Sinds 1 januari 2026 worden meerwaarden van particuliere beleggers in België belast aan 10%. Over het tarief is intussen veel geschreven. Wat in de praktijk het meeste werk veroorzaakt, is een onderdeel van de overgangsregeling dat veel minder aandacht kreeg: elke positie die een belegger eind 2025 al bezat, kreeg een nieuwe fiscale kostprijs, namelijk de waarde op 31 december 2025. In de wandelgangen heet dat de foto. Voor de belastingplichtige is het goed nieuws, want de belasting werkt niet terug. Wie eind 2025 over twintig jaar meerwaarden had opgebouwd, wordt daar niet alsnog op belast. Alleen wat de portefeuille vanaf 2026 doet, telt mee.
Maar de foto maakt van één dag uit het verleden een cijfer dat jarenlang bewijskracht houdt, per positie, en dat niemand automatisch voor uw cliënt vastlegt. Dat is geen fiscaaltechnisch probleem. Het is een documentatieprobleem, en het komt uiteindelijk bij de adviseur terecht.
De regel in het kort
Drie elementen volstaan om het mechanisme te begrijpen.
De herzetting
Voor alles wat de belegger al bezat, is de historische aankoopprijs fiscaal niet langer relevant. Wat telt is de waarde op 31 december 2025.
Een voorbeeld. Uw cliënt kocht in 2019 honderd deelbewijzen van een indexfonds aan 80 euro, samen 8.000 euro. Op 31 december 2025 waren ze 150 euro waard, samen 15.000 euro. In september 2026 verkoopt hij alles aan 190 euro, samen 19.000 euro. De belastbare meerwaarde bedraagt 4.000 euro, niet 11.000 euro. De 7.000 euro die voor 2026 werd opgebouwd, ligt onder de fotolijn.
De correctie voor posities die onder water stonden
Een herzetting snijdt langs twee kanten. Stond een positie eind 2025 onder de aankoopprijs, dan zou een strikte herzetting een belastbare meerwaarde creëren uit een reëel verlies. De overgangsregeling voorkomt dat: ligt de werkelijke aankoopprijs hoger dan de fotowaarde, dan mag die aankoopprijs worden gebruikt.
Twee kanttekeningen die in de praktijk zwaarder wegen dan de regel zelf. Ze werkt niet automatisch: het is een correctie die de belastingplichtige zelf inroept via de aangifte, en die hij moet kunnen staven. En ze is in de tijd begrensd tot verkopen tot en met 31 december 2030. Voor realisaties daarna geldt enkel nog de waarde van de foto.
Concreet: aangekocht in 2021 voor 12.000 euro, op 31 december 2025 9.000 euro waard, verkocht in 2026 voor 11.000 euro. Op de fotowaarde alleen zou er een belastbare meerwaarde van 2.000 euro zijn. Met de correctie is er een verlies van 1.000 euro, aftrekbaar van andere meerwaarden van datzelfde jaar. Maar dan moet de aankoopprijs van 2021 vandaag nog aantoonbaar zijn.
Precies daar zit de kern van dit artikel: een recht dat afhangt van bewijs, met een vervaldatum, is een documentatieopdracht.
De vrijstelling
De vrijstelling van 10.000 euro per belastingplichtige voor 2026 geldt niet per verkoop en niet per rekening, maar één keer op het nettoresultaat van het jaar: meerwaarden min minderwaarden. De ongebruikte vrijstelling schuift bovendien door, met 1.000 euro per belastingplichtige per jaar en gedurende maximaal vijf jaar, zodat de vrijstelling kan oplopen tot 15.000 euro. Voor gehuwden die onder een gemeenschapsstelsel vallen, tellen de vrijstellingen samen. Voor cliënten die hun opnames plannen, is dat over een langere periode een volledig extra jaar vrijgesteld verkopen waard.
