Een advocaat vertrouwt mij syntheseconclusies toe, te vertalen van het Nederlands naar het Frans. Achtentwintig bladzijden, waarvan negen de wet aanhalen: het Gerechtelijk Wetboek, het Burgerlijk Wetboek, twee koninklijke besluiten, een Europese verordening. De tekst is goed geschreven, de opdracht is duidelijk, de termijn redelijk. En toch zal het delicaatste deel van het werk niet bestaan in vertalen. Het zal bestaan in niet vertalen.
Vijf vertaalvalkuilen, in augustus op deze plaats uiteengezet, kosten geld in het recht. De vijfde is die welke de vier andere overbodig zou maken indien zij zonder uitzondering werd toegepast. Zij verdient een volledig deel, omdat zij tegelijk het eenvoudigst te formuleren en het vaakst genegeerd is.
Wat de wet over zichzelf zegt
In België wordt de federale wet in het Frans en in het Nederlands gestemd, bekrachtigd, afgekondigd en bekendgemaakt. Beide teksten hebben dezelfde waarde: geen van beide is de vertaling van de andere. De wet van 31 mei 1961 betreffende het gebruik der talen in wetgevingszaken legt dat beginsel vast en regelt zelfs het geval van verschil tussen beide versies, dat wordt beslecht naar de wil van de wetgever, bepaald volgens de gewone interpretatie en zonder dat aan de ene tekst de voorkeur wordt gegeven boven de andere.
Het gevolg voor de vertaler is onmiddellijk. Wanneer een procedurestuk artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek aanhaalt, valt er geen vertaling te maken: er bestaat een artikel 1022 in het Frans, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, waarvan elk woord is gestemd. Het werk bestaat erin het op te zoeken en over te nemen. Elke andere werkwijze, hoe zorgvuldig ook, levert een tekst af die niet de wet is.
Dezelfde redenering geldt voor de rechtspraak die in de officiële verzamelingen is gepubliceerd, voor de koninklijke en ministeriële besluiten, voor de omzendbrieven die in het Staatsblad verschijnen, en voor het recht van de Europese Unie, waarvan alle taalversies op EUR-Lex beschikbaar zijn en gelijkelijk authentiek zijn.
Wat een correcte herformulering kost
De valkuil is niet de foute vertaling. Die valt op, en een revisor verbetert ze. De valkuil is de juiste vertaling.
Neem de omschrijving in het eerste lid van artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek. De Nederlandse tekst omschrijft de rechtsplegingsvergoeding als « een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij ». Een goede vertaler zal, zonder de wet open te slaan, schrijven: « une intervention forfaitaire dans les frais et honoraires d’avocat de la partie qui a obtenu gain de cause ». Dat is correct. De gestemde Franse versie zegt nochtans « de la partie ayant obtenu gain de cause ». Drie woorden tegenover twee, geen enkele betekenisverschuiving.
En toch. De advocaat die deze vertaling ontvangt, zal op dat lid een middel bouwen. Hij zal het tussen aanhalingstekens citeren, in conclusies die een rechter zal lezen met het wetboek ernaast. De rechter zal vaststellen dat het citaat niet met de tekst overeenstemt. Vanaf dat ogenblik zijn twee lezingen mogelijk: een onoplettendheid, of een bijgewerkt citaat. Geen van beide dient de cliënt. In het beste geval heeft de advocaat een uur verloren om de oorsprong van het verschil terug te vinden. In het slechtste geval is het middel verzwakt door een onnauwkeurigheid die niet de zijne is.
Hetzelfde mechanisme speelt bij een overweging uit een Europese verordening, bij een rechtsoverweging van het Hof van Cassatie, bij de wettelijke definitie van een begrip. Telkens wanneer een officiële tekst wordt aangehaald, brengt de herformulering, zelfs een volmaakte, een afstand aan tussen wat gezegd wordt en wat rechtsgeldig is.
Waar zoeken, en welke versie
De verificatiereflex vraagt geen bijzonder gereedschap. Voor de Belgische federale wetgeving geeft Justel, de databank van de Federale Overheidsdienst Justitie, de gecoördineerde tekst in beide talen, met de geschiedenis van de wijzigingen. Het Belgisch Staatsblad geeft de tekst zoals bekendgemaakt, op de datum van bekendmaking. Voor het Europese recht geeft EUR-Lex elke handeling in alle officiële talen, met haar opeenvolgende geconsolideerde versies. Voor de rechtspraak publiceert het Grondwettelijk Hof zijn arresten in het Nederlands, het Frans en het Duits op zijn website; het Hof van Cassatie wijst de zijne in de taal van de rechtspleging, en de vertaling die de Arresten van het Hof van Cassatie en de Pasicrisie ervan geven, wordt als vertaling aangehaald, niet als origineel.
