Expertise Rechtuit

An inconvenient truth

Avatar
Geschreven door Jubel

Over de auteur

Pieter-Jan Franssen is advocaat bij Balie Limburg en medeoprichter & Chief Business bij Ethel.


“Kennis opdoen over wat leeft onder advocaten met als doel richting te geven aan het beleid van de balie tijdens het volgend gerechtelijk jaar.”
Vanuit die insteek kreeg Ethel dit voorjaar de opdracht om een online bevraging te organiseren onder de advocaten van Balie Limburg. De Stafhouder presenteerde een beknopte versie van de resultaten van die bevraging tijdens de slotconferentie die afgelopen vrijdag plaatsvond.

Ongeveer 34% van de Limburgse advocaten nam de tijd om – anoniem – een zestigtal vragen in te vullen. Het zou onjuist zijn om de antwoorden van die beperkte groep deelnemers te extrapoleren naar alle advocaten. Dat was ook niet het opzet van de studie. Het valt echter op dat de resultaten van een gelijkaardig onderzoek uitgevoerd aan Balie West-Vlaanderen in dezelfde lijn liggen.

Eén van de opvallendste resultaten was het antwoord op de vraag “Vindt u dat de OVB uw belangen voldoende behartigt?”. Slechts 14,5% van de Limburgse deelnemers antwoordde bevestigend. In West-Vlaanderen was dat 18,18%. Een ruime onvoldoende met andere woorden.

Vroeger was alles beter

Waaraan ligt dat? Hugo Lamon, bestuurder en woordvoerder van de OVB, opperde eerder deze week dat de ontevredenheid mogelijk voortvloeit uit de disruptie van de juridische dienstverlening. Hij wijst wat dat betreft op moeizame digitaliserings- en moderniseringsprocessen, toegenomen concurrentie voor de advocatuur vanuit grote internationale spelers, andere beroepsgroepen en de sociale sector, en prijsbewuste cliënten die steeds meer transparantie eisen. “Kortom, het is minder evident geworden om advocaat te zijn en te blijven. Wie zich niet aanpast aan de nieuwe omstandigheden, krijgt het moeilijk. Sommigen vinden dat een efficiënte belangenbehartiging er in die omstandigheden in moet bestaan om te ijveren alles bij het oude te laten.”  Lamon brengt vervolgens onder de aandacht dat de OVB plannen maakt om iedereen te betrekken in de reflectie over de toekomst van de advocatuur, maar stelt tegelijkertijd nederig vast dat die initiatieven onvoldoende doorsijpelen naar de individuele advocaat.

Conservatisme is een natuurlijke reflex. De vraag is of het de juiste is. Wanneer vernieuwing van buitenaf komt is het valse hoop te denken dat die van binnenuit kan worden gestopt. Zelfs niet als de Orde alles in het werk stelt om de oude gewoontes in stand te houden. In dat opzicht zijn de verwachtingen van de ondervraagde advocaten allicht onrealistisch.

Zoals Lamon schrijft, heeft de disruptie van de juridische sector inderdaad vele gezichten. De opkomst van legal tech en digitalisering is daar slechts één van. Wie meent dat de aankoop van enkele softwarelicenties volstaat, dwaalt. De juridische wereld in het algemeen, en de advocatuur in het bijzonder, heeft nood aan een paradigm shift. Bepaalde conventies zijn dringend toe aan een grondige herevaluatie.

Paradigm shift

Enkele voorbeelden.

Cliënten zijn meer dan ooit prijsbewust en eisen transparantie. Toch blijkt uit de Limburgse bevraging dat 90% van de respondenten vasthoudt aan verloning op basis van een uurtarief. “Uurtje-factuurtje” staat nochtans onder druk. Cliënten aanvaarden simpelweg niet meer dat suboptimaal werk leidt tot een hoger ereloon. Een ereloon dat bovendien niet op voorhand kan worden bepaald. Verschillende auteurs pleiten daarom terecht voor alternatieve vergoedingsmodellen. Desondanks blijven vaste prijzen, abonnementsformules en value based pricing de zeldzame uitzonderingen. Zijn advocaten dan te duur? De toenemende complexiteit van de wetgeving en de hoge klantenverwachtingen rechtvaardigen de gehanteerde prijzen. Zoals prof. A-L Verbeke het tijdens zijn colleges poëtisch verwoordde “If you pay peanuts, you get monkeys”. De prijzen moeten niet naar omlaag, ze moeten – u raadt het al – gewoon transparanter.

Een tweede conventie die onder druk staat is de manier waarop advocaten communiceren. Zeggen dat advocatentaal overdreven archaïsch en formalistisch is, is een open deur intrappen. Minder aandacht gaat echter naar de vorm waarin juridische boodschappen worden gedeeld. Adviezen, contracten en besluiten zijn doorgaans opgesteld in full text, met wat geluk opgedeeld in verschillende titels en paragrafen. Uit onderzoek blijkt dat dergelijke juridische teksten amper worden gelezen, laat staan begrepen en nog minder onthouden. Geen wonder dat de gepercipieerde waarde van dergelijk juridisch werk ontstellend laag ligt. De Legal Design-beweging wil dat veranderen. Amerikaanse en Scandinavische onderzoekers ontwikkelden een wetenschappelijke methode met als doel juridische inhoud toegankelijker en inzichtelijker te maken. Slechts 16% van de ondervraagde Limburgse advocaten had ooit van de term gehoord. Tijd voor een update.

Een derde voorbijgestreefde conventie is de wijze waarop advocaten in contact staan met hun cliënteel. Afspraken zijn doorgaans enkel mogelijk tijdens de kantooruren, “ten kantore”, in een chique ingerichte vergaderruimte. Is dat werkelijk wat elke cliënt (waarom niet klant?) wil? Enkele vooruitstrevende voorbeelden niet te na gesproken, heeft de advocatuur weinig lessen geleerd van de e-commerce. Op vlak van toegankelijkheid, beschikbaarheid en snelheid zijn klanten op korte tijd nochtans veel gewoon geworden. Akkoord, een advocaat verkoopt geen schoenen. Toch vereist niet elke vraag een uitgebreide bespreking die de cliënt waarschijnlijk vooral als tijdrovend beschouwt. Cliënten zien bepaalde juridische diensten hoe langer hoe meer als koopwaar zodat advocaten er goed aan zouden doen hun businessmodel tegen die achtergrond te herbekijken. Dat blijkt momenteel nog niet voldoende te gebeuren: slechts 53% van de Limburgse respondenten werkt in een kantoor dat budget voorziet voor innovatie. 26% van de ondervraagden beschikt niet eens over een website.

Survival of the fittest

Terug naar de OVB. Het behoort inderdaad niet tot diens taak om de individuele commerciële belangen van haar leden te behartigen. De OVB kan enkel handvaten aanreiken, een gunstig deontologisch kader scheppen en bewustwording creëren. De recente wijzigingen van de deontologie en de tweede editie van het Legal Tech Congres dat in oktober zal plaatsvinden zijn initiatieven in die richting. Net als in elke andere sector, komt het vooral toe aan de leden zelf om oog te hebben voor de toekomst. Zij die daar het meest mee bezig zijn en bereid zijn zich aan te passen kunnen de toekomst hoopvol tegemoet kijken. Ethel staat alvast klaar om zoekende juristen te gidsen op hun zoektocht naar meer efficiëntie, betere kwaliteit en een hogere klanttevredenheid.

Pieter-Jan Franssen

Advocaat Balie Limburg
Co-founder & Chief Business Ethel

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.