25 aug 2021 | Tax & Private equity

De speculatiebelasting, een loterij?

Recente vacatures

Notarieel jurist
Burgerlijk recht Fiscaal recht Gerechtelijk recht Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
West-Vlaanderen
Notarieel jurist
Burgerlijk recht Vastgoed
0 - 3 jaar
Limburg
Advocaat
Omgevingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Antwerpen
Uitgever
3 - 7 jaar
Antwerpen

Aankomende events

Opgelet: dit artikel werd gepubliceerd op 25/08/2021 en kan daardoor verouderde informatie bevatten.

In een arrest van 21 mei 2021 heeft het Hof van Cassatie bij wijze van prejudiciële vraag het Grondwettelijk Hof verzocht zich uit te spreken over de verenigbaarheid van artikel 90, 1°, WIB 1992 met het grondwettelijk legaliteitsbeginsel en/of gelijkheidsbeginsel vervat in de artikelen 170 en 172 van de Grondwet.

Waarover gaat deze discussie?

Artikel 90, 1°, WIB 1992 stelt de buiten de uitoefening van een beroepswerkzaamheid verkregen winst of baten belastbaar, tenzij de winsten of baten voortkomen uit normale verrichtingen van beheer van een privévermogen bestaande uit onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen.

Het principe is duidelijk: occasioneel (niet professioneel) behaalde winsten of baten zijn in beginsel in de personenbelasting belastbaar als divers inkomen aan een afzonderlijk tarief van 33% (artikel 171, lid 1, 1°, a) WIB 1992), desgevallend te verhogen met de gemeentelijke opcentiemen (artikelen 465 t.e.m. 470 WIB 1992).

Op dit principe bestaat een belangrijke uitzondering: winsten of baten zijn vrijgesteld van belasting indien zij voortkomen uit normale verrichtingen van beheer van een privévermogen bestaande uit onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen.

Dezelfde regel vinden we ook terug in artikel 90,9° WIB 1992 wanneer het gaat over meerwaarden op aandelen: niet professioneel behaalde meerwaarden behaald door een natuurlijk persoon uit de verkoop van aandelen zijn in beginsel belastbaar in de personenbelasting, tenzij de meerwaarde voortkomt uit “normale verrichtingen van beheer van een privévermogen”.

De invulling van het concept “normaal beheer van een privévermogen” heeft aanleiding gegeven tot talrijke discussies in de rechtspraak en de rechtsleer, maar ook tot een massa rulings. De oorzaak hiervan is duidelijk het gebrek aan een duidelijke en afgelijnde definitie van dit begrip in de wetgeving.

De grens tussen wat normaal en abnormaal beheer is, is uitermate vaag en onduidelijk.

In deze bijdrage zal dieper worden ingegaan op de parlementaire voorbereiding die aanleiding heeft gegeven tot het artikel 90,1° WIB 1992 en:

  • tevens op de controverse waartoe de toepassing van dit artikel aanleiding heeft gegeven (en nog steeds geeft) in de rechtspraak en bij de fiscus zelf;
  • wordt het artikel 90,1° WIB 1992 tegen het licht gehouden van de fundamentele grondrechten en algemene rechtsbeginselen;
  • worden tot slot een aantal voorstellen tot wetsverbetering bekeken.

Jonas HELAUT, Everest Tax      

Recente vacatures

Notarieel jurist
Burgerlijk recht Fiscaal recht Gerechtelijk recht Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
West-Vlaanderen
Notarieel jurist
Burgerlijk recht Vastgoed
0 - 3 jaar
Limburg
Advocaat
Omgevingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Antwerpen
Uitgever
3 - 7 jaar
Antwerpen

Aankomende events

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.