Le nouveau Livre 6 du Code civil supprime la quasi-immunité de l’agent d’exécution cover

24 apr 2024 | Civil Law & Litigation

Nieuw boek 6 BW maakt komaf met quasi-immuniteit uitvoeringsagent

Recente vacatures

Advocaat
Omgevingsrecht Publiek recht
0 - 3 jaar
Brussel
Jurist Paralegal
sociaal recht
0 - 3 jaar
Brussel
Jurist Paralegal
Verzekeringsrecht
3 - 7 jaar
Brussel
Paralegal
0 - 3 jaar
Brussel
Advocaat
Arbeidsrecht Burgerlijk recht Medisch recht Strafrecht
3 - 7 jaar
Antwerpen Brussel Limburg Oost-Vlaanderen Remote West-Vlaanderen

Aankomende events

De wetgever heeft begin februari het wetsvoorstel houdende boek 6 van het Burgerlijk Wetboek: “buitencontractuele aansprakelijkheid” aangenomen. Er is vooral commotie rond de invoering van boek 6, omdat 'de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent' op de helling staat. Wat volgt is behoorlijk technisch, maar zeer belangrijk voor de dagelijkse praktijk.

De oude regels: quasi-immuniteitsleer van de uitvoeringsagent

De leer van de quasi-immuniteit zoals die op vandaag nog steeds bestaat, garandeert dat een uitvoeringsagent of hulppersoon in beginsel niet rechtstreeks aansprakelijk gesteld kan worden door de schuldeisers van zijn of haar opdrachtgever.

Een hulppersoon is iedereen die door een schuldenaar belast wordt met de effectieve uitvoering van de contractuele verbintenissen van die schuldenaar. Dit is dus zeer ruim. Het kan gaan om: werknemers, vertegenwoordigers, onderaannemers, bestuurders van vennootschappen, …

Een voorbeeld:

  • Firma A wenst een machine te verschepen over zee en doet daarvoor beroep op een rederij. De rederij doet op haar beurt beroep op een onderaannemer om de machine in het schip te laden. Dit gebeurt nogal stuntelig en de machine valt in het water met totaal verlies tot gevolg.
  • Firma A  zal wellicht de rederij kunnen aanspreken op grond van haar contractuele verhouding wegens de gebrekkige uitvoering van het contract. De vraag is of firma A ook de onderaannemer kan aanspreken gezien deze onzorgvuldig heeft gehandeld. Deze vordering zal noodzakelijkerwijs buitencontractueel zijn, er is immers geen rechtstreeks contract tussen de firma en de onderaannemer.
  • Onder de oude regeling kon firma A zich niet rechtstreeks richten tot de onderaannemer. Zo oordeelde het Hof van Cassatie in 1973. De onderaannemer is immuun voor de vordering van de onfortuinlijke schadelijder.
  • De vraag zal vooral relevant zijn als er redenen zijn waarom firma A niet bij de rederij terecht kan, bijvoorbeeld omdat er bepaalde schadebeperkingen in het contract zijn opgenomen of wanneer deze inmiddels de boeken neerlegde of niet solvabel is.
uitvoeringsagent
De firma die het schip laadt is een uitvoeringsagent

Ook bij bestuurdersaansprakelijkheid speelt de quasi-immuniteitsleer op vandaag. Als een derde bijvoorbeeld een overeenkomst aangaat met een vennootschap en schade lijdt bij de uitvoering hiervan, zal hij de bestuurder van de vennootschap in beginsel niet persoonlijk aansprakelijk kunnen stellen.

Wel gaat het om een quasi-immuniteit waarop enkele uitzonderingen gelden. In de praktijk komen deze er veelal op neer dat een aansprakelijkheidsclaim toch mogelijk is wanneer er sprake is van een misdrijf.

Nieuwe regels: exit samenloopverbod en immuniteit

Wat verandert er nu concreet? Het samenloopverbod gaat als principe op de schop. Een benadeelde zal voortaan ook de hulppersoon kunnen aanspreken, ook al volgt de schade puur uit een gebrekkige uitvoering van het contract. Bestuurders, onderaannemers, vertegenwoordigers en soms zelfs werknemers komen dan ook rechtstreeks in het vizier van de schuldeiser die hen kan aanspreken, bijvoorbeeld op basis van schendingen van de algemene zorgvuldigheidsnorm of bepaalde specifieke wetgeving.

