LAMON op woensdag

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL.
Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie.

Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Pierre THIRIAR is raadsheer in het hof van beroep te Antwerpen en publiceert vaak over gerechtelijk recht. Hij is daarnaast ook een fervent tegenstander van DIPLAD, de door de advocatuur opgerichte vennootschap die Regsol (het elektronische platform voor de afhandeling van faillissementen) beheert en ook een dienst voor elektronische neerlegging van conclusies (DPA) aanbiedt. Via LinkedIn laat hij geen gelegenheid onbenut om DIPLAD in vraag te stellen.

De discussie gaat in essentie over artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek en het in uitvoering daarvan genomen artikel 7 van het KB van 16 juni 2016: “Het e-Deposit systeem voorziet in een strikt en adequaat gebruikers- en toegangsbeheer dat toelaat gebruikers te identificeren, te authentiseren en hun relevante (…) toegangsmachtigingen te controleren en beheren.” Peter Callens, sinds 1 september de voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies, stelde in zijn (tweewekelijkse) brief De voorzitter op vrijdag dat er na dit KB voor de federale overheid twee opties waren: “Ofwel deed zij het werk zelf en bekostigde zij de IT-uitbouw in lijn met de regelgeving. Ofwel vroeg zij andere actoren om dit werk deels voor hun rekening te nemen. De amechtige FOD Justitie koos, na de nodige consultatierondes, voor de tweede optie. Misschien was dat een foute of betreurenswaardige keuze, maar het staat vast dat dit de weg is geweest waarvoor de overheid opteerde”.

Het uitgangspunt is dus de in 2016 door de toenmalige minister van Justitie gemaakte beleidskeuzes. Dat beaamt ook Pierre Thiriar, die in een uitvoerige reactie op de brief van Peter Callens (die eerst op LinkedIn verscheen en daarna ook zijn weg naar Jubel.be vond) ook verwijst naar het ‘samenwerkingsprotocol’ van 22 juni 2016 tussen de FOD Justitie en de juridische beroepen inzake informatisering (de reeds genoemde ‘tweede weg’). Dit protocol werd gesloten door de FOD Justitie en de OVB en zou volgens hem maar al te goed moeten weten “dat de gerechtelijke orde niet wordt vertegenwoordigd door de FOD Justitie”. Interessanter dan die procedurediscussie is de inhoudelijke analyse die daarop volgt. Die verdient de nodige aandacht en reflectie. Misschien was het destijds principieel dan toch een foute of betreurenswaardige keuze, maar is er nu nog ruimte voor een principieel debat of wordt het een kwestie van pragmatisme?

Peter CALLENS mengde zich nog in een ander debat. Een advocatenkantoor start met een fonds dat rechtszaken van zijn cliënten sponsort en dat in ruil daarvoor een deel van de eventuele opbrengst krijgt. In Trends (“Investeerders sponsoren processen”, 3 december 2020) toont de voorzitter van de OVB zich een voorstander van dit voor ons land nieuw fenomeen. “De externe financiering van een procedure is uiteindelijk gunstig voor de rechtsstaat, omdat de uitoefening van rechten niet afhankelijk wordt van de financiële draagkracht. Een moderne advocatuur heeft de plicht daarop in te spelen.” Als externe financiering van een rechtszaak goed is voor de rechtsstaat, kan er ook geen bezwaar meer zijn tegen de externe financiering van het advocatenkantoor zelf. Ook in Nederland beweegt het op dat vlak. De Nederlandse Orde van Advocaten (NOVA) besliste om bij wijze van experiment toe te laten dat rechtsbijstandsverzekeraars onder bepaalde voorwaarden ook advocatendiensten kunnen verrichten. Volgens de NOVA is het een onderdeel van een “mogelijk nieuw systeem van regeling rond toegestane bedrijfsstructuren voor advocaten.” Anders gesteld: het begrip ‘onafhankelijkheid’ van de advocaat krijgt zowel in Vlaanderen als in Nederland een nieuwe invulling. Het pragmatisme haalt het van de grote beginselen.