De vraag die daarop volgt, is die van de versie. Een wetsbepaling die in een procedurestuk wordt aangehaald, is niet noodzakelijk de tekst die vandaag van kracht is: het is de tekst die van kracht was op de datum van de feiten, of op de datum van het stuk, naargelang wat de auteur heeft willen aanhalen. Artikel 573 van het Gerechtelijk Wetboek, dat de bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank grondt, is niet gelijkluidend vóór en na 1 november 2018. De huidige versie overnemen in een stuk dat een geschil uit 2017 betreft, is opnieuw de wet herschrijven, op een andere manier. Justel laat toe terug te gaan naar de versie die op een bepaalde datum van toepassing was; die versie moet worden overgenomen, en die datum moet worden genoteerd.
De teksten die maar in één taal bestaan
Het beginsel kent grenzen, en de vertaler moet ze even nauwkeurig kennen als het beginsel zelf.
De decreten van de Vlaamse Gemeenschap en van het Vlaamse Gewest worden in het Nederlands aangenomen en bekendgemaakt. Het Belgisch Staatsblad geeft er een Franse vertaling van, maar die vertaling is geen authentieke tekst: zij wordt ter informatie bekendgemaakt. Omgekeerd bestaan de decreten van de Franse Gemeenschap en van het Waalse Gewest officieel alleen in het Frans. De ordonnanties van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn tweetalig, zoals de federale wet.
Voor een Vlaams decreet dat in conclusies wordt aangehaald, is de toestand dus het omgekeerde van wat hierboven werd beschreven: er is geen Franse tekst die rechtsgeldig is, en de in het Staatsblad bekendgemaakte vertaling heeft de waarde van een gebruik, niet van een wet. De juiste handelwijze bestaat erin die officieuze vertaling over te nemen wanneer zij bestaat, met vermelding daarvan, en er alleen van af te wijken wanneer zij kennelijk tekortschiet, eveneens met vermelding daarvan. De lezer moet weten wat hij leest: een gestemde tekst, een bekendgemaakte vertaling, of de vertaling van de vertaler.
Dezelfde zorg is geboden voor buitenlandse teksten die in een Belgisch stuk worden aangehaald, voor overeenkomsten, waarvan geen enkele versie is bekendgemaakt, en voor uittreksels uit de rechtsleer, die geen officiële versie hebben en zoals elke andere tekst worden vertaald, met de verwijzing naar het origineel.
Wat de cliënt moet ontvangen
In mijn praktijk is deze controle geen bijkomende stap: zij is de kern van de prestatie, en zij laat een spoor na. Elke wettelijke verwijzing die in het document wordt aangehaald, wordt opgetekend, gecontroleerd tegen haar officieel bekendgemaakte versie, en in de doeltaal overgenomen met vermelding van de bron en van de versiedatum. De lijst van die controles wordt bij de levering gevoegd.
Die lijst heeft twee verdiensten. De eerste is dat zij het werk controleerbaar maakt: de advocaat kan in drie minuten zelf om het even welk citaat nagaan. De tweede is dat zij de moeilijkheden aan het licht brengt vooraleer zij problemen worden. Een afgekapt citaat in de brontekst, een artikel dat tussen de datum van de feiten en de datum van het stuk werd opgeheven, een verwijzing naar een gewijzigde tekst: dat alles komt bij de controle naar boven en wordt in een leveringsnota aan de cliënt gemeld, in één regel per punt.
Het is de enige kwaliteitsbelofte die een cliënt kan natrekken zonder zelf vertaler te zijn. Een vlotte tekst, een samenhangende terminologie, een juist register: dat alles vraagt een bevoegde lezer om te worden beoordeeld. Een citaat dat met het Belgisch Staatsblad overeenstemt, controleert men met een browser.
In de praktijk
Drie gewoonten volstaan. Vóór het begin: alle verwijzingen naar officiële teksten in het document optekenen, met de datum waarop zij moeten worden gelezen. Tijdens het werk: voor elk daarvan de bekendgemaakte tekst overnemen, zonder eraan te raken, met vermelding van de bron. Bij de levering: de lijst bijvoegen, en daarin noteren wat niet kon worden nagegaan of wat een moeilijkheid oplevert.
De rest van de vertaling, alles wat geen citaat is, vraagt het hele vak: het register, de Belgische terminologie, de samenhang van de benamingen, de zinsbouw van het procedurestuk. Maar dat deel van het werk begint waar de wet ophoudt. De Franse tekst van de wet bestaat al. Hij moet niet worden geschreven.
Het volgende deel, in december, behandelt het verschil tussen de Franse en de Nederlandse versie van eenzelfde tekst: twee teksten, één wet, en wat de advocaat daaruit kan halen.
Philippe Lognoul—By Saro, Crans-près-Céligny (Zwitserland)
Lees ook: Vijf valkuilen bij het vertalen van Belgische gerechtelijke stukken naar het Frans



0 reacties