verdenking is, “hangt dit volledig samen met een klimaat dat de eiser zelf heeft helpen creëren”. Met andere woorden: eigen schuld, dikke bult. Wie gekke dingen doet als advocaat, moet daarvan ook de gevolgen dragen. Het Hof van Cassatie voegt daar fijntjes aan toe: het adagium “nemo auditur turpitudinem suam allegeans” is evenwel geen algemeen rechtsbeginsel.

Het arrest mag dan al een merkwaardige anekdotische context hebben, het moet toch ook advocaten aan het denken zetten. Deontologisch is een advocaat verplicht om zijn onafhankelijkheid te bewaren, wat ook betekent dat hij niet zomaar blindelings de cliënt mag volgen. Hij moet geen gevolg geven aan al de grillen van de cliënt. Vroeger, blijkbaar in lang vervlogen tijden, werd aan jonge advocaten geleerd dat ze in een zaak “de eerste rechter” waren van de cliënt en deze niet mochten aanzetten tot querulant gedrag.

Blijft natuurlijk dat de advocaat niet vereenzelvigd kan worden met de cliënt. Wie als advocaat een moordenaar verdedigt is daarom zelf geen moordenaar. Het cassatiearrest wijst er wel op dat wie als advocaat allerhande procedurele hocuspocus opvoert dat wel namens zijn cliënt doet, maar wanneer dit een tergend en roekeloos karakter heeft die advocaat achteraf niet moet komen zeuren dat hij vreest dat de magistraten hem daarna niet graag meer zien komen.

Hugo Lamon

Lees hier meer columns met de visie van meester Hugo Lamon op Justitie.


Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen justitie, advocatuur en de juridische en fiscale wereld? Volg Jubel.be op LinkedIn.

(Ge)recht in de spiegel

Recente vacatures

Advocaat
Burgerlijk recht Gerechtelijk recht Ondernemingsrecht Verzekeringsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Brussel
Legal Counsel
Verzekeringsrecht
3 - 7 jaar
Brussel
Advocaat
Omgevingsrecht Publiek recht
0 - 3 jaar
Brussel
Jurist Paralegal
sociaal recht
0 - 3 jaar
Brussel

Aankomende events

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.