Timea DRINNOCZI is de Hongaarse hoogleraar grondwettelijk recht die in een kranteninterview (De Standaard 7 december) er terecht op wees dat het aanslepende conflict tussen de Europese Unie, Polen en Hongarije draait om het begrip rechtsstaat.“ In Europa is lang gedacht: we hoeven niet vast te leggen wat de rechtsstaat is, want alle lidstaten weten wat we ermee bedoelen. Maar je ziet dat we al niet meer allemaal dezelfde taal spreken. Polen en Hongarije doen alsof ze niet begrijpen wat er van hen verwacht wordt”. Hopelijk blijven de grote beginselen hier wél overeind.

Jan NOLF is gepensioneerde vrederechter en flamboyante zelfverklaarde ‘justitiewatcher’ die in zijn nieuwe hoedanigheid van journalist fulmineert tegen de Vlaamse minister van Justitie nadat die hem op Twitter blokkeerde. Benieuwd of Jan Nolf nu ook de deontologische regels van de journalisten (zoals de plicht van hoor en wederhoor, woord en wederwoord) zal respecteren. Overigens: iemand die gedurende 180 weken onafgebroken de blog “Lamon op woensdag” schrijft, is dat dan ook een journalist of moet die kwestie pragmatisch worden benaderd?

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

3 reacties

Laat een reactie achter aan ULRIX Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • If you can bear to hear the truth you’ve spoken
    Twisted by knaves to make a trap for fools

    Ik heb in het stuk van meester Lamon geen enkel inhoudelijk argument op mijn open brief gelezen. Meester Lamon was overigens een van de eerste om mijn post op Linkdin te liken. Ik vind het amalgaam dat nu wordt gemaakt dan ook niet echt overtuigend en eerder potsierlijk. Zelf is mij uit mijn advocateneed als belangrijkste aspect bijgebleven dat ik nooit een zaak zou aanraden of verdedigen die ik in eer en geweten niet acht rechtvaardig te zijn. Ook al ben ik geen advocaat meer, ik houd mij nog steeds aan die eed.
    Waar alle grenzen van de fatsoen worden overschreden, is wanneer men pleit voor pragmatisme en Polen en Hongarije in eenzelfde adem noemt… Sinds wanneer kan het verantwoord zijn dat fundamentele rechten en waarden van onze democratische rechtstaat moeten wijken voor pragmatisme? Welk pragmatisme, de financiële kater van het Diplad-verhaal?
    Waar meester Lamon voor pleit is de tirannie van de feiten: “het is nu zo dat Diplad bestaat dus laten we het zou houden…” Wat een argument voor een jurist, voor een advocaat!
    En ja meester Lamon, moet zoals ik en elke andere persoon, het recht hebben om te zeggen wat hij denkt. Voor zijn vrije meningsuiting geniet hij mijn volle respect en mocht iemand hem ooit de mond willen snoeren dan zal ik aan zijn kant staan. Maar waar hij inhoudelijk pleit voor de ‘fait accompli’, kan ik mijn geen grotere aanfluiting van het recht en de rechtstaat inbeelden en ik vind dit een advocaat en een jurist onwaardig.

  • Waarde Raadsheer Thiriar, de aanhef van de bijdrage van Mr. Lamon maakt dat u gewoon gelijk heeft. Dus daar moet u zich niet meer moe aan maken. Het is fijn dat Antwerpen zich laat gelden in dit debat voor het gekaapt wordt door de zotten en de dwazen die de wereld zullen blijven verbazen. Wat na de komma werd vermeld in de aanhef dient toe te komen aan Caesar of aan wie het behoort…

  • Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL.
    Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie.
    Hij dient in deze het achterste van zijn tong te laten zien: is hij voor of tegen e-deposit.
    Zo ja, waarom. Over het doodgeboren en schuldenbeladen DIPLAD willen we het zelfs niet hebben.