Dividenden en interesten blijven een apart verhaal, aan de gebruikelijke roerende voorheffing van 30%. Portefeuilles binnen een vennootschap vallen onder het vennootschapsregime aan 25%, zonder persoonlijke vrijstelling. Drie soorten inkomsten, drie tarieven, en slechts één ervan is nieuw.
Waarom dit bij de adviseur terechtkomt
De regels hierboven passen op een bladzijde. Ze toepassen op een echte portefeuille is waar het misloopt, en de redenen zijn stuk voor stuk praktisch.
Er is een waardering nodig per positie, niet per portefeuille. Elke lijn krijgt haar eigen fiscale kostprijs. Bij dertig posities zijn dat dertig cijfers die moeten worden vastgelegd en bewaard.
Banken en brokers leveren dat niet standaard. Overzichten tonen wat betaald werd en wat de positie vandaag waard is. De waarde op een specifieke dag in het verleden, per lijn, is geen gebruikelijk rapport. Werkt de cliënt met meerdere instellingen, dan bestaat er sowieso geen overzicht dat het volledige beeld toont.
Gedeeltelijke verkopen maken het rommelig. Wie sindsdien een deel van een lijn verkocht, kan de kostprijs van de resterende stukken niet zomaar aflezen van een totaalcijfer. Een fout in de verkeerde richting betekent hier dat de meerwaarde wordt overschat en er te veel wordt betaald.
En de tijd werkt tegen de reconstructie. Een fotowaarde die in 2026 nog met twee klikken te achterhalen valt, is dat in 2032 veel minder, zeker na een verhuis van rekening, een fusie van fondsen of het wegvallen van een online archief.
Niets daarvan is moeilijke rekenkunde. Het is boekhouding, en wel het soort dat zich pas jaren later wreekt, wanneer niemand nog kan reconstrueren waar een cijfer vandaan kwam.
Wat dit betekent voor uw dossiers
Voor wie cliënten begeleidt bij vermogensplanning, nalatenschappen, verdelingen of schenkingen is dit vooral een kwestie van timing, en er staat een klok op. De correctie voor onder water staande posities geldt enkel voor realisaties tot en met 31 december 2030, en zij moet gestaafd worden. Een cliënt die in 2031 verkoopt en pas dan ontdekt dat zijn aankoopbewijzen uit 2021 nergens meer te vinden zijn, heeft geen procedure meer om op terug te vallen: dan geldt de waarde van de foto, ook wanneer die hem benadeelt.
De fotowaarde zelf is vandaag nog relatief eenvoudig vast te leggen. Naarmate portefeuilles van eigenaar of instelling veranderen, wordt zij dat niet.
Enkele vragen die vandaag al de moeite lonen om met cliënten door te nemen: is er voor elke positie een gedocumenteerde waardering per 31 december 2025, en waar wordt die bewaard? Wat gebeurt er met dat cijfer wanneer de portefeuille van instelling verandert? En hoe wordt het doorgegeven wanneer de effecten zelf van hand veranderen?
Op dat laatste punt past terughoudendheid: hoe de foto precies doorwerkt bij overdracht, bij nalatenschappen en bij aanmerkelijke deelnemingen is een kwestie waarover ik mij niet als specialist uitspreek, en die per dossier verschilt. Wat wel vaststaat, is dat het onderliggende cijfer bestaat, dat het per positie bestaat, en dat het niet vanzelf bewaard blijft.
Wie de rekenkunde nu één keer correct en traceerbaar vastlegt, hoeft ze later niet te reconstrueren. Dat is, voor een regeling die net begonnen is, waarschijnlijk het nuttigste dat een adviseur dit jaar kan doen.
Dit artikel beschrijft de rekenkunde van de regeling en is geen fiscaal of juridisch advies.
Thomas Heremans, oprichter van Krosos
Krosos is een Belgische toepassing voor vermogensopvolging en meerwaardeberekening. Thomas Heremans schreef eerder een Nederlandstalige uitleg van dezelfde regeling: krosos.com/blog/belgische-meerwaardebelasting-2026.



0 reacties