Expertise Notarissen

Organisatie van het notariaat: hoe louter materiële vergissingen/vergetelheden in de akte verbeteren?

Op basis van artikel 16, lid 2 OWN kan de notaris, na de ondertekening van de akte, toch nog materiële vergissingen of vergetelheden in de tekst van de akte rechtzetten. Het gaat hier duidelijk om een uitzonderingsbepaling die er voor zorgt dat de notaris niet voor elke verbetering van een eerder banale vergissing of voor elke aanvulling van ten onrechte weggelaten feitelijke gegevens, terug moet vallen op een werkelijke ‘verbeterende’ of ‘aanvullende’ akte.

Artikel 16, tweede lid OWN luidt als volgt: “Uiterlijk vóór de overschrijving van de akte op het hypotheekkantoor (lees: kantoor rechtszekerheid) of, indien het een akte betreft die niet aan deze formaliteit van overschrijving is onderworpen, vóór de registratie ervan, kan de instrumenterende notaris, onder zijn verantwoordelijkheid, verbeteringen of aanvullingen aanbrengen aan de voet van de minuut om een materiële vergissing of vergetelheid recht te zetten, zonder afbreuk te doen aan de draagwijdte van de overeenkomst. Elke latere uitgifte van de akte vermeldt deze verbeteringen of aanvullingen.

De vergissing of vergetelheid rechtzetten kan alleen als dat overeenstemt met de door de partijen ten opzichte van de notaris uitgedrukte wil. De rechtzetting mag niets veranderen aan het voorwerp van de overeenkomst die tussen hen is gesloten. In de memorie van toelichting lezen we: “Zij wijzigt niets aan de authenticiteit van het corpus van de akte en dient enkel om deze in overeenstemming te brengen met de wil van de partijen. (…)

In elke latere uitgifte van de akte moeten deze verbeteringen of aanvullingen worden opgenomen. De vraag werd gesteld aan het Comité voor Studie en Wetgeving[1] van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat op welke wijze dit dient te gebeuren en met name of die verbeteringen of aanvullingen gewoon, zoals de door partijen bij het verlijden van de akte goedgekeurde wijzigingen en aanvullingen – de zogenaamde ‘renvoi’ – in de doorlopende tekst van het later afschrift mogen worden opgenomen, dan wel of ook uit het afschrift moet blijken dat de notaris toepassing heeft gemaakt van dit artikel 16, tweede lid OWN, zodat de wijzigingen en aanvullingen onderaan het later afschrift moeten worden vermeld, na de vermelding van de handtekening van de partijen en voor de vermelding ‘Voor eensluidend afschrift’. Het CSW is van oordeel dat die laatste werkwijze moet worden gevolgd, dus dat uit het later afschrift moet blijken dat de notaris toepassing heeft gemaakt van artikel 16, tweede lid OWN.

 

Auteur Hans De Decker is naast notaris eveneens professor aan de VUB voor de Manama Notariaat, waar hij de cursussen Inrichting Notariaat en Notariële Deontologie doceert.

In de reeks Organisatie van het Notariaat worden in een aantal korte bijdragen de verschillende aspecten van de inrichting van het notariaat belicht. Deze reeks is gebaseerd op de bijdrage van de heer notaris Hans De Decker “Inrichting van het Notariaat: dynamischer dan je op het eerste gezicht zou vermoeden!” in Rechtskroniek voor het Notariaat, deel 36. Zijn volledige artikel kunt u daar lezen.

 

Geïnteresseerd? Het ABONNEMENT 2020 omvat twee delen Rechtskroniek voor het Notariaat: deel 36 & 37.

 

[1] CSW-dossier 4419 (Nederlandstalige Kamer), Verslagen CSW 2018-2019, te verschijnen.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.