Accountancy en Fiscaliteit Expertise

Het multilateraal instrument nader bekeken

In 2013 lanceerde de OESO het befaamde BEPS-project (base erosion and profit shifting). Het project omvat vijftien acties op basis waarvan belastingautoriteiten constructies kunnen bestrijden, waarmee multinationale ondernemingen hun belastbare grondslag uithollen en winsten verschuiven. Bedoeling is ervoor te zorgen dat winsten worden belast waar economische activiteiten worden uitgeoefend en waarde wordt gecreëerd. Het vijftiende actiepunt was de ontwikkeling van een multilateraal instrument om bilaterale belastingverdragen te wijzigen. Het is een ambitieuze onderneming: door één instrument meer dan drieduizend bilaterale verdragen wijzigen.

Maatregelen van het MLI

Tot 2017 bevatte het OESO-Modelverdrag geen bepaling om de situatie te regelen van entiteiten die naar het recht van de ene staat als fiscaal transparant worden beschouwd en naar het recht van de andere staat als niet-transparant. Artikel 3 MLI gaat wel op deze problematiek in.

Artikel 4 MLI verhindert dat vennootschappen die als inwoner van twee verschillende staten worden beschouwd, van deze situatie misbruik maken in het toepassen van de verdragen. Artikel 5 MLI wil dan weer vermijden dat een belastingplichtige kan profiteren van uiteenlopende interpretaties die twee staten in bepaalde situaties geven aan dezelfde verdragsbepaling.

De volgende reeks artikels (art. 6 tot 11) hebben dan weer betrekking op het oneigenlijk gebruik van de verdragen. Artikel 6 bevat een algemene interpretatieregel. Artikel 7 introduceert een algemene antimisbruikregel, terwijl de artikelen 8 tot 11 meer specifieke antimisbruikbepalingen bevatten.

Omdat de OESO had vastgesteld dat er nog heel wat lacunes waren in definitie van de vaste inrichting, moest ook daaraan gesleuteld worden (art. 12 tot 15).

Het MLI laat echter nog een grote beoordelingsbevoegdheid bij de nationale belastingadministraties. Daardoor verhoogt natuurlijk wel het risico op de dubbele belasting, die de verdragen net willen bestrijden. Om te vermijden dat de belastingplichtige de gevolgen draagt van de asymmetrische toepassing van een verdrag, werd in het MLI een vierde deel opgenomen dat focust op het oplossen van geschillen.

Afwijkmogelijkheden van de ondertekenaars

Om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk landen het MLI ondertekenen, is het een ‘flexibel’ instrument. Dit betekent dat landen zelf kunnen bepalen welke van de door hen gesloten verdragen op basis van het MLI gewijzigd kunnen worden. Dit zijn de zogenoemde ‘open verdragen’. De ondertekenende staten moeten het MLI niet toepassen op de verdragen die nu al aan de minimumnormen van het MLI voldoen.

Grote ambitie

Het MLI heeft de ambitie om te dubbelbelastingverdragen te veranderen over de gehele wereld. Het OESO-Modelverdrag heeft bij de onderhandeling zeker als voorbeeld gediend. Maar uiteraard is het modelverdrag zelf, en bij uitbreiding ook door het model geïnspireerde verdragen, in de loop der jaren steeds aan verandering onderhevig geweest. Bovendien is het modelverdrag niet voor alle situaties geschikt gebleken. Verschillende verdragen wijken dan ook stevig van het model af, zowel wat betreft de nummering van de bepalingen als de inhoud ervan.

Het MLI kon er dan ook niet in volstaan simpelweg te bepalen dat deze of gene bepaling van het verdrag van nu af aan zus of zo moet worden geïnterpreteerd. In tegendeel, het MLI bevat in detail opmerkingen voor zowel het Modelverdrag als de bestaande verdragen. Het komt de leesbaarheid niet altijd ten goede.

Bovendien is het mechanisme van de voorbehouden bijzonder complex. Om het allemaal toch overzichtelijk te houden, heeft de OESO wel een ‘gereedschapskist’ uitgewerkt om de verstaanbaarheid van dit alles te verhogen.

Toepassing van het MLI in België

België heeft samen met 67 andere landen deelgenomen aan de eerste ondertekeningsceremonie, die op 7 juni 2017 plaatsvond in Parijs. De uiteindelijke goedkeuring door ons land heeft echter nog twee jaar op zich laten wachten tot 26 juni 2019.

In overeenstemming met onze Grondwet komt de bevoegdheid tot het onderhandelen van verdragen toe aan de uitvoerende macht. In principe is de federale overheid bevoegd, maar ook de bevoegdheden van de gemeenschappen en gewesten komen in het geding. Het MLI wordt immers beschouwd als een ‘gemengd verdrag’, waardoor de verschillende regeringen van ons land ieder hun zegje kunnen doen. Na de onderhandelingen, moest het MLI ook door de wetgevende macht goedgekeurd werden. En weer, omdat het een gemengd verdrag was, door de zes verschillende parlementen.

Het MLI is officieel opgesteld in het Frans en het Engels. Aangezien België drie officiële talen heeft, was ook een vertaling in het Nederlands en het Duits nog nodig. Als de Nederlandse of Duitse tekst afwijkt, is het de officiële Engelse of Franse versie die voorrang krijgt. Dit in overeenstemming met het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht.

Op enkele uitzonderingen na, heeft België ervoor gekozen alle door haar gesloten verdragen (99 verdragen met 96 landen) aan het MLI te onderwerpen.

Het MLI is in werking getreden op 1 oktober 2019 voor wat betreft de procedurele regels. De materiële bepalingen gelden vanaf 1januari 2020 voor wat betreft de bronheffingen en 1 april 2020 wat betreft de andere bepalingen. Een MLI heeft effect op een door België gesloten verdrag, van zodra het MLI ook in de partnerstaat in werking is getreden.

 

Dit artikel is gebaseerd op de uitgebreide analyse van het MLI door Caroline Docclo in Tijdschrift Beleggingsfiscaliteit/Revue Fiscalité des Placements No. 13.

 

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.