Samenloop conventioneel handhaven met exoneratiebeding

Het goede nieuws is dat de wetgever wel voorzien heeft in de mogelijkheid om de immuniteit en het samenloopverbod dat vroeger standaard was contractueel te handhaven.

Er bestaat geen twijfel over het feit dat een contractueel samenloopverbod mogelijk is in de hoofdovereenkomst tussen de effectieve contractpartijen. Daarnaast kan de hulppersoon evenwel ook een beroep doen op de uitsluitingen die hij heeft bedongen met zijn opdrachtgever wanneer hij door de schadelijdende schuldeiser wordt aangesproken. Over dit laatste bestaat echter nog discussie of dit wel 100% sluitend is.

We keren even terug naar het voorbeeld van de rederij. De onderaannemer kan in ieder geval een beroep doen op de aansprakelijkheidsbeperkende clausules uit het contract tussen firma A en de rederij. Daarnaast zal onze onderaannemer ook de clausules uit zijn eigen overeenkomst met de rederij kunnen inroepen ten aanzien van firma A.

De wetgever maakt wel nog een voorbehoud. Wanneer de schuldeiser fysieke of psychische schade heeft opgelopen, kan de bestuurder/uitvoeringsagent deze contractuele verweermiddelen namelijk niet inroepen. Hetzelfde geldt wanneer die laatste een opzettelijke fout heeft begaan.

Maar wat met de vennootschapsbestuurder? Die zal zich sowieso kunnen beroepen op een eventueel beding in de hoofdovereenkomst tussen de vennootschap en de schadelijdende schuldeiser. De verweermiddelen uit zijn eigen bestuurdersovereenkomst gebruiken wanneer hij rechtstreeks wordt aangesproken, zal echter minder evident zijn. Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen beperkt immers sterk de exoneratiemogelijkheden van bestuurders. Dat bestuurdersaansprakelijkheidsverzekeringen nog belangrijker worden is dan ook duidelijk.

Wat vroeger de regel was moeten partijen nu contractueel vastleggen. Het belang van (goed) geschreven overeenkomsten neemt door deze regeling sterk toe.

Inwerkingtreding

De nieuwe regels treden wellicht in werking op 1 januari 2025, zes maanden na de publicatie in het Belgisch Staatsblad. Onder de huidige overgangsregeling is de nieuwe regeling van toepassing op feiten die tot aansprakelijkheid kunnen lijden vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe wet. Dit geldt dus ook voor situaties waarin de contracten werden gesloten voor de inwerkingtreding, maar het schadegeval is ontstaan na inwerkingtreding van de nieuwe regels. In veel gevallen zullen de bestaande overeenkomsten dan ook geen uitweg bieden. Er was immers geen enkele reden om hieromtrent een regeling te treffen onder het oude recht.

Er klinkt dan ook – terecht – luide kritiek op de overgangsregeling. Het is afwachten of de wetgever hierop zal reageren en de regeling nog voor de inwerkingtreding zal corrigeren.

Conclusie

Dat je voor nieuwe contracten de aansprakelijkheidsregeling goed onder de loep moet nemen, is inmiddels wel duidelijk. Door de overgangsregeling zoals ze nu voorzien is, is dit echter ook het geval voor bestaande contracten.

Wannes Gardin (Team Manager Legal) en Simon Boon (Senior Advisor Legal) – Vandelanotte

Recente vacatures

Advocaat
Omgevingsrecht Publiek recht
0 - 3 jaar
Brussel
Jurist Paralegal
sociaal recht
0 - 3 jaar
Brussel
Jurist Paralegal
Verzekeringsrecht
3 - 7 jaar
Brussel
Paralegal
0 - 3 jaar
Brussel
Advocaat
Arbeidsrecht Burgerlijk recht Medisch recht Strafrecht
3 - 7 jaar
Antwerpen Brussel Limburg Oost-Vlaanderen Remote West-Vlaanderen

Aankomende events